Gelezen 2002

You are currently browsing the archive for the Gelezen 2002 category.

Birma

Na De pianostemmer is Birma het tweede boek dat ik in korte tijd lees over Birma. Ditmaal echter staat het hedendaagse Birma, of Myanmar zoals het tegenwoordig genoemd wil worden, centraal.

Guy Delisle is een Canadese striptekenaar van voornamelijk autobiografische reisverhalen. Eerdere boeken brachten hem in Shenzhen(China) en Pyongyang(Noord-Korea). Of beter: hij was daar, beleefde er genoeg en maakte er een boek van. In 2005 was hij in Myanmar. Zijn vrouw werkt voor Artsen Zonder Grenzen Frankrijk en was daar naar toe uitgezonden. Guy Delisle ging mee om voor zijn zoontje Louis te zorgen en wat te tekenen. Hoewel de (toenmalige) hoofdstad Rangoon nauwelijks verlaten word, weet Delisle toch een heel aardig beeld te schetsen van de paranoïde dictatuur. Zo zijn motorfietsen verboden wegens aanslagen en wordt plotsklaps de hoofdstad verplaatst naar het 320 kilometer noordelijker gelegen Naypyidaw. Het boek eindigt met de terugtrekking van AZG Frankrijk (en vele andere NGO’s) uit Myanmar omdat er door de rare regelgeving niet te werken valt in het land. Niet alleen een boeiend boek over Myanmar, maar ook een verhaal over het vaderschap, de werking van NGO’s, boedhisme en de strip en animatiecultuur in Myanmar.

(Guy Delisle - Birma)

Stalin

Polter liet me vandaag weten dat het gisteren de geboortedag van Josef Stalin was. Dat valt te betwijfelen.

‘Josef Vissarionovitsj Stalin (Dzjoegasjvili) werd geboren op 21 december (9 december Oude Tijd) 1879.’ Dat is de geboortedatum die in de meeste encyclopedieën staat vermeld…

…Nu, jaren later, zit ik in het Centrale-Partijarchief. Voor mij ligt een fotokopie van een uittreksel uit het geboortenregister van de Maria-Hemelvaartkathedraal te Gori, ten name van Josef Dzjoegasjvili.

1878. Geboren: 6 December. Gedoopt: 17 december. Ouders: Vissarion Ivanovitsj Dzjoegasjvili, boer, en zijn wettige echtgenote, Jekaterina Georgijevna, inwoners van de stad Gori. Peetvader: Tsichitatrisjvili, boer, inwoner van de stad Gori.

Het sacrament werd toegedient door aartspriester Chakalov, geassisteerd door onderdiaken Kvinikidze.
Was hij dan een heel jaar en drie dagen eerder geboren dan zijn officiële geboortedatum, de dag die het hele land zoveel jaren zo plechtig had gevierd? Had het volk hem al die jaren op de verkeerde dag geëerd? De datum in het geboortenregister klopt. In hetzelfde archief vind ik het schoolverlaterscertificaat van de jonge Josef Dzjoegasjvili van het jeugdseminarie te Gori. Ook hierop Staat vermeld dat hij in 1878 op de zesde dag van de maand december werd geboren. En in een zelfgeschreven curriculum vitae van 1920 staat eveneens 1878 als geboortejaar vermeld. De officiële geboortedatum is dus inderdaad fictief. Maar wanneer werd die geboortedatum verzonnen? En waarom?
De eerste vraag is snel beantwoord: de fictieve datum verschijnt snel na Stalins officiële benoeming. In april 1922 benoemde Lenin hem tot secretaris-generaal -hoofd van de Partij. En al in december 1922 schreef Stalins secretaris Tovstoecha een nieuwe c.v. voor hem, waarin hij zijn geboortejaar veranderde in 1879 en de geboortdag in 21 december. Vanaf die dag hield hij zich niet meer met het schrijven van van zijn c.v. bezig; dat deden zijn secretarissen voor hem. De fictieve datum werd in hun handschrift opgeschreven, zonder dat hij zich er druk om maakte. De valse datum werd de de officiële datum. Maar nogmaals waarom?

Op die vraag geeft het boek niet echt een antwoord:

…Al deze verhalen vermeld ik slechts om aan te tonen dat Stalin het leven van de revolutionaire Koba [de revolutionairsnaam van Stalin, red.] niet in herinnering wilde brengen. Wellicht wilde hij zo graag afstand van deze persoon nemen, dat hij zelfs zijn geboortedatum veranderde.

(Edward Radzinsky - Stalin)

Het platte land

Als ik werk, zie ik de televisiepulp niet. Dan sta ik ’s avonds op de planken. Maar nu ik vakantie heb stuit ik al zappend op de goorste Aalsmeerse arbeidersblubber. Woensdag viel ik in Partner Gezocht, een programma waarin een gescheide windjacksukkel uit een onooglijke provinciegat een oproep doet en vertelt dat hij een vrouw zoekt. De week erna reageert een drietal Vinex-teefjes en die vertellen op lijzige toon dat ze wel wat in hem zien. Van die vrouwen waarvan je snapt dat ze nog niemand hebben en ook nooit iemand op natuurlijke wijze zullen tegenkomen. Je ziet droeve alleenstaandeavonden vol ploegende zonderlingen, maar alles blijft alleen.

