Ieder najaar verschijnen er een paar leuke boekjes waarin je het afgelopen jaar kunt overzien. Nee, niet van die journalistieke wangedrochten, maar leuke boekjes.
Het afzien van met Fokke en Sukke is voor mij het ene, de jaarlijkse verzameling Youp columns het andere jaaroverzicht.
Fokke en Sukke verschijnen begin december, wat als nadeel heeft dat een Fokke en Sukke jaar maar elf maanden telt:
Reid, Geleijnse & Van Tol roepen alle moslimextremisten, Lonsdalejongeren, Imams, politici, AIVD-ers, journalisten, columnisten, filmmakers, etc. etc. op om zich de rest van de maand koest te houden. En mochten jullie toch rottigheid willen uithalen, dan hebben jullie mooi pech gehad: het wordt toch niet meer opgenomen in Het afzien van 2004! Doe het dus maar niet, het heeft geen enkele zin.
En dan mis je dus de dood van Bernhard, de begrafenis en het interview. En vorig jaar bijvoorbeeld duivel-uit-een-doosje-Sadam.

Youp doet het anders. Die stelt zijn boekje in het najaar samen. Dat loopt dus van najaar tot najaar. Een jaar van twaalf maanden.
Mensen nemen mijn boekjes mee op vakantie, naar het strand. En tijdens het lezen moeten ze zestien keer glimlachen. Laat het achtien keer zijn. Dat is al heel wat.
(interviewfragment uit BOEK 2)
Ik ga niet op vakantie, lees niet op het strand, maar op de plee. Of in bed. Ik ben op de helft en zit al op die achtien glimlachjes. Youp goochelt met woorden, heeft het over botoxteefjes, kakkersleed en tupperwarepsychologie. Stuk voor stuk fantastische woordlogwoorden. Een beetje lachen kan nooit kwaad, zo aan het eind van het jaar.
En ik ben toch al niet in mijn beste dagen. Kom net uit een supermarkt waar het voltallige personeel op gezag van de directie een vrolijke kerstmuts op had. Zo’n rosbief snijdend meisje op de vleeswarenafdeling dat je vanonder die muts moedeloos vraagt of het ietsje meer mag zijn. Ik vroeg me af of de filiaalchef nu in zijn kantoortje ook met zo’n muts op zit. Had steeds de neiging te gaan kijken en de man te vragen of hij inderdaad zo’n verschrikkelijke hekel aan zijn mensen heeft. Vanwaar deze mutsmarteling? Waarom deze minachting voor zijn personeel?
(Fokke en Sukke – Het afzien van 2004/Youp van ‘t Hek – Hartejeuk & Zieleczeem)