Terry Pratchett is volstrekt anders dan welke andere fantasy schrijver dan ook. Bij hem geen doorsnee “jonge held onderneemt queeste geholpen door een oudere man, en er is ook nog een veldslag“. Nou ja, in Maaierstijd zit toevallig wel zo’n veldslag, maar dan wel weer typisch Pratchettiaans uitgevoerd: de tovenaars van de gesloten universiteit (de zogenoemde toverstaf) neemt het op tegen een kudde winkelwagentjes.
En er zijn meer wonderlijke figuren. Een boeman met pleinvrees, die zich overal achter verstopt maar daar nooit vandaan komt om “boe!” te roepen (op het cruciale moment natuurlijk wel, en zo geneest hij van zijn pleinvrees). Een negatieve weerwolf, een wolf die bij volle maan in een man verandert, een weerman dus. Mevrouw Koek, medium (Mevrouw AriĆ«nne Koek was medium, maar wat klein uitgevallen) met haar voorgevoel waardoor ze antwoordt geeft voor de vraag gesteld is, de vraag dient uiteraard wel gesteld te worden anders krijgt ze migraine. Sibbe, de haan met geheugen verlies die daardoor niet weet hoe hij kraaien moet, en als dat opgelost is met een schoolbord blijkt hij dyslectisch te zijn. Kluudel-de-pluut!
Maar humor alleen maakt nog geen goed verhaal. Maaierstijd is het minste boek dat ik van Pratchett gelezen heb, en dat terwijl het verhaal veelbelovend is. De Dood krijgt te horen dat hij zal sterven. Met tijd van leven gaat hij op weg om die tijd te besteden en neemt een baantje aan als boerenknecht. Ondertussen hoopt de levensenergie zich op met alle gevolgen (zombies, krachttermen die tot leven komen, klopgeesten) van dien.
Veel personages, veel verhaallijnen. Aan het einde komen een aantal wel samen, maar een aantal lijntjes wordt te weinig uitgewerkt. Er had naar mijn idee met minder meer ingezeten, en dat is doodzonde.
(Terry Pratchett – Maaierstijd)