Door dat lijstje besloot ik het boek te herlezen. In 1994, misschien ’95, las ik het ook al eens. Toen was het, voor mij in ieder geval, nog allemaal pure sciencefiction. Vanuit de bibliotheek had ik wel eens de digitale stad bezocht, maar dat was dan ook alle online ervaring die ik toen had. En dan is cyberspace al gauw sciencefiction.
William Gibson was (een van) de eerste die over cyberspace schreef. In zijn debuut Neuromancer, waar Zenumagiër de Nederlandse vertaling van is, speelt deze virtuele wereld een hoofdrol. En al verscheen het boek in 1984, verrassend veel blijkt te zijn geworden zoals William Gibson het toen opgeschreven heeft.
Cyberspace. Een poly-zintuiglijke hallucinatie waaraan dagelijks miljoenen zich overgeven, van legitieme operators, overal ter wereld, tot en met kinderen die zich vertrouwd moeten maken met wiskundige concepten… Een grafische weergave van gegevens die zijn ontleend aan de databanken van alle computers in het wereldwijde netwerk.
Het verhaal zelf is, bijna teleurstellend, eenvoudig. Een strijd tussen twee kunstmatige intelligenties wordt uitgevochten met behulp van een aan lager wal geraakte toetsencowboy, een straatsamurai, een geflipte kolonel uit WO III en enkele ruimte rasta’s. Het is vooral het beeld van internet zoals het is, zoals het had kunnen worden en zoals het kan gaan worden wat dit boek tot een must read maakt. Terecht werd dit boek opgenomen in TIME Magazine’s all-time 100 novels.
(William Gibson – Zenumagiër)