Gelijktijdig met Serpentina’s pettycoat lees ik de verzamelde essays van Jan Wolkers. Mede daardoor valt op dat Wolkers bij zijn debuut nog sterk onder invloed staat van Edgar Allan Poe. Ook het andere grote voorbeeld van Wolkers, Multatuli (over beide inspiratiebronnen gaat het essay De beet van de tarantula), komt langs in het eerste verhaal Het tillenbeest:
Wij zijn thuis orthodox. Ik heb mijn moeder dus nooit anders gekend dan zwanger en zogend. Ze had heel wat te tillen. Multatuli zou ze kunnen zeggen.
Wat een compact oeuvre heeft Wolkers toch. Eigenlijk draait alles om die eerste twintig, dertig jaar uit zijn leven, steeds weer verwerkt tot nieuwe verhalen. Of essays, want daarover kan je hetzelfde zeggen. De vierentwintigste druk van Serpentina’s pettycoat is gecompleteerd met illustraties die Wolkers in de hongerwinter maakte, die weer uitgebreid beschreven zijn in het essay In de schaduw van het voorgeslacht, waar ook een passage in voorkomt over de gezinshulp die een hoofdrol speelt in het verhaal Gezinsverpleging. Zo vullen Serpentina’s pettycoat en De schuimspaan van de tijd elkaar mooi aan.
(Jan Wolkers - Serpentina’s pettycoat)
Tags: Wolkers. Jan

No comments
Comments feed for this article