Het jaarlijkse bundeltje Youp columns. Herfst 2004 tot herfst 2005. Veel doden: Andre Hazes (Als je vijfentwintig jaar lang twintig biertjes per dag drinkt, heb je op een gegeven moment meer dan honderdtweeëntachtigduizend- vijfhonderd biertjes tot je genomen. Da’s veel. Da’s heel veel. Dat is meer dan zestigduizend liter.), Willem Oltmans (Hij heeft zijn heengaan minutieus geregisseerd. De media konden zich op die manier goed voorbereiden.), Theo van Gogh (Theo heeft het woordwapen onderschat. Hij besefte niet dat het oorlog was. Maar het is oorlog. Oorlogger dan ooit.), Prins Bernard (Duizenden mensen keken donderdagavond naar een oefenende rouwstoet zonder lijk en een door het Journaal geïnterviewde muts in een geel windjack vertelde dat het oefenstoetje heel indrukwekkend was.), Rinus Michels (Na de dood van zijn vrouw was het met hem gedaan. Iedereen zei het, iedereen zag het, en hij was de laatste die het ontkende.), de Paus (Dus je bent paus, je pruttelt langzaam dood, kucht je laatste adem uit, denkt na heel veel aardse vakanties aan je laatste grote reis te beginnen en er blijkt niks te zijn. Er valt niks te reizen. Er is geen hiernamaals, geen hemelpoort, geen Petrus, geen engelen, gewoon helemaal niks.) en een vriend (Paar dagen later was de clichécrematie met na afloop slappe niet te warme tempokoffie en een zompig broodje.).
En ondanks al die doden, om over talpa, een tsunami en een aanslag op Londen nog maar te zwijgen, elk stukje krampachtig besluiten met de kreet: Het leven is wél leuk.
(Youp van ‘t Hek – Het leven is wél leuk)
