Het is een en al dichters wat ik lees. Behalve drie romans van dichters, Sebastian Barry, Mark Boog en Anna Enquist las ik een roman over dichters, De wilde detectives en negen gedichten van Antjie Krogt. En dan ligt er ook nog een bloemlezing van J.A. dèr Mouw op het nachtkastje.
Bij Zwaan kleef aan dacht ik in eerste instantie dat Henny Vrienten zelf aan het dichten was geslagen.
Nachtzuster, wat moet ik zonder jou beginnen
Nachtzuster, ik brand van binnen
Maar nee, Zwaan kleef aan is een bloemlezing, samengesteld zoals Vrienten zelf poëzie leest. Het ene gedicht roept associaties op met het volgende. Het levert een uiterst gevarieerde bloemlezing op, en de korte toelichtingen van Vrienten halen weliswaar niet het niveau van Gerrit Komrij maar zijn desalniettemin de moeite waard.
(Henny Vrienten – Zwaan kleef aan)
