Fragment 1:
Een gewoon burger die in staat is zijn koning de juiste adviezen te geven, beschikt natuurlijk over kennis die de monarch eigenlijk zelf behoorde te hebben. Zo iemand verdient dan toch, of hij nu zelf daadwerkelijk aan de macht is of niet, in elk geval alleen al op grond van zijn kundigheid de titel “koning”.
Fragment 2:
Wanneer een democratische samenleving met zijn dorst naar vrijheid in handen valt van minderwaardige politieke slijters en zich bedrinkt aan drank met een te hoog vrijheidspercentage, zal men de regering aanvallen als die niet de uiterste soepelheid toont en de bevolking een enorme vrijheid laat, en men zal hem beschuldigen van een vuige, reactionaire mentaliteit. Mensen die met de regeringspolitiek instemmen, verwijt men een slaafse houding en scheldt men uit voor onbenullige meelopers. Zowel in het maatschappelijk als in het persoonlijk leven is het streven dan gericht op een nivellering, waarbij niet meer duidelijk is wie leiding geeft en wie leiding krijgt, en men bewondert leiders die zich als ondergeschikten gedragen.
Onder zulke omstandigheden moet de vrijheid toch onvermijdelijk extreme vormen aannemen? Hij drinkt in de particuliere woningen door en eindigt in een anarchie die zich zelfs van de huisdieren meester maakt. Vaders wennen eraan zich te gedragen als hun kinderen, uit angst voor hun zoons. Omgekeerd meten die zoons zich de vaderrol aan en verliezen alle respect voor hun ouders, om maar vrij te zijn.
Er is geen verschil meer tussen eigen burgers en vreemdelingen, of die nu een verblijfsvergunning hebben of niet. Zo zijn er nog meer van die kleinigheden. Een leraar is onder die omstandigheden bang voor zijn leerlingen en praat hen naar de mond. Leerlingen zien op hun leraren neer en in het algemeen gedragen jongeren zich alsof ze volwassenen zijn. Ze verzetten zich voortdurend en willen alles beter weten. Oudere mensen proberen zich met een soort joviale kameraadschappelijkheid aan te passen bij de jeugd en doen alles om maar jong te lijken en vooral een ouderwetse of autoritaire indruk te vermijden.
Maar die vrijheid van de bevolking wordt in zo’n maatschappij op de spits gedreven wanneer slavenarbeiders evenveel rechten krijgen als de mensen die hen hebben gekocht. En bijna zou ik nog vergeten wat een omvang die vrijheid en gelijkheid in de relatie tussen de seksen aanneemt. Als je het zelf niet meemaakte, zou je niet geloven hoeveel meer vrijheid zelfs de dieren in dienst van de mens in zo’n samenleving hebben. Honden zijn precies als hun bazin en je hebt paarden en ezels die gewend zijn zo onafhankelijk en gewichtig te lopen, dat ze op straat tegen alle voorbijgangers opbotsen die niet opzij gaan. Overal stoot je werkelijk op vrijheid.
En realiseer je je waar dit allemaal tenslotte op uitloopt? De mensen raken zo overgevoelig dat alles wat zweemt naar gezag hen irriteert en onverdraaglijk voorkomt. En je weet ook wel dat ze uiteindelijk, om maar nergens aan enige autoriteit onderworpen te zijn, geen enkele wet of norm meer erkennen.
Fragment 3:
Eens komt het moment dat een nieuwe generatie een regering vormt die niet echt op zijn verantwoordelijke taak is berekend, omdat hij niet in staat is de verschillende menstypen, gouden, zilveren, bronsen en ijzeren, juist te taxeren. IJzer zal gemengd worden met zilver en brons met goud en zo zal ongelijkheid ontstaan en de harmonie worden verstoord. Dat leidt altijd tot vijandschap en daar moet je de oorzaak van de tweedracht zoeken.
De nieuwe politieke toestand houdt het midden tussen aristocratie en oligarchie en vertoont naast enkele typisch eigen kenmerken natuurlijk elementen van beide. Aristocratisch is het respect voor gezag en het feit dat de klasse die de staat verdedigt niet op het land werkt en ook geen ambacht of ander beroep uitoefent, gemeenschappelijk de maaltijd gebruikt en zich bezighoud met lichamelijke training en oorlogsinspanningen.
Tot de eigen kenmerken behoort onder andere het feit dat men er huiverig is om de politieke functies door intellectuelen te laten vervullen, omdat die in zo’n maatschappij niet meer zulke eenvoudige en integere mensen zijn. De voorkeur gaat eerder uit naar wilskrachtige, maar beperkte persoonlijkheden, die meer geschikt zijn voor oorlog dan voor vrede. Men heeft er bewondering voor militaire en strategische bekwaamheid en is voortdurend in oorlogen gewikkeld.
Fragment 4:
Hoe leeft men nu in een democratische maatschappij? En hoe werkt zo’n constitutie? Want het is duidelijk dat het vergelijkbare individu een democratisch soort mens zal blijken.
In de eerste plaats heeft iedereen er politieke rechten. Een democratie hangt van rechten en vrijheden aan elkaar en men kan er doen en laten wat men wil. Waar zulke mogelijkheden bestaan, zal ieder natuurlijk zijn leven naar eigen goeddunken inrichten. Juist in zo’n samenleving vind je dus de meest uiteenlopende typen mensen. Kennelijk is dit de mooiste soort maatschappij. Met die mengelmoes aan karakters schittert hij als bonte kleren met een veelkleurig bloemenpatroon. Dat zal ook wel de reden zijn dat veel mensen - als kinderen en vrouwen door die kleurigheid aangelokt - de democratie de mooiste staatsvorm vinden.
Een democratie is trouwens een geschikte plaats om een constitutie te zoeken. Ten gevolge van die vrijheid is elke soort politieke richting er vertegenwoordigd. Als je een maatschappij wilt inrichten, zoals wijzelf zojuist deden, ziet het ernaar uit dat je beslist naar een democratisch land moet gaan om in die politieke supermarkt de vorm die je aanstaat uit te kiezen en op basis daarvan je maatschappij te ontwerpen.
In die maatschappij bestaat geen enkele verplichting om regeringsverantwoordelijkheid te dragen, ook al ben je daarvoor de aangewezen persoon, en ook om je niet te laten regeren, als je niet wilt. In de buitenlandse politiek kun je een heel eigen lijn volgen omdat er altijd wel een partij is te vinden die oorlog voorstaat voor wie geen behoefte heeft aan vrede. En als een of andere wet je verbiedt te regeren of recht te spreken, dan regeer je niettemin en spreek je recht als je daar zin in krijgt. Is zo’n manier van leven niet verschrikkelijk plezierig? Op het moment zelf waarschijnlijk wel. En de soepele houding van sommige veroordeelde misdadigers, is die ook iet iets bijzonders? Heb je nooit opgemerkt dat mensen die tot de doodstraf of tot verbanning zijn veroordeeld, in zo’n samenleving niettemin rustig vrij rondlopen en zich in het openbaar vertonen? Alsof niemand het ziet of zich eraan stoort, waart zo iemand rond als een geestverschijning.
En dan de tolerantie en de totale afwezigheid van bekrompenheid, een superieure minachting zelfs voor de principes waaraan wij zoveel waarde hechtten, toen we onze maatschappij ontwierpen: dat je wel uitzonderlijk begaafd moet zijn om je tot een goed mens te kunnen ontwikkelen, als je niet als kind al op een goede manier speelt en je uitsluitend met waardevolle dingen bezighoud, - met wat een subliem gebaar worden al die principes niet van de tafel geveegd! Men bekommert zich in het geheel niet om de achtergrond van de mensen die in de politiek gaan en politieke beslissingen nemen, zolang ze maar beweren dat ze de massa van het volk goed gezind zijn.
Dat soort dingen is kenmerkend voor de democratie. Het blijkt een kleurig soort constitutie te zijn, waar een plezierige anarchie heerst en alle mensen als gelijken worden behandeld, of ze nu gelijk zijn of niet.
(Plato/vertaling en samenstelling Gerard Koolschijn - Plato, schrijver)