Een beetje misleidend is het wel. Met een voorwoord van Jan Wolkers staat er voor op de bundel Verhalen van Edgar Allan Poe. Dat voorwoord blijkt echter het essay De bretels van Jupiter te zijn, verschenen in het NRC Handelsblad van 24 december 1987, in 1991 in de bundel Tarzan in Arles en in 2001 in de verzamelde essays De schuimspaan van de tijd. Niks nieuws onder de zon dus. Maar goed, ik las het nooit eerder, dus waar klaag ik over?
De bretels van Jupiter is een prachtige inleiding. In zijn typische stijl verhaald Jan Wolkers hoe hij in de oorlog tijdens het lezen van Poe ontdekt dat er een joekel van een fout zit in het verhaal The Gold-Bug. Na het voorwoord wil je niets liever dan meteen beginnen aan De goudkever. En een prachtig verhaal is het, De goudkever, ondanks die overtuigend bewezen fout. Hoewel, zelf zou ik het nooit ontdekt hebben.
Ook de andere 29 verhalen in deze bundel zijn mij goed bevallen. Opvallend vaak fris, ook al zijn de verhalen zo’n 150 jaar oud. Eigenlijk maar goed dat zo’n uitgever er voor kiest om een oud essay tot voorwoord te bestempel, anders had ik het nu niet, en misschien wel nooit gelezen.
(Edgar Allan Poe – Verhalen)
