Ik lees The complete polysylabic spree van Nick Hornby op het moment, columns die hij schreef voor the Believer over wat hij kocht aan boeken en wat hij las aan boeken in een maand. Door het boek werd ik nieuwsgierig naar zijn eigen fictie. High fidelity staat al een paar jaar op mijn nog-te-lezen lijst, maar die hadden ze niet bij de bibliotheek. De keuze was Een jongen of Hornby’s meest recente De lange weg naar beneden. Het werd de laatste.
Every time I read a biography of a novelist, I discover that the novels in question are autobiographical to an almost horrifying degree. (The complete polysylabic spree, blz.120)
The complete polysylabic spree is ook een soort autobiographie. Toon mij uw boekenkast en ik vertel u wie u bent, zegt men wel. Een boek over wat iemand koopt en leest zegt heel wat over die persoon, zoals dit boekenlog ook wat over mij zegt.
Bovenstaande quote in acht genomen is het geen toeval dat JJ, een van de vier hoofdpersonen, Revolutionary Road van Dylan Thomas leest. Of boeken van Faulkner, Dickens, Vonnegut en Brendan Behan. Net zomin als het toeval is dat Maureen, een ander hoofdpersoon, een poster van een Arsenal speler voor haar zoon koopt, Hornby is een groot Arsenal supporter. De zoon van Maureen is zwaar gehandicapt, die van Hornby is autist. Allemaal feiten die ik uit The complete polysylabic spree haal. De lange weg naar beneden is, kortom, autobiographical to an almost horrifying degree.
Rest de vraag: heeft Hornby zelf ooit zelfmoord overwogen, en waarom dan wel?
(Nick Hornby – De lange weg naar beneden)