De witte leeuwin was moeizaam om door te komen. “Na de laatste bladzijde gelezen te hebben pakt ik echter toch alweer het volgende deel op.”, schreef ik. Maar veel verder dan de achterflap ben ik toen (blijkbaar) niet gekomen. Nu was de tijd er weer rijp voor, een deeltje Wallander.
De man die glimlachte is een echte pageturner. Zelfs een snel afgeleide lezer als ik las het boek (445 pagina’s) in 4 dagen tijd. En toch heb ik er een matig gevoel over.
Het is een beetje “over-the-top”. Voor de derde keer ontsnapt een eenvoudige hoofdinspecteur aan een aanslag (in de witte leeuwin gooit een ex-KGBer een handgranaat de woning van Wallander binnen en opent het vuur, in de man die glimlachte wordt zijn auto opgeblazen en in dwaalsporen is het een psychopaat met bijl die naast zijn bed staat), en aan het einde gaat hij als een hollywood actieheld tekeer door met een bagagekarretje het vliegtuig van de misdadige zakenman te blokkeren.
Maar ondanks dat blijft het een geweldige serie. Mede dankzij het soap element in de boeken; de geestelijke aftakeling van vader Wallander, de zoektocht van dochter Linda (ondertussen zelf ook verheven tot serie) en Kurt Wallander zelf met zijn twijfel, depressie, whisky, opera en Letlandse weduwe. Er liggen nog drie delen ongelezen in de kast. De vraag is hoe lang.
(Henning Mankell – De man die glimlachte)