Ik geef het op, leg het terug in de kast. Drie weken later ben ik nog maar weinig verder in het boek. Het ligt niet alleen aan de dikte, het ligt toch ook aan de inhoud.
Vier verhalen worden in het boek verteld, waarvan een, vergelijkbaar met Memento, achterstevoren. Er zijn brieven van Edwin Herron Dodgson aan zijn broer van Lewis Carrol (maar geen echte brieven, eerder een soort dagboekaantekeningen). De geschiedenis van het eiland wordt uit de doeken gedaan aan de hand van een postzegelverzameling met zegels afkomstig van het Eiland. En er is een Zuid-Afrikaanse wetenschapper op Antarctica.
Het boek bevat geen dialogen (Raoul Schrott in een interview: ‘Ik houd niet van dialogen. Ik vind ze stomvervelend. Dialogen zijn zinloos, bedoeld om pagina’s te vullen. Het is goedkoop realisme om conversaties van mensen letterlijk weer te geven. Op papier blijft daar niets van over. Dan zijn het louter banaliteiten geworden. Zelf sla ik dialogen in boeken altijd vrijwel geheel over. Ik lees ze heel vluchtig door en dan sla ik om. Als dichter leer je wel dat je met heel weinig woorden heel veel kunt zeggen.’), en daardoor ontbreekt de actie, het drama. Zo ervaar ik dat tenminste.
Wat overblijft is een fascinerende hoeveelheid feiten en weetjes. Het boek deed mij, door de vele zeevaart, denken aan Het eiland van de vorige dag van Umberto Eco, ook een boek waar ik niet doorheen kwam. Als kennisboek fascinerend, als roman (vooralsnog) minder geslaagd.
(Raoul Schrott – Tristan da Cunha)