Ik lees weer eens een tussendoortje. Het platte land. Een aanrader.

(Youp van ‘t Hek - Het platte land)

Op zoek naar meer fantastische avonturen van Isabelle Avondrood kwam ik het nieuwste (nederlandse) werk van Tardi tegen.

De kanonnen van 18 maart

De kanonnen van 18 maart is het eerste deel van de driedelige reeks De stem van het volk, de “verbeelding” van de roman Le Cri du Peuple van Jean Vautrin.
Het verhaal speelt zich af in het Parijs van 1871, toen de Franse hoofdstad in de ban was van het utopische en revolutionaire gedachtegoed van de Commune. Tegen die achtergrond vertellen Tardi en Vautrin een thriller met een kleurrijke schare personages.
En nu maar wachten tot deel twee en drie uitkomen. In de tussentijd maar doorzoeken naar Isabelle Avondrood.

(Tardi & Vautrin - De stem van het volk: De kanonnen van 18 maart)

De demon van de Eiffeltoren en Allemaal monsters zijn de delen van de reeks de fantastische avonturen van Isabelle Avondrood die ik op de kop heb getikt.

De demon van de Eiffeltoren

De demon van de Eiffeltoren gaat over een sekte die Pazuzu vereerd. Pazuzu is een door de Akkadiërs in het oude Mesopotamië zeer gevreesde gevleugelde demon, met klauwen aan handen en voeten, een misvormd hoofd en een schorpioenstaart. Hij is de personificatie van de zuidoostelijke stormwind, die ziekten brengt.
Ik had me er nooit echt in verdiept, in Pazuzu. Wel heb ik een cd liggen van Pazuzu, een vage ambientmetalband met teksten in het engels, duits en frans, wapengekletter, hinnikende paarden en apocalyptische trompetten.

(Tardi - De demon van de Eiffeltoren/Allemaal monsters)

Plato, schrijver

Fragment 1:

Een gewoon burger die in staat is zijn koning de juiste adviezen te geven, beschikt natuurlijk over kennis die de monarch eigenlijk zelf behoorde te hebben. Zo iemand verdient dan toch, of hij nu zelf daadwerkelijk aan de macht is of niet, in elk geval alleen al op grond van zijn kundigheid de titel “koning”.

Fragment 2:

Wanneer een democratische samenleving met zijn dorst naar vrijheid in handen valt van minderwaardige politieke slijters en zich bedrinkt aan drank met een te hoog vrijheidspercentage, zal men de regering aanvallen als die niet de uiterste soepelheid toont en de bevolking een enorme vrijheid laat, en men zal hem beschuldigen van een vuige, reactionaire mentaliteit. Mensen die met de regeringspolitiek instemmen, verwijt men een slaafse houding en scheldt men uit voor onbenullige meelopers. Zowel in het maatschappelijk als in het persoonlijk leven is het streven dan gericht op een nivellering, waarbij niet meer duidelijk is wie leiding geeft en wie leiding krijgt, en men bewondert leiders die zich als ondergeschikten gedragen.
Onder zulke omstandigheden moet de vrijheid toch onvermijdelijk extreme vormen aannemen? Hij drinkt in de particuliere woningen door en eindigt in een anarchie die zich zelfs van de huisdieren meester maakt. Vaders wennen eraan zich te gedragen als hun kinderen, uit angst voor hun zoons. Omgekeerd meten die zoons zich de vaderrol aan en verliezen alle respect voor hun ouders, om maar vrij te zijn.
Er is geen verschil meer tussen eigen burgers en vreemdelingen, of die nu een verblijfsvergunning hebben of niet. Zo zijn er nog meer van die kleinigheden. Een leraar is onder die omstandigheden bang voor zijn leerlingen en praat hen naar de mond. Leerlingen zien op hun leraren neer en in het algemeen gedragen jongeren zich alsof ze volwassenen zijn. Ze verzetten zich voortdurend en willen alles beter weten. Oudere mensen proberen zich met een soort joviale kameraadschappelijkheid aan te passen bij de jeugd en doen alles om maar jong te lijken en vooral een ouderwetse of autoritaire indruk te vermijden.
Maar die vrijheid van de bevolking wordt in zo’n maatschappij op de spits gedreven wanneer slavenarbeiders evenveel rechten krijgen als de mensen die hen hebben gekocht. En bijna zou ik nog vergeten wat een omvang die vrijheid en gelijkheid in de relatie tussen de seksen aanneemt. Als je het zelf niet meemaakte, zou je niet geloven hoeveel meer vrijheid zelfs de dieren in dienst van de mens in zo’n samenleving hebben. Honden zijn precies als hun bazin en je hebt paarden en ezels die gewend zijn zo onafhankelijk en gewichtig te lopen, dat ze op straat tegen alle voorbijgangers opbotsen die niet opzij gaan. Overal stoot je werkelijk op vrijheid.
En realiseer je je waar dit allemaal tenslotte op uitloopt? De mensen raken zo overgevoelig dat alles wat zweemt naar gezag hen irriteert en onverdraaglijk voorkomt. En je weet ook wel dat ze uiteindelijk, om maar nergens aan enige autoriteit onderworpen te zijn, geen enkele wet of norm meer erkennen.

