De ontdekking van de hemel las ik ergens in 1994. Vanaf dat moment heb ik dat boek altijd als een van mijn favoriete boeken bestempeld. De verfilming uit 2001 zag ik in de bioscoop, en ook een paar maal op dvd. Twee jaar geleden besloot ik het boek weer eens te willen lezen, in 2007 werd het bovendien ook nog eens verkozen tot “Beste Nederlandstalige Boek Aller Tijden” (voor wat dat waard is) en schreef Elsbeth Etty ter gelegenheid van Harry Mulisch zijn tachtigste verjaardag een vervolg/aanvulling onder de titel Maak jezelf maar klaar. Nu, met Logboek in aantocht (dagboek 1991/’92 de jaren waarin De ontdekking van de hemel werd geschreven), word het hoog tijd om eindelijk eens dat boek te herlezen.
Het begin van het begin (20-23 januari)
Dit keer lees ik niet de 7de druk (gebonden, met leeslint), maar de 18de druk uit de verzamelbox De romans (een handzame tweedelige editie). Vooral de eerste 100 bladzijden heb ik veel last van de verfilming, steeds zie ik met name Stephen Fry voor me als ik de naam Onno lees. Ook valt nu pas hoeveel er veranderd is in de film ten opzichte van het boek.
Het levensverhaal van Max lijkt als twee druppels water op dat van Mulisch zelf. En er zitten wel meer autobiografische elementen in. Het bezoek aan Cuba bijvoorbeeld, waar Mulisch zelf ook ooit was. En in de schrijver, de schaker en de componist die een paar keer opduiken herken ik wederom Mulisch, Jan Hein Donner en Louis Andriessen.
Vonk is verwerkt in de Proloog en de afsluiting van eerste deel De opdracht.
Het einde van het begin (23-27 januari)
Het moment van het auto ongeluk vind ik één van de allerbeklemmendste stukken uit het boek. Bij herlezing (en misschien ook wel door de verfilming) weet je veel meer wat er komt, ik merkte dan ook dat ik bij dat gedeelte langzamer ging lezen om het maar niet te laten gebeuren. Tegenhouden kan natuurlijk alleen maar door het boek dicht te slaan.
Er staat mij bij dat Ada op enig moment (een van de) cellosuites van Bach speelt, die muziek associer ik altijd met dit boek. Nu zit er een hoop muziek in het boek, en ook Bach wordt een keer vermeldt, maar geen cellosuites. Misschien in de film, Bach is bij het grote publiek bekender dan Janáček.
Mede door A.F.Th. valt het hergebruik van de volgende passage op:
hij voelde zich als iemand die bij oorlogsdreiging van het ene moment op het andere besloot te emigreren, ver weg: naar een land, dat niet werd aangeduid door de vinger uit te strekken naar enige windstreek, maar alleen door naar het nadir te wijzen, loodrecht omlaag, naar de tegenvoeters: zo ver weg als mogelijk, daar waar de bomen naar beneden groeien, mens en dier ondersteboven tegen de aarde plakten en de stenen omhoog vielen.
Daar is de doorstoken globe weer.
Het begin van het einde (27-30 januari)
Het mooiste gedeelte van het boek wat mij betreft, en ook het deel wat het meest verminkt is door de film. De jeugd van Quinten op kasteel Groot Rechteren, met al die wonderlijke figuren die daar wonen. In de film hebben die nauwelijks een rol van betekenis, waardoor het vreemd is dat Quinten eenmaal in Rome zoveel weet en kan.
Wonderlijk ook hoe Mulisch met tijd om gaat. Het totale verhaal beslaat 18 jaar en 3 maanden, de eerste twee delen hebben betrekking op de eerste 14 maanden, het laatste deel beslaat zo’n 4 weken. Dit derde deel beslaat de overige 17 jaar. Toch is het nergens vluchtig.
Of ik de eerste keer dat ik DOVDH las zoveel begrepen heb van alle verwijzingen naar filosofen, architecten, beeldhouders e.d. betwijfel ik. Toen was er nog geen google waarmee je simpelweg een ontwerp van Boullée kon opzoeken. Nu zou je zelfs een googlemap kunnen maken met daarop alle locaties uit het boek.
Het einde van het einde (30 januari – 2 februari)
Of: hoe Mulisch al een literaire zoektocht naar de ark beschreef ver voor dat door Dan Brown gepopulariseerd werd.
Otto Weininger wordt geciteerd, de gehoornde Mozes van Michelangelo (die ook een rolletje speelt in De twijfel van Salaì) komt langs, alle verhaalijntjes, ontdekkingen en bevindingen komen bij elkaar in een spannend en overtuigend slot.
Conclusie: de film blijkt toch veel meer van het boek af te wijken dan ik altijd dacht, in de 7 jaar tijd tussen lezen en kijken vergeet je toch behoorlijk wat. De ontdekking van de hemel blijkt ook bij herlezing na zoveel jaar een heel goed boek, terecht één van mijn favoriete boeken en niet geheel ten onrechte vorig jaar bekroond tot Beste Nederlandstalige Boek Aller Tijden.
(Harry Mulisch – De ontdekking van de hemel)