De Godenmakers

Ooit vergeleek ik Het lied van ijs en vuur van George R.R. Martin met de Duin boeken van Frank Herbert. Eigenlijk had ik die dit jaar willen herlezen, in ieder geval het eerste deel, maar ik ga dat niet redden, qua tijd. De Godenmakers is qua omvang net even beter te behappen.

De Godenmakers is weer zo’n boek in alternatieve spelling, zoals eerder de eerste drie Duivelsprinsen van Jack Vance (zie De sterrenkoning). Copyright Nederlandse vertaling 2001 J.M. Meulenhoff bv, Amsterdam. Maar na enige naspeuring blijkt de vertaling van Lucien Duzee eerder te zijn uitgegeven door uitgeverij Born in 1978, en door uitgeverij Het Spectrum in 1984 en in 1994. De vertaling stamt dus uit 1978.
Het is bij De Godenmakers niet alleen de C die door een K vervangen wordt, (in bijvoorbeeld aksepteren, kreatie en woonkompleks) maar ook de X die wordt vervangen door KS, (in bijvoorbeeld eksotische, eksplosie en ekskuseer), de Q door de KW (in akwarium en konsekwentie) en zelfs de Y door IE (in samenzweerderstiep). Deze alternatieve spelling zorgt er voor dat ik toch net wat vaker een zin moet herlezen.

Vergeleken met Duin valt De Godenmakers erg tegen. Het verhaal is rijk aan ideeën maar het ontbreekt een beetje aan samenhang. Ook weer niet zo heel gek, De Godenmakers is een samenvoeging van vier korte verhalen met één en dezelfde hoofdrolspeler. Het zijn vooral de inleidende woorden bij ieder hoofdstuk, vaak opgetekende fragmenten van gesprekken met een van de karakters over onderwerpen als oorlog, vrede, politiek en religie, die dit boek toch de moeite maakt.

Als u een buitenstaande macht in het leven roept om vrede af te dwingen, zal die buitenstaande macht steeds sterker worden. Ze heeft geen alternatief. Het onvermijdelijke resultaat is dan een eksplosie, alles vernietigend en chaotisch. Zo gaat het in ons universum.

Een parallel met Irak of Afghanistan is niet moeilijk te trekken.

(Frank Herbert – De Godenmakers)

Een storm van zwaarden: Bloed en goud

Aanvankelijk kabbelt de tweede helft net zo kalmpjes voort als de eerste helft, maar als na zo’n honderddertig bladzijden dan toch eindelijk de actie losbarst, barst die ook goed los. Net als in De strijd der koningen volgen er een aantal volslagen krankzinnige plotwendingen: koning Robb Stark vermoord, tijdens de bruiloft van zijn oom, en vrouwe Catelyn, zijn moeder en een van de stemmen die het verhaal vertellen, eveneens de keel doorgesneden. En dan zie ik de Starks nog altijd als de helden van dit epos.

Ook koning Joffrey vindt de dood, op zijn eigen bruiloft nog wel, maar wie daar achter zit blijft duister. Dat wekt dan toch weer wat minder verbazing maar toch ook hier de vraag: wie blijft er nog over na zoveel doden?

De vraag of ik het Het lied van ijs en vuur verder moet lezen, of dat ik het voor gezien moet houden blijft lastig te beantwoorden. Aan de ene kant leest het vlot weg en zit het verhaal vol bizarre plotwendingen, complotwendingen!, anderzijds heb ik met de twee helften Een storm van zwaarden ruim 1100 bladzijden tekst gelezen zonder het gevoel te hebben een verhaal gelezen te hebben, met een kop en een staart.

(George R.R. Martin – Een storm van zwaarden: Bloed en goud)