De afgelopen twee weken las ik De beproeving van Stephen King. Die las ik al eens eerder, dik 20 jaar geleden. Toen was dat een boek van 520 bladzijden, nu heeft de paperback er 1010, de pocketuitgave die ik las zelfs 1230. Als gevierd schrijver kan je nog eens een niet herziene versie op de markt brengen. Na lezing vraag ik mij vooral af hoe die verkorte versie moet zijn geweest, waarschijnlijk hou je dan alleen een verhaaltje over goed versus kwaad over.
De beproeving is meer dan een goed versus kwaad verhaal. Dat is het ook, maar niet het belangrijkste. Drie verhalen worden er verteld. Het eerste is een aanklacht tegen het gerotzooi met biologische wapens. In De beproeving gaat het fout, breekt een verschrikkelijke ziekte uit en raakt vrijwel de gehele wereldbevolking uitgestorven. Hoe reageer je als overheid? Hoe hou je alles onder de pet? Stephen King schetst een realistisch en beangstigend beeld.
Deel twee is sociologie. Hoe overlevenden samenklonteren, samenwerken en een nieuwe maatschappij opbouwen. Hoe voorkom je dezelfde valkuilen te graven waar de oude maatschappij uiteindelijk aan ten onder is gegaan? Wat doe je met tegengestelde belangen? Openheid van zaken geven versus het voorkomen van angst onder de massa, veiligheid versus vrijheid? Actuele vragen waarbij het boek mooi kan dienen als laboratorium.
En tot slot het al oude goed versus kwaad verhaal. Slechts 200 bladzijden zijn daar voor nodig, hoewel er in de eerste twee gedeelten al de nodige voorzetjes worden gegeven. Tolkien is ook hier de inspiratiebron, maar zonder dat het ook maar enig moment een LotR kloon wordt. Het is ook het minste gedeelte, King heeft een noodgreep nodig om het verhaal tot een goed einde te brengen, want hoe de Trashcan man die atoombom boven krijgt is werkelijk niemand duidelijk.
De snoodaard van het verhaal, Randall Flagg, duikt ook weer op in De Donkere Toren, wat een reden was dit boek te herlezen.
(Stephen King – De beproeving)
