Met de Tweede Kamerverkiezing voor de deur leek het mij aardig dit boekje weer eens te herlezen. Ik kocht en las het boekje in 1994, aan de vooravond van de verkiezingen die zouden leiden tot Paars 1, toen de politiek een frisheid had die ik erg aangenaam vond.
De Verkiezingshandleiding, het commentariolum petitionis in het Latijns, van Quintus Cicero is een brief aan zijn bekendere broer Marcus Tullius Cicero die in 64 v.Chr. kandidaat was voor de ambt van consul. Inleiding en voetnoten zijn bij elkaar langer dan de daadwerkelijke inhoud maar gelukkig zijn die, met name de inleiding, de moeite waard. De op de achterkant beloofde actualiteit van de handleiding viel nogal tegen, of het moet de Amerikaanse manier van politiek bedrijven zijn:
omgekeerd moeten er als het enigszins mogelijk is, schandalen onthuld worden over de misdaden, het sexleven en de corruptie van je tegenstanders, al naar gelang hun karakter.
Wat dat betreft zet inleiding van de vertalers J.A. van Rossum en H.C. Teitler meer aan tot denken:
Er zijn dan ook geleerden die de verkiezingen in wezen beschouwen als een schertsvertoning. Het zou niet de bedoeling zijn geweest dat de kiezer invloed uitoefende op het gevoerde beleid, maar het ging er slechts om de machtspositie van een kleine kliek te legitimeren.
Laat dat nu precies zijn hoe ik momenteel tegen het hele verkiezingscircus aankijk.
(Quintus Cicero – Verkiezingshandleiding)