Morgen moet ik de proloog winnen. Er is elk jaar maar één proloog, de proloog van de Tour de France. De proloog is maar vijf kilometer en zeshonderd meter maar als je hem wint is je seizoen goed.
Elk jaar is er maar één wielerwedstrijd, de Tour de France. Nou ja, voor mij dan. De Vuelta, de Giro, de voorjaarsklassiekers, aan mij gaat het allemaal voorbij. Maar dus niet met de Tour. En elk jaar lees ik tijdens de tour minstens één titel over wielrennen. Dit jaar zelfs al voor de Tour want De proloog van Bert Wagendorp gaat over de proloog, en om zoiets nu tijdens de achtste etappe te lezen…
De proloog vermengt op mooie wijze feiten uit de wielerhistorie met een fictief verhaal. De nacht voordat de proloog van start gaat ligt een renner, “de student” zoals zijn kamergenoot hem noemt (en dat omdat hij wel eens een boek leest), wakker en overdenkt de wielerwereld. Af en toe wordt zijn kamergenoot wakker van het gewoel en praten ze samen. Een stoet van bestaande renners komt voorbij alsmede de onvermijdelijke doping en het verkopen van de koers.
We gingen er niet eens van uit dat je naturel zou kunnen winnen, de winnaar had gekocht of geslikt en waarschijnlijk allebei, dat lag vast.
Een leuk detail is dat de twee renners nogal afgegeven op de pers, leuk omdat Bert Wagendorp zes keer de Tour versloeg voor de Volkskrant.
(Bert Wagendorp – De proloog)
