Laagland

Toen vorig jaar de eerste recensies van Netherland, was ik gelijk nieuwsgierig. Allereerst door de titel, vervolgens door de bio van schrijver Joseph O’Neill (Turkse moeder, Ierse vader, opgegroeid in Nederland, gestudeerd in Engeland en tegenwoordig werk- en woonzaam in het Chelsea Hotel in New York). Al snel werd het boek gezien als dé kanshebber voor de Booker prize, maar wonderlijk genoeg werd een plek op de shortlist niet behaald. Uiteindelijk werd Laagland met de PEN/Faulkner Award bekroond. Gek genoeg wist de Nederlandse vertaling weinig aandacht te genereren. Waar het boek in Amerika een bestseller was, en zelfs van Barack Obama is bekend dat hij het boek las, verdween het boek hier onder de grote stapel boeken die elke week weer van drukpersen afrolt.

Onterecht, en een beetje gek ook, aangezien de hoofdpersoon een Nederlander is die ook nog enkele herinneringen aan zijn jeugd in Den Haag ophaalt. De herkenbaarheid zou voor Nederlanders net even iets groter moeten zijn. Maar Laagland is meer dan wat jeugdherinneringen aan Den Haag. Laagland is New York na 9/11, het leven in het Chelsea Hotel, de binding van immigranten dankzij cricket, een relatiedrama, vliegen met google earth. En dat alles in een verhaal met een kop en een staart.

(Joseph O’Neill – Laagland)

De luistervink

Niet eerder las ik wat van John le Carré. Wel zag ik The constant gardener, een prima film, en las lovende recensies over dat boek. Maar aangezien De luistervink ook over Afrika gaat en ik dat verhaal nog niet als film gezien had besloot ik die te lezen. Dat viel wat tegen.

De eerste 200 bladzijden zijn min of meer inleiding, pas dan vormt er eindelijk iets van een plot (maar nog erg mager). Bovendien is hoofdpersoon Bruno Salvador een onuitstaanbaar pedant mannetje. Ooit De toegewijde tuinier maar eens lezen en hopen dat dat dan beter bevalt.

(John le Carré – De luistervink)

De vijfde vrouw

Door die BBC verfilmingen van Wallander van een tijdje terug besloot ik ook weer eens een Wallander te willen lezen. Het werd De vijfde vrouw. En zoals altijd bij Henning Mankell hink ik op twee gedachten. Enerzijds is het razend spannend en vlieg je door het boek heen, anderzijds is het ook dit keer weer te dik, met teveel zaken die er te weinig te doen.

Qua verhaal heeft het heel veel weg van De vrouw met de moedervlek. Maar waar Håkan Nesser het verhaal in 285 bladzijde verteld, heeft Mankell er 300 meer nodig. Die gaan grotendeels op aan zuchten, doorwaakte nachten vol vertwijfeling, het veelvuldig luchten van de vergaderruimte tijdens het zoveelste werkoverleg en aan weinig ter zaken doende verhaallijnen, die bovendien uiteindelijk niet afgerond worden, met huurlingen en een Afrikaanse schedel in een kluis. En dan heeft Mankell het zich qua soap gehalte nog rustig gehouden. Er is weliswaar aandacht voor de reis naar Rome van Wallander en zijn vader, en de oude man sterft vervolgens ook nog, maar het is ditmaal niet zo overheersend aanwezig als in eerdere boeken. Tegelijkertijd is De vijfde vrouw veel spannender dan De vrouw met de moedervlek. Nu heb ik nog twee ongelezen Wallanders over, die ik dan weer wel als verfilming bij de BBC gezien heb. Nog maar een tijdje laten rijpen dan.

(Henning Mankell – De vijfde vrouw)

Vis

Aanvankelijk leest Vis als een niet opgenomen reportage uit Kamermeisjes & Soldaten om dan toch nog, onverwacht, in een bijzondere novelle te veranderen. Anton Valens schetst een realistisch beeld van de moderne visserij, gezien door de ogen van een student, voorzien van allerlei fraaie citaten over vis en visvangst uit de wereldliteratuur. Als één van de veel gebruikte bronnen verwijst hij bovendien naar één van de mooiste URLs die ik in tijden tegenkwam: visdasgeil.nl.

Vis is tevens boek negen in de categorie Nederlandse literatuur. Eén categorie afgerond.

(Anton Valens – Vis)

Visser

Genomineerde nummer 5 voor de Libris Literatuurprijs 2009. De outsider Rob van Essen. Visser blijkt alweer zijn zesde roman te zijn. Ook deze genomineerde gaat weer over het rumoer op straat. Over een leraar, Jacob Visser, die iets zegt voor de klas, maar wat precies wordt nooit helemaal duidelijk. Dat moet je uit de krant vernemen, en van een enkele leerling, maar zoals een paar keer wordt vermeld “de dingen komen heel anders in de krant dan je ze zegt”. Neemt niet weg dat een aantal jongeren zich verenigd in de Visserjeugd, met bijpassende kleding en al, en een synagoge in de fik steekt.

Van de straat is deze roman zeker, maar veel meer dan waarnemen doet van Essen niet. Na een sterk begin vol onderhuidse spanning zakt het boek langzaam weg in vage handelingen en vraag je je na afloop af wat de schrijver nu eigenlijk wil zeggen.

(Rob van Essen – Visser)