Er is inderdaad weinig clichématigs aan de serie Het lied van ijs en vuur van George R.R. Martin, waarvan Het spel der tronen het eerste deel is. Eindelijk een keer geen “jonge knaap onderneemt queeste om de wereld te redden van het kwaad en wordt daarbij ondersteund door een oudere, wijzere man”, en ook geen eindeloos lange veldslagen waarbij slechts het voetvolk sterft. Geen elfen, trollen, orcs, goblins of dwergen. Nou ja, eentje dan, maar dat is er eerder één van het kaliber Lemmy. Als je Het lied van ijs en vuur al ergens mee wilt of kunt vergelijken, dan komen de Duin boeken van Frank Herbert nog het dichtst in de buurt.
Korte hoofdstukken waarbij het verhaal steeds weer vanuit een ander personage wordt verteld, eindigend in een cliffhanger, maakt het vlot leesbaar boek. Evengoed is dit boek ook een afgerond verhaal, hoewel er een voldoende lijntjes openblijven die nieuwsgierig maken naar het volgende deel: De strijd der koningen.
(George R.R. Martin – Het spel der tronen)