Fragment 3:

Eens komt het moment dat een nieuwe generatie een regering vormt die niet echt op zijn verantwoordelijke taak is berekend, omdat hij niet in staat is de verschillende menstypen, gouden, zilveren, bronsen en ijzeren, juist te taxeren. IJzer zal gemengd worden met zilver en brons met goud en zo zal ongelijkheid ontstaan en de harmonie worden verstoord. Dat leidt altijd tot vijandschap en daar moet je de oorzaak van de tweedracht zoeken.

De nieuwe politieke toestand houdt het midden tussen aristocratie en oligarchie en vertoont naast enkele typisch eigen kenmerken natuurlijk elementen van beide. Aristocratisch is het respect voor gezag en het feit dat de klasse die de staat verdedigt niet op het land werkt en ook geen ambacht of ander beroep uitoefent, gemeenschappelijk de maaltijd gebruikt en zich bezighoud met lichamelijke training en oorlogsinspanningen.
Tot de eigen kenmerken behoort onder andere het feit dat men er huiverig is om de politieke functies door intellectuelen te laten vervullen, omdat die in zo’n maatschappij niet meer zulke eenvoudige en integere mensen zijn. De voorkeur gaat eerder uit naar wilskrachtige, maar beperkte persoonlijkheden, die meer geschikt zijn voor oorlog dan voor vrede. Men heeft er bewondering voor militaire en strategische bekwaamheid en is voortdurend in oorlogen gewikkeld.

Fragment 4:

Hoe leeft men nu in een democratische maatschappij? En hoe werkt zo’n constitutie? Want het is duidelijk dat het vergelijkbare individu een democratisch soort mens zal blijken.
In de eerste plaats heeft iedereen er politieke rechten. Een democratie hangt van rechten en vrijheden aan elkaar en men kan er doen en laten wat men wil. Waar zulke mogelijkheden bestaan, zal ieder natuurlijk zijn leven naar eigen goeddunken inrichten. Juist in zo’n samenleving vind je dus de meest uiteenlopende typen mensen. Kennelijk is dit de mooiste soort maatschappij. Met die mengelmoes aan karakters schittert hij als bonte kleren met een veelkleurig bloemenpatroon. Dat zal ook wel de reden zijn dat veel mensen - als kinderen en vrouwen door die kleurigheid aangelokt - de democratie de mooiste staatsvorm vinden.
Een democratie is trouwens een geschikte plaats om een constitutie te zoeken. Ten gevolge van die vrijheid is elke soort politieke richting er vertegenwoordigd. Als je een maatschappij wilt inrichten, zoals wijzelf zojuist deden, ziet het ernaar uit dat je beslist naar een democratisch land moet gaan om in die politieke supermarkt de vorm die je aanstaat uit te kiezen en op basis daarvan je maatschappij te ontwerpen.
In die maatschappij bestaat geen enkele verplichting om regeringsverantwoordelijkheid te dragen, ook al ben je daarvoor de aangewezen persoon, en ook om je niet te laten regeren, als je niet wilt. In de buitenlandse politiek kun je een heel eigen lijn volgen omdat er altijd wel een partij is te vinden die oorlog voorstaat voor wie geen behoefte heeft aan vrede. En als een of andere wet je verbiedt te regeren of recht te spreken, dan regeer je niettemin en spreek je recht als je daar zin in krijgt. Is zo’n manier van leven niet verschrikkelijk plezierig? Op het moment zelf waarschijnlijk wel. En de soepele houding van sommige veroordeelde misdadigers, is die ook iet iets bijzonders? Heb je nooit opgemerkt dat mensen die tot de doodstraf of tot verbanning zijn veroordeeld, in zo’n samenleving niettemin rustig vrij rondlopen en zich in het openbaar vertonen? Alsof niemand het ziet of zich eraan stoort, waart zo iemand rond als een geestverschijning.
En dan de tolerantie en de totale afwezigheid van bekrompenheid, een superieure minachting zelfs voor de principes waaraan wij zoveel waarde hechtten, toen we onze maatschappij ontwierpen: dat je wel uitzonderlijk begaafd moet zijn om je tot een goed mens te kunnen ontwikkelen, als je niet als kind al op een goede manier speelt en je uitsluitend met waardevolle dingen bezighoud, - met wat een subliem gebaar worden al die principes niet van de tafel geveegd! Men bekommert zich in het geheel niet om de achtergrond van de mensen die in de politiek gaan en politieke beslissingen nemen, zolang ze maar beweren dat ze de massa van het volk goed gezind zijn.
Dat soort dingen is kenmerkend voor de democratie. Het blijkt een kleurig soort constitutie te zijn, waar een plezierige anarchie heerst en alle mensen als gelijken worden behandeld, of ze nu gelijk zijn of niet.

(Plato/vertaling en samenstelling Gerard Koolschijn - Plato, schrijver)