Het is bijna fabrieksmatig zoals deze boeken geschreven worden. Sinds 1982 verschijnen er twee nieuwe titels per jaar, met uitzondering van 1986.
(In de periode 1963-1981 lag die frequentie een stuk lager, slechts 17 titels)
Al die boekjes zijn ook vrijwel even dik. De Cock en de dode tempeliers, deel 55 van de serie, heeft zelfs exact evenveel bladzijden als het eerder gelezen deel 52 (139), verdeeld over exact evenveel hoofdstukken (16). En ieder hoofdstuk bevat dan weer een zelfde soort actie.
Ook een groot aantal zinnen en scènes lijken met behulp van CTRL-C CTRL-V in het boek terecht te komen. Zo beschouwd is zo’n serie matig leesvoer, zeker als je vlot achter elkaar een aantal van die boekjes leest.
Maar ook dit keer zit het plot goed in elkaar en is de ontknoping verrassend. Een stukje zelfkritiek maakt de schrijfmachine Baantjer nog eens menselijk bovendien:
De Cock fronste zijn wenkbrauwen.
‘Appie Baantjer, zei je?’
Vledder knikte.
‘Appie Baantjer.’
De Cock drukte zich weer omhoog.
‘Nooit van gehoord,’ gromde hij.
Vledder keek hem verbijsterd aan.
‘Hij schrijft over jou, al jaren, boekenkasten vol.’
De Cock zwaaide geprikkeld.
‘Juist daarom, ik wil niets met die man te maken hebben. Hij is in mijn ogen een groot fantast. Als je de kans krijgt, blijf uit zijn buurt.’
(Baantjer – De Cock en de dode tempeliers [55] )