Dat Jack Vance op hoge leeftijd nog altijd schrijft is bewonderenswaardig. Toch halen zijn laatste boeken het niet bij ouder werk. De talen van Pao verscheen voor het eerst in 1957, en is een echt sciencefiction verhaal waarbij een filosofisch idee een grote rol speelt. In dit geval dat de taal van een volk het gedrag van een volk bepaald.
Pao is een agrarische planeet met 15 miljoen inwoners, akkerbouw en simpele ambachten voorzien de planeet in al wat nodig is. Slechts een kleine hoeveelheid technologische goederen worden geïmporteerd. Als de panarch van Pao wordt vermoord door zijn broer, de advizier Brekebarg, weet de zoon van de panarch te ontsnappen naar de planeet Breeknes, dankzij de tovenaar Paravos. Deze Paravos speelt echter ook een dubieuze rol. Als Pao aangevallen wordt door een clan van de vijandige planeet Vleermoor, stelt Paravos een programma voor aan Brekebag om de bevolking van Pao weerbaarder te maken:
“We moeten het geestelijke geraamte van het Paonese volk wijzigen – tenminste een bepaald deel daarvan – en dat wordt op de eenvoudigste manier bereikt door de taal te veranderen.”
Terwijl een deel van de bevolking één van de drie talen Krijgs, voor het soldatenvolk, Technisch, voor de uitvinders, of Denks, voor de handelaren, leert, smeedt Beran, de zoon van de oorspronkelijke Panarch, plannen om naar Pao terug te keren, zijn rechtmatige heerschappij op te eisen en de vier volkeren, Paonesen, Krijgers, Technici en Denkers, weer tot één volk te smeden.
De talen van Pao is één van de beste verhalen die ik tot nu toe van Jack Vance gelezen heb, spannend, ontspannend en met een theorie die het overdenken waard is.
(Jack Vance – De talen van Pao)
