Iemand, niemand en honderdduizend

Een recensie van Arnon Grunberg bracht deze roman van Luigi Pirandello onder mijn aandacht. Recensies van Grunberg zijn wel vaker goed voor een aanschaf. Toch ligt zo’n boek dan nog zeker twee jaar ongelezen in de kast.

Zonde eigenlijk, want Iemand, niemand en honderdduizend is een prettig geschreven roman die evengoed behoorlijk aan het denken zet. De vrouw van Vitangelo Moscarda zegt dat zijn neus scheef staat, zelf had hij dat nog nooit gezien. Maar als mijn vrouw mij zo ziet, hoe zien anderen mij dan? En zie ik mijzelf wel? Het leidt tot een ontdekking van de identiteit en een ontbinding van de persoonlijkheid waarbij Vitangelo zich met regelmaat tot de lezer zelf richt. De humor maakt alles aangenaam dragelijk.

(Luigi Pirandello – Iemand, niemand en honderdduizend)

Maandagskinderen

Maandagskinderen was het debuut van Arnaldur Indriðason. En wat is hij als schrijver gegroeid als je Maandagskinderen vergelijkt met het bekroonde Moordkuil.

In Maandagskinderen is hij duidelijk nog zoekende. Erlender is slechts een schim, Pálmi is wat dat betreft veel meer de hoofdpersoon en eigenlijk ook veel meer uitgewerkt dan Erlendur zelf, de plot is vergezocht en het verhaal eindigt ook wat abrupt. Daar staat tegenover dat de laatste 80 bladzijden wel bijzonder spannend zijn. Ach, prima debuut eigenlijk.

(Arnaldur Indriðason – Maandagskinderen)

De kleine keizer

De kleine keizer is met voorsprong het beste boek ooit van Martin Bril. Niet voor niets bekroond met de VPRO Bob den Uyl prijs 2009, een dag voor zijn overlijden. En toch verschilt het niet veel van andere boeken. Ook hier stukjes voor de krant, De Morgen en De Volkskrant in dit geval, verzameld rond één thema. Het verschil met bijvoorbeeld Een plek onder de zon of Schitterend blauw moet dan haast die “passie” uit de ondertitel zijn.

Chronologisch verhaalt Martin Bril over Napoleon Bonaparte, vanaf zijn geboorte op Corsica tot aan zijn sterfbed op St. Helena met al die beroemde veldslagen daar tussen. Maar dan wel op die typische Bril manier, met aandacht voor de voorjaarsbloeiers bijvoorbeeld (“Hup, je ratst een bosje tulpen mee. Kleur doet er niet toe. Als er maar een cellofaantje omheen zit.”), eten onderweg (over het dorp Waterloo: “Je kunt er prima oesters eten”), of tinnen soldaatjes (“Hij is veel zwaarder dan je van zo’n klein poppetje zou denken, maar dat is het lood, hetzelfde spul waar ze kogels van maken. Dat schiet dan altijd even door me heen.”). Klein nadeel is dat Bril er van uitgaat dat iedereen maar de Franse taal machtig is, er wordt nogal druk geciteerd uit gelezen boeken. Een paar voetnoten met vertaling had wel prettig geweest.

(Martin Bril – De kleine keizer)

Het Keuriskwartet

Een klarinetkwartet vernoemd naar de in 1996 overleden componist Tristan Keuris, die echter nooit een klarinetkwartet schreef. Wel een kwartet voor saxofoon en een concertino voor basklarinet en strijkkwartet. Maar dus niet voor 3 klarinetten en een basklarinet. Sowieso een vreemde en niet erg gebruikelijke combinatie, zo’n klarinetkwartet.

Anja Sicking studeerde zelf ook klarinet aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, net als de vier leden in deze novelle. Het Keuriskwartet was haar literaire debuut en gelijk goed voor de Marten Toonder/Gertjan Lubberhuizenprijs 2001. Gek genoeg was die prijs dan niet voldoende voor een herdruk, de derde druk die ik nu las verscheen in 2009 als pocket uitgave.

(Anja Sicking – Het Keuriskwartet)