Ik was een jaar of 14, 15 toen ik Ogen van de draak, toen nog getiteld De ogen van de draak, las. Althans, dat dacht ik altijd. Maar Ogen van de draak verscheen pas in 1987, zowel het origineel als de vertaling. Ik was dus minstens 17, maar waarschijnlijk zelfs al 18 toen ik dit verhaal las. Veel stond mij er niet meer van bij. Prinsen, broers, boze tovenaar, spannend.
Nou, dat bleek tegen te vallen. Eigenlijk is het maar een slap verhaaltje. Flagg, de boze tovenaar, is nergens de geweldige schurk die hij in De beproeving is. Zijn rol in De donkere toren reeks is al minimaal, en enigszins teleurstellend, in Ogen van de draak stelt hij nog veel meer teleur.
Het verhaal is opgedragen aan Naomi King en Ben Straub, de dochter en zoon van Stephen King en Peter Straub. En niet geheel toevallig heten twee van de helden uit dit verhaal ook Naomi en Ben. Kleine verwijzingen naar De donkere toren, Rhea van Coös bijvoorbeeld, maar ook naar De shining, Flagg die met bijl naar de torenkamer toegestormd komt, zijn aardig maar kunnen dit kinderboek helaas niet naar een hoger plan tillen.
(Stephen King – Ogen van de draak)