Gelezen 2008

You are currently browsing the archive for the Gelezen 2008 category.

Ogen van de draak

Ik was een jaar of 14, 15 toen ik Ogen van de draak, toen nog getiteld De ogen van de draak, las. Althans, dat dacht ik altijd. Maar Ogen van de draak verscheen pas in 1987, zowel het origineel als de vertaling. Ik was dus minstens 17, maar waarschijnlijk zelfs al 18 toen ik dit verhaal las. Veel stond mij er niet meer van bij. Prinsen, broers, boze tovenaar, spannend.

Nou, dat bleek tegen te vallen. Eigenlijk is het maar een slap verhaaltje. Flagg, de boze tovenaar, is nergens de geweldige schurk die hij in De beproeving is. Zijn rol in De donkere toren reeks is al minimaal, en enigszins teleurstellend, in Ogen van de draak stelt hij nog veel meer teleur.

Het verhaal is opgedragen aan Naomi King en Ben Straub, de dochter en zoon van Stephen King en Peter Straub. En niet geheel toevallig heten twee van de helden uit dit verhaal ook Naomi en Ben. Kleine verwijzingen naar De donkere toren, Rhea van Coös bijvoorbeeld, maar ook naar De shining, Flagg die met bijl naar de torenkamer toegestormd komt, zijn aardig maar kunnen dit kinderboek helaas niet naar een hoger plan tillen.

(Stephen King - Ogen van de draak)

De terugkeer

Eigenlijk had ik De terugkeer bedacht voor mijn 999 challenge, maar toen de postbode het boek gisteren bezorgt had kon ik het niet laten liggen en nog geen 24 uur later is het alweer uit. Nu moet De commissaris en het zwijgen maar de plek in de challenge in nemen.

Hoewel ook De terugkeer weer een prima boek is, blijft Het vierde offer nog altijd mijn favoriete Håkan Nesser.

En weer wordt de zaak G. genoemd. Het gelijknamige deel 10 krijgt op zo’n manier haast mythische proporties. Dat kan alleen maar tegenvallen zodra ik die ooit lees.

(Håkan Nesser - De terugkeer)

Dwaalspoor

Klassieke whodunit met levensechte karakters. Ook als de dader uit een film (de Hitchcock klassieker Psycho) blijkt te zijn weggelopen weet Loes den Hollander verrassend origineel te blijven. Net als eerder bij Naaktportret is Dwaalspoor een boek dat heerlijk weg leest, korte hoofdstukjes die je als een doos bonbons wegvreet. Het mag dan niet vullen, lekker is het wel!

(Loes den Hollander - Dwaalsppor)

Na Het ABC van de maffia en Capo di capi is de De laatste Godfathers het derde boek met hetzelfde verhaal dat ik in korte tijd lees. En eigenlijk was het er eentje teveel.

Niet dat De laatste Godfathers zoveel slechter is, maar het was gewoon meer van hetzelfde. En dan maakt John Follain zijn verhaal nog wel breder dan Clare Longrigg. Capo di capi ging voornamelijk over Bernardo Provenzano, De laatste Godfathers gaat over de opkomst en ondergang van de Corleonesi, waar Provenzano eenvoudigweg de laatste baas van was. Maar veel gebeurtenissen zijn hetzelfde: de aanslagen op onderzoeksrechters Falcone en Borsellino, de ontvoering van de twaalf jarige Guiseppe Di Mateo, de veroordeling van de maffia tijdens een toespraak op Sicilië door Paus Johannes Paulus II en de arrestaties van Riina en Provenzano.

De laatste Godfathers is ook wat filmischer geschreven, met een soms overdadig taalgebruik:

Corleone, een stadje met grauwe daken verzonken in de bergen en dorre vlakten ten zuiden van Palermo, drukt zich plat tegen de grond alsof het bang is verpletterd te worden door de gigantische zwarte rotsmassa die steil over de daken van de vieze huizen omlaag helt.

Beeldend en boeiend.

(John Follain - De laatste Godfathers)

Volvo vrachtwagens is het vervolg op Doppler. Andreas Doppler, de eland Bongo en zoontje Gregus zijn al lopend van bos naar bos in Zweden beland. Maar die Zweden zijn al net zulk raar volk als eerder die Noren. Zo is er een 92 jarige