Op drift in paradoxen

Als er iets tegen is gevallen aan die 999 Challenge dan wel de categorie Science Fiction. Of het waren filosofische verhandelingen met een slecht plot, of het waren hooguit spannende jongensboeken. Op drift in paradoxen van Charles Harness is een beetje van beide. Bordkartonnen karakters ruziën over de vraag wie er straks aan boord gaat van een supersonisch ruimteschip dat over vijf jaar geleden is neergestort. En ja, die zin die klopt. Zo’n boek. Voorin het boek staat een kleine biografie van Charles Harness waarin vermeld dat hij Op drift in paradoxen schreef om zijn doktersrekeningen te kunnen voldoen. Eigenlijk mag je het niet zeggen, maar het is jammer dat die dokter blijkbaar zo succesvol het leven heeft weten te rekken…

(Charles Harness – Op drift in paradoxen)

Wat is de Wat

Wat is de Wat was het eerste boek dat ik voor mijn Afrika categorie klaar had liggen, maar steeds weer las ik wat anders, bang dat dit boek een soort Duizend schitterende zonnen zou zijn. De quote voorop het boek van Khaled Hosseini deed het ergste vermoeden. Duizend schitterende zonnen was een prima boek maar ook enigszins ongeloofwaardig met al dat leed van een heel land samengevat in één leven. Gelukkig maakt Dave Eggers van Wat is de Wat geen waargebeurde woensdagavond film.

De schuld voor wat de Soedanezen overkwam, bleek overal te liggen. En hoe duidelijker we begrepen dat ons lot verbonden was met talloze problemen overal ter wereld, hoe meer inzicht we kregen in het web van geld, macht en olie dat ons leed mogelijk had genaakt, en hoe sterker het gevoel werd dat er nu toch wel snel iets zou worden ondernomen om Zuid-Soedan te redden.

De hele ellende van Zuid-Soedan zit in het verhaal van Valentino Achak Deng verwerkt, maar door de manier van vertellen wordt het nergens een zwaarmoedig gebeuren. En een hoop herkenning ook vanuit de tijd dat ik met minderjarige asielzoekers werkte. De vele verjaardagen op 1 januari, hoewel die ook op andere 1ste dagen van het kwartaal voorkwamen. Valse namen en leeftijden omdat dat op enig moment voordeel oplevert. Overigens nooit een asielzoeker uit Soedan ontmoet.

(Dave Eggers – Wat is de Wat)

December

Eerst had hij het geweten aan de tijd van het jaar: december was niet haar favoriete maand. Te vroeg donker, te veel feestdagen, te veel gesoebat van ouders, niet alleen de hare ook de zijne, of ze kwamen eten, of ze kwamen slapen.

Er zijn zoveel mensen voor wie die decembermaand een Mont Ventoux is dat je wel eens denkt “kunnen we dat niet gewoon beter overslaan?” Vonne van der Meer schreef een boek vol verhalen over dit soort bergbedwingers, getiteld December. En wederom doet ze waar ze goed in is, verhalen vertellen. In zeven verhalen schetst ze een aantal boeiende personages zoals alleen zij dat kan. Een boek waar je in begint om het vervolgens niet meer weg te leggen. En ja, het heeft enigszins een Libelle gehalte. En ja, het geloof is ook nooit ver weg.

Met zijn vieren spanden we ons in de kleine Tom, de benjamin van ons gezin, voor het geloof te behouden.

Zelfs als het over Sinterklaas gaat zit er een evangeliserende ondertoon in. Desondanks prima vermaak. Ik moest de eilandtrilogie ook maar eens herlezen.

(Vonne van der Meer – December)

Geheim dagboek 1984-1987

“Volg jij @GeheimDagboek?” kreeg ik als vraag op twitter. Het antwoord was nee. Ik heb Hans Warren ooit eens op televisie gezien en op mij maakte hij toen een weinig sympathieke indruk. Een dagboekschrijver die iedereen in zijn omgeving te kakken zet. Maar na een paar dagen @GeheimDagboek gevolgd te hebben raakte ik toch gefascineerd door al die dagboekfragmenten. En gelukkig is er dan een bibliotheek waar je zo’n deel Geheim Dagboek kunt lenen. Het werd deel 16: 1984-1987.

Bij het lezen van de dagboeken van Jan Wolkers heb ik mij wel eens afgevraagd in hoeverre zo’n gepubliceerd dagboek nu overeenkomt met wat er aanvankelijk genoteerd werd, Hans Warren geeft een mooie inkijk in hoe zijn gepubliceerde dagboeken tot stand komen:

Meer en meer beschouw ik de dagboeken zoals ik ze publiceer als een literair kunstwerk. Ik móet de cahiers bewerken, veel ervan is bruikbaar, maar ook is er veel dat kan vervallen. Het is dwaas daarover een slecht geweten te hebben. Ik doe toch hetzelfde met mijn gedichten? Het is volstrekt legitiem. Ik geef de teksten zoals ik ze publicabel acht. Dat ik m’n vroegere zelf en m’n omgeving daarbij soms een andere kleur geef, komt niet alleen mijn visage, maar ook de boeken ten goede. Waarom zou je de echtheid zo ver voeren dat je de lezer gaat vervelen? Dé waarheid kan toch nooit gezegd worden, die bestaat niet.
[22 juni 1984]

Opvallend trouwens hoeveel die dagboeken van Jan Wolkers en Hans Warren met elkaar gemeen hebben. Beide genieten van eten, van beestjes in de natuur, van kunst en muziek, beide hebben kwalen die besproken worden, en beiden een seksleven dat veelvuldig ter sprake komt. Maar bij Wolkers spreekt er een levensvreugde uit die ik bij Warren wel eens mis. Hans Warren voelt zich nogal eens miskend en kan, zoals ik vooraf verwachte, nogal eens onsympathiek en kwetsend naar anderen overkomen. Dat hij het op televisie niet goed doet geeft hij zelf ook toe:

Ik wen ook nooit aan mijn uiterlijk en aan mijn stem. Zojuist naar de Büch-uitzending gekeken. Het viel me mee dat ik geen enkele maal ‘eh’ zei en goed formuleerde. Maar ik zag er verschrikkelijk uit. Dat geknepen mondje, die schrale kop.
[30 oktober 1986]

Wat ik bij Wolkers wel eens mis is continuïteit, ik hoop nog altijd op Dagboek 1973, of Dagboek 1975. Daar heb je bij Hans Warren geen last van. Er zijn 22 delen Geheim Dagboek, van 1940 tot aan zijn dood in 2001. Maar voor nu waren deze 40 maanden, januari 1984 tot en met april 1987, even genoeg.

(Hans Warren – Geheim dagboek 1984-1987)