Het ei van Salaì

Het ei van Salaì is het tweede deel rond de stiefzoon van Leonardo da Vinci en speelt zich zeven jaar na de gebeurtenissen in De twijfel van Salaì af. Nog steeds valt er genoeg te lachen en zijn er een hoop knipogen naar allerlei historische feitjes en toch valt het allemaal een beetje tegen.

Historisch is het allemaal een beetje mager, Rita Monaldi en Francesco Sorti hebben er dit keer voor gekozen om enkele pseudo historici van repliek te dienen die met allerlei beweringen komen over de wie Amerika ontdekt heeft. Verhalen over Christoffel Columbus die een buitenechtelijke zoon van paus Innocentius VIII zou zijn, die ook heimelijk betaald zou hebben voor de overtocht, en bovendien nog tempelridder ook. En verhalen dat Columbus helemaal niet diegene is die Amerika ontdekt heeft maar dat het altijd al bekend is geweest met Schotten, Vikingen en Indianen die continue heen en weer aan het varen waren tussen de continenten. Monaldi & Sorti maken in het nawoord, slechts 6 pagina’s ditmaal, korte metten met al deze theorieën.

Dus geen sappige historische ontdekkingen dit keer, en bovendien is Salaì meer bezig met votsen dan met speuren. De twijfel van Salaì blijkt tot 2 kinderen te hebben geleid en ook dit keer rijgt hij weer menig dame aan zijn spit, zoals hij dat placht te zeggen. Als dat zo door gaat komt er vanzelf een De kinderen van Salaì uit de pen van Monaldi & Sorti. Als vader doet Salaì het zo slecht nog niet, getuige het verhaaltje voor het slapen gaan:

Ziezo lieve kinderen besloot ik, dit was de geschiedenis van het ei van Columbus waarvan jullie kunnen leren dat grote mannen soms ook geweldige leperds zijn die de waarheid naar believen naar hun hand zetten. Dus als jullie de meest ongewone feiten uit de geschiedenis horen moet je er niet te veel op afgaan want misschien schuilt er wel een mooie leugen achter, die niemand na tien of twintig jaar meer kan ontdekken laat staan na vijftig of honderd, begrepen?

(Monaldi & Sorti – Het ei van Salaì)

High Fidelity

High Fidelity is de ‘popmuziekroman’ van Nick Hornby uit 1995 en gaat over de vijfendertigjarige Rob Flemming, eigenaar van een zieltogende platenzaak.

Aldus Joost Zwagerman in zijn essay Tussen High Fidelity en popfundamentalisme (te vinden in de essaybundel Perfect day). Nadat ik High Fidelity uitlas herlas ik het essay ook nog eens. Het lijkt wel of Zwagerman een totaal ander boek gelezen heeft dan ik. Hij leest een roman die voornamelijk gaat over mannen die op bijna beschamende wijze met muziek bezig zijn en voor vrouwen nauwelijks tijd hebben, ik lees, alweer, een roman over relatieproblemen. Wat mij betreft valt High Fidelity vooral te vergelijken met Proeven van liefde van Alain de Botton, maar dan zonder de filosofische uitstapjes. Dicklit met een leuke soundtrack.

(Nick Hornby – High Fidelity)

De kille maagd

Een historische roman gedateerd noemen klinkt misschien wat vreemd maar toch is het dat wat al snel in mij opkwam bij het lezen van dit broeder Cadfael avontuur. Of dat nu komt omdat De kille maagd oorspronkelijk in 1982 verscheen, en geschreven werd toen Ellis Peters tegen de 70 aanliep, of dat dat door de vertaling komt is niet geheel duidelijk.

Het verhaal van De kille maagd heb ik eerder gezien in een aflevering van Brother Cadfael, en ik denk dat ik de verfilming voor de verandering een keer beter vond dan het boek. Denk, want dat ik de televisie uitzending zag is ook alweer een tijdje geleden. Evengoed heb ik mij best vermaakt met het boek, leuke twist ook, met Cadfael die er achterkomt dat hij een zoon heeft.

(Ellis Peters – De kille maagd)