Zomerhitte

De eerste keer dat ik het boekje las had ik lang geen Jan Wolkers gelezen. En ook lang niet zoveel. Nu las ik het nogmaals, mede vanwege een interview. [BOEK, nummer 2, jaargang 2]Zo ontdekte hij dat zijn Boekenweekgeschenk veel gemeen heeft met een dagboek uit 1974. Dat ene jaar wordt nu ook uitgegeven, mede daarom. Misschien heeft de interviewer dat wel verzonnen, want ook na herlezing heb ik geen verband met het dagboek kunnen ontdekken, of het moet dat ene stukje zijn op bladzijde 46:

Ik jaag ergens achteraan dat, naar ik verwacht, op den duur zinvol zal blijken te zijn. Waarnemingen die een verband moeten leggen tussen gebeurtenissen, waardoor ze een betekenis krijgen. Tot op heden is het een soort geheimschrift dat taboe moet blijven. Wat dat betreft moet ik u teleurstellen.

In De Doodshoofdvlinder en in De Junival kwam ik wel scènes tegen die ook in het dagboek voorkomen.

Toen hij zijn schep in de grond stak om de bollen te gaan planten sneed hij dwars door een kluwen kikkers die in een holte in de brokkelige aarde tegen elkaar waren gekropen voor de winterslaap. Het water kwam in zijn mond te staan. De kleikluiten waren vermengd met een krieuwelend glibberig haksel. Bruin vel met piccalilly gele vlekken en bleekroze vlees. Hij trapt de grond zo stevig mogelijk aan om ze uit hun lijden te helpen. [De Doodshoofdvlinder, 1ste druk, blz 12]

Als ik bij een beetje brokkelige aarde die moordende koker van staal in de grond boor en hem ophaal zit hij vol met kikkerlichaamsdelen. Allemaal poten en stukken lijf. Afschuwelijk. Het water staat in mijn handen, maar ik kan het voor Karina verborgen houden. Trap alles goed aan, zodat ze meteen uit hun lijden zijn. [Dagboek 1974, woensdag 9 oktober]

En toen zag ik tot mijn ontsteltenis dat een merel met zijn oranje snavel de lappen mos aan het omkeren was op zoek naar wormen en insekten. [De Junival, 1ste druk, blz 18]

Onder de pruimenboom bij de schuur maak ik een heel heuveltje van mos. Steeds komt die lijster van ons en begint driftig aan die lappen mos te rukken. Trekt ze van de aarde en werpt ze over het pad. [Dagboek 1974, woensdag 6 februari]

Dat noem ik gemeen hebben met.

Van iemand die op bijna 80-jarige leeftijd nog een boek schrijft verwacht ik een verhaal met bespiegelingen en de wijsheid van de ouderdom. In Zomerhitte niets van dit alles, slechts een armoedig misdaadverhaaltje met wel heel erg veel herhalingen. Ook liggend in de zon op het strand niet echt de moeite waard.

(Jan Wolkers – Zomerhitte)

This entry was posted in Gelezen 2005 and tagged , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>