Misschien is het allemaal niet waar. Misschien had niets een betekenis, had alles net zo goed anders kunnen gaan. Zijn het alleen maar lijnen die ik trek van de ene gebeurtenis naar de andere om de zin ervan te begrijpen.
Elke gelijkenis van figuren in dit boek met bestaande personen berust op toeval, behalve in het geval van de ijscoman Blanchard aan de ingang van de Leidse Hout. Zo staat het als voorwoord in Terug naar Oegstgeest. De werkelijkheid teruggebracht tot fictie. Het geboorte uur is met anderhalf uur ten opzichte van de geboorte akte vervroegd, maar verder is het een op en top autobiografisch relaas. Elementen uit eerder en later werk van Wolkers vinden in dit boek hun oorsprong.
Opvallend: dat Jan op de lagere school een griezelverhaal schreef waarin een uil iemand zijn ogen uitplukt, een gegeven wat hij in het boekenweekgeschenk, waar het een onnodige en een voor het verhaal niet ter zake doende toevoeging is, nogmaals gebruikte:
Ineens hielden de treden op en hij voelde dat uit dat niets, dat wel de buitenste duisternis moest zijn, iets op hem af kwam suizen. Toen hij zijn ogen opendeed stootten uilen hun poten met gekromde nagels in zijn gezicht en rukten zijn ogen uit. (Terug naar Oegstgeest blz. 87)
Toen boog hij voorover en duwde wat lage begroeiing opzij. Ineens was er een werveling van vleugels. Met naar voren gestoken klauwen vloog de uil in zijn gezicht. De vogelwachter schreeuwde en sloeg met zijn handen om zich heen. De vogel vloog golvend over de duintop weg. Ik dacht dat hij iets slierterigs in zijn klauwen had. Ik boog mij over de vogelwachter die met zijn handen voor zijn gezicht lag te schreeuwen. Het bloed stroomde tussen zijn vingers door over zijn gezicht. Voorzichtig haalde ik zijn hand weg voor zijn linkeroog. Het was er niet meer. Zijn oogkas was een bloederige holte. (Zomerhitte blz. 37)
Na het dagboek had ik het liefst De Walgvogel uit de kast gepakt. Bij gebrek daaraan werd het Terug naar Oegstgeest. Achteraf gezien zo gek nog niet, zo’n biografische roman, het sluit mooi aan op het autobiografisch dagboek.
(Jan Wolkers – Terug naar Oegstgeest)