Een beetje dubbel gevoel hou ik over aan Hier viel Van Gogh flauw | Frans dagboek van A.F.Th. van der Heijden. Enerzijds een fascinerende inkijk in de keuken van een groot schrijver, anderzijds een wel heel fragmentarisch stapeltje autobiografische aantekeningen.
Om met het laatste te beginnen. Bij het woord dagboek verwacht ik een chronologisch overzicht over een periode. Zoals Jan Wolkers zijn dagboeken schrijft. Elk dag, “al is het maar het medicatie gebruik“. Van der Heijden heeft het over aantekeningen die “uitgewerkt” moeten worden. Lappen tekst zijn het, met complete gesprekken minutieus uitgewerkt.
Ik begin te schrijven: eenvoudige aantekeningen over het begin van deze dag, in de hoop dat ik tzt (liefst in een verre toekomst) flarden van deze dag heel helder, tot in het kleinste detail voor me zal zien. IJdel bedrijf.
…
Goed, het moge vreemd lijken, een dag zo tot in detail te willen vasthouden in machteloze taal; veel vreemder is het nog een ooit intens beleefde dag geheel en al kwijt te zijn, compleet uit het geheugen gewist.
Minutieus en tegelijkertijd fragmentarisch. Dit Frans dagboek betreft slecht notities gemaakt tijdens vakanties in Frankrijk. Van 1969 tot 1999. Maar dan ook weer niet iedere vakantie in Frankrijk in die dertig jaar. Of de volledige vakantie van een bepaald jaar. Fragmentarisch dus.
Wat het evengoed wel de moeite waard maakt is de herkenbaarheid van sommige scènes, de ontmoeting met Leentge in 1973 wat terugkomt in Vallende ouders, en de werkzaamheden aan diverse romans, in 1987 Advocaat van de hanen en in 1989 Weerborstels.
En fascinerend, zo’n ogenschijnlijk onschuldige gebeurtenis in Parijs, 7 mei 1987, zittend in Café Wepler:
Aan mijn glas zuigend kijk ik naar buiten, waar net de zon is doorgebroken. In het strijklicht passeert, dicht langs de grote ruit van Wepler, Roman Polanski. Ik heb zijn autobiografie uit 1984 gelezen, dus ik had (hoewel zijn mededelingen daarover schaars en weggemoffeld zijn) bedacht kunnen zijn op zijn geringe lengte. Hij is zeker niet groter dan 1 m 57 – en met die constatering doet de verticale meetlat zijn intrede in ‘s mans tragedie. De moordenaar van zijn vrouw, Charles Manson, meet naar eigen zeggen ’1 m 56, maar dan moet ik wel een beetje smokkelen door mijn hielen van de grond te doen’.
De regisseur is alweer voorbij. Hij liep snel, het hoofd ietwat achterover, Pinocchioneus in de wind. Bestaat het, ook buiten de banale synchroniciteit, dat twee even oude mannen van gelijke, ongewone lengte (nauwelijks groter dan dwergen), de een uit communistisch Polen komend, de ander uit federale kerkers in de VS, elkaar zonder het zelf te weten jarenlang zoeken – om elkaars leven onherstelbaar te penetreren? Dubbelgangers, de een uit het goede hout gesneden, de ander rot als een mispel.
Waar dit gedachte experiment toe zou leiden is inmiddels bekend.
(A.F.Th. van der Heijden – Hier viel Van Gogh flauw)