Vervolgens las ik Orakelnacht van Paul Auster.
‘Gedachten zijn echt,’ zei hij. ‘Woorden zijn echt. Alles wat menselijk is, is echt en soms weten we dingen voordat ze gebeuren, zelfs al zijn we ons daar niet altijd bewust van. Wij leven in het heden, maar de toekomst zit ieder moment al in ons. Misschien is dat wel de essentie van schrijven, Sid. Niet het rapporteren van gebeurtenissen uit het verleden, maar dingen laten gebeuren in toekomst.’
Het verhaal speelt zich af tussen 18 en 27 september 1982. Zaterdag 19 september stond ik in de videotheek met de film The Time Machine in mijn handen. In plaats daarvan nam ik Once Upon A Time In Mexico mee naar huis. Een dag later lees ik verder:
‘Het is iets heel doms, Sid. Niks voor jou. Sciencefiction.’
‘O… Ik begrijp wat je bedoelt. Niet mijn stijl, hè? Maar is het fictieve wetenschap of wetenschappelijke fictie?’
‘Is er verschil dan?’
‘Dat weet ik niet.’
‘Ze overwegen een remake van The Time Machine.’
‘Van H.G.Wells?’
‘Precies. Bobby Hunter wordt de regisseur.’
Niet het rapporteren van gebeurtenissen uit het verleden, maar dingen laten gebeuren in toekomst. Alsof ik zelf deel uitmaak van het verhaal. Bevreemdend maar zeer fascinerend.
(Paul Auster – Orakelnacht)
