Twee boektitels doken veelvuldig op in de jaarlijstjes 2010: Vrijheid van Jonathan Franzen en De barbaren van Alessandro Baricco. Vrijheid zal mijn jaarlijstje van 2011 niet gaan halen (of ik moet wel heel erg veel matige boeken gaan lezen) maar halverwege De barbaren weet ik al dat het jammer is dat ik het boek geleend heb in plaats van gekocht. Dit is een boek dat je iedere tien jaar weer lezen kunt. Al zou het dan kunnen zijn dat sommige voorspellingen hopeloos verouderd kunnen zijn.
Het zou allemaal zoveel begrijpelijker zijn als de mensheid nu al van één enkele draadloze, rubberige drager las, waarop naar believen kranten, boeken, strips en allerhande links, en foto’s en films verschenen, dan zou het zoveel makkelijker te begrijpen zijn waarom Flaubert door niemand meer wordt gelezen.
Aan zo’n fragment merk je dat de oorspronkelijke tekst al in 2006 geschreven werd. Nu is er de iPad (sterker nog, die is eerdaags al weer vervangen door een nieuw model) waarop dat allemaal kan. Maar of dat nu de technologische vernieuwing is die het boek zal doen verdwijnen betwijfel ik.
De barbaren is een essay over de geleidelijke teloorgang van ons cultuurbesef. Alessandro Baricco geeft voorbeelden van deze teloorgang met betrekking tot wijn, voetbal en boeken. Zelf moest ik denken aan een artikel in de Volkskrant van Gijbert Kamer vorig jaar maart: Het failliet van de mainstream popcultuur. Maar ook aan Piraterij van Matt Mason. Baricco noemt het muteren, Mason noemt het remixen, maar in wezen hebben ze het over hetzelfde. Mason ziet er toekomst in, Baricco ziet het verleden verdwijnen (overigens zonder een “vroeger-was-alles-beter” zeurpiet te zijn). Een tot nadenken stemmend boek.
(Alessandro Baricco – De barbaren)