Een satire op het Nederland van Balkenende, zo beloofd de flaptekst van Voorbedachte daden, de derde roman van Moses Isegawa. Niets blijkt minder waar na lezing. Pingeland is niet een rijk land dat op Nederland lijkt, het ís Nederland. En Blaatpan ís Balkenende:
De zittende premier, die ik Blaatpan noemde, voerde hardnekkig een beleid dat de tegenstellingen in het land vergrootte en de verzorgingsstaat om zeep hielp. Ironisch genoeg noemde hij dat de strijd voor normen en waarden van zijn volk.
Voorbedachte daden neemt je mee naar de leefwereld van Dismas Moesigoela, bijstandsrat die de tijd doodt met kijken naar zijn beste vriend (de tv), vrijwilligerswerk als consulent voor lotgenoten en door af en toe wat auto’s in een parkeergarage in de fik te steken, uit protest tegen de regelaar. Dismas geeft de dingen een naam: Balkenende is Blaatpan, de NS heet de zieke man en Beverwijk, waar het boek zich grotendeels afspeelt, noemt hij Bevert. Maar andere namen zijn moeilijker te duiden, is Donner nu echt de neushoorn? Verdonk de afghaanse windhond? En bovenal: is de regelaar nu aids?
Voorbedachte daden doet denken aan een andere Nederland-aan-het-begin-van-de-20ste-eeuw roman Sluit deuren en ramen. Thomas van Aalten kiest in zijn verhaal voor een fictief Nederland, waar de rijken leven in steriele, beveiligde vinexwijken, en de “gewone” mensen in bijlmerachtige hoogbouw. Moses Isegawa voert in zijn verhaal in een veel herkenbaarder Nederland op, met ook de Bijlmer:
Het was het hart van Klein Oeganda, een buurt die beroemd was geworden door het vliegtuigongeluk van tien jaar eerder.
Het is het enige minpuntje aan het boek, naast de foute flaptekst, het is zo vreselijk nu dat het over tien jaar wel eens een heel erg gedateerd boek kan zijn. Maar voor nu is het uiterst leesbaar, en genietbaar.
(Moses Isegawa – Voorbedachte daden)
