[Al lezende kreeg deze beschouwing zijn vorm]
Het dertig jarige schrijverschap van A.F.Th. van der Heijden wordt gevierd met de uitgave van de verhalenbundel Gentse lente. 14 verhalen in omgekeerd chronologische volgorde afgedrukt, 14 korte beschouwingen:
Schwantje’s Fijne Vleeschwaren: las ik eerder dit jaar al in Koud Bloed #1 en boeide toen maar matig. Eerlijkheid gebied te zeggen dat ik eigenlijk al geen idee meer had waar het ook alweer over ging. En of een tweede lezing van dit De Tandeloze Tijd gerelateerde verhaal daar verandering in brengt is nog maar de vraag.
Mystery guest: AFTh ontmoet zijn romanpersonage Zora Witlox in de tram, of toch in ieder geval iemand die daar heel veel van weg heeft. De vraag is waar de grens ligt tussen feit en fictie. Verhaal is kort genoeg om te blijven boeien.
Gentse lente: hoe AFTh tijdens een lezing in Gent in zijn onderbroek op straat kwam. Amusant met ook een paar boeiende wetenswaardigheden, hoewel het ook hier de vraag is waar de grens tussen feit en fictie ligt.
Krakelingen met kaneel: liefde door de seizoenen heen, en een nominatie voor de Slechte Seks Prijs waardig. Het minste verhaal tot nog toe, maar ja, om krakelingen geef ik normaal gesproken ook al helemaal niets.
Grote scheep vastgestrand in Geuldalrivier: AFTh schrijft toch opvallend vaak over misdaad. In dit verhaal speelt het voormalig topmodel Rita Sabbe, bijgenaamd Sabberita een rol. Eerder speelde zij een rol in De Movo Tapes en in de in 1998 beperkt verschenen novelle Sabberita. Of dit verhaal daarmee een Homo Duplex gerelateerd verhaal is blijft onduidelijk.
Uitdorsten: het requiem voor zijn moeder. Verscheen eerder samen met De sandwitch en Asbestemming onder de titel De requiems (in 2003) en vorig jaar nog als losse uitgave. Volgens de “kenners” op het AFTh forum bevat deze versie een extra hoofdstuk. Dat zou wel eens hoofdstuk 22 kunnen zijn, dat is namelijk exact gelijk aan de bijdrage die AFTh exclusief schreef voor Groeten van Rottumerplaat.
Professie: bergredenaar: nog een requiem, voor Johnny “the selfkicker” van Doorn dit keer. Bij verhalen denk ik eerder aan fictie dan aan dit soort non-fictie. Evengoed wel een boeiend portret.
De magneetvrouw: eentje uit de afdeling erotische vertellingen, zoals Krakelingen met kaneel maar dan beter.
Weerborstels: net als Schwantje’s Fijne Vleeschwaren een Geldrop/De Tandeloze Tijd verhaal. Blijft een mooie schets van een arbeidersgezin in de jaren ’60/’70. Wat mij deze keer opvalt is hoe de oogkwaal van oom Robert omschreven wordt:
Bij oom Robert, de jongste van zeven “Bertjes” Egberts, was het zijn doorstoken oog waardoor hij het liefst permanent onzichtbaar had willen zijn.
Doorstoken oog of doorstoken globe, wat is het verschil behalve het formaat?
Dichters slaags: AFTh op tournee tijdens de boekenweek.
“Haft. Netvleugelige eendagsvlieg.Ephemera vulgata. Van der Heijden, A.F.Th. was toch de naam? Uw initialen vormen vast niet toevallig het anagram van de eendagsvlieg… Haft zal ik u voortaan noemen. Maar leest u toch verder!”
Zou daar het idee van Het leven uit een dag uit voortgekomen zijn?
Brief aan de dirigent: AFTh. componeert een symphonie voor het concertgebouw, in een brief aan dirigent E.
Adagio: over Egbert Egbertse, dus ook weer een De Tandeloze Tijd verhaal.
Het Byzantijnse kruis: fragment in ruwe vorm van De slag om de Blauwbrug. Doet beseffen dat De Tandeloze Tijd wel biografisch lijkt, maar dat toch niet geheel is.
De gebroken pagaai: geschreven toen AFTh nog Patrizio Canaponi heette. Duidelijk nog zoekende naar een eigen stijl, en gelukkig heeft die ook gevonden. Duizend pagina’s Schervengericht in dit proza zou ik nooit uitgelezen hebben. Toch is ook hier al sprake van oom Hasje, en zijn schilder hulpje Hans ter K. die eerder in Dichters slaags AFTh. voor eendagsvlieg uitmaakt. Werkelijk alles lijkt met elkaar verweven.
(A.F.Th. van der Heijden – Gentse lente)