Toen de chef hem de brief had laten lezen, had hij gezegd: ‘Het schijnt dat je bekend staat als expert op het gebied van seriemoordenaars, John. In Londen hebben ze daar kennelijk een tekort aan. Ze willen graag dat je voor een paar dagen naar hen toe komt om te zien of jij iets kunt bedenken en hun misschien een paar ideetjes aan de hand kunt doen.’
Rebus had de brief met stijgende verwondering gelezen. Ze refereerden aan een geval van enkele jaren daarvoor, een serie kindermoorden die Rebus had opgelost. Maar die zaak had een persoonlijke achtergrond gehad, en de moordenaar was in feite helemaal geen seriemoordenaar geweest.
‘Ik weet helemaal niets van seriemoordenaars,’ had Rebus geprotesteerd.
‘Nou, dan ben je daar blijkbaar in goed gezelschap,’ had zijn chef gezegd.
En zo belandt John Rebus door zijn eerdere avonturen, zie Kat & muis, in Hand & tand in Londen. Op het moment van aankomst heeft de wolfman, zoals de seriemoordenaar genoemd wordt, net zijn vierde slachtoffer gemaakt.
Op zijn eigen wijze weet Rebus het onderzoek vlot te trekken en daarbij het halve Londense korps tegen zich in het harnas te jagen.
Het gebeurd mij zelden dat ik hardop moet lachen om een boek, maar Ian Rankin krijgt het dit keer voor elkaar. Als John Rebus eindelijk de wolfman ontmaskerd heeft en de achtervolging inzet, is het boek niet alleen reuze spannend maar ook hilarisch grappig. Voor het zover is weet Rankin de lezer een aantal keer fraai op het verkeerde spoor te zetten.
(Ian Rankin – Hand & tand)
