De wilde detectives

Precies een maand heb ik er over gedaan om De wilde detectives van Roberto Bolaño door te werken. Een onmogelijke hoeveelheid personages, de een nog gekker dan de ander, een massa locaties, Mexico DF, Barcelona, Llorett, Mallorca, Parijs, Wenen, Angola, Rwanda en Liberia om maar eens een paar plaatsen te noemen, maar waar het aan ontbreekt is verhaal. De wilde detectives gaat werkelijk nergens over. Het eerste en laatste deel, het dagboek van de jonge dichter García Madero, kan je met enige fantasie nog lezen als de zoektocht naar een verdwenen dichteres zoals de achterflap beloofd, maar het ruim 300pagina’s tellende middendeel is niets meer en minder dan een poging tot mythevorming rond de dichter Arturo Belano, het literaire alter ego van schrijver Roberto Bolaño zelf. Jezelf groter schrijven dan je bent, niets meer of minder.

Ergens verteld een van de personages een kort verhaal van de science fiction schrijver Theodore Sturgeon na, bekend om zijn “wet”:

Ninety percent of science fiction is crap, but then, ninety percent of everything is crap.

Die wet gaat ook goed op voor De wilde detectives: voor 90 procent troep, maar die resterende 10 procent is toch wel de moeite waard.

(Roberto Bolaño - De wilde detectives)

Tags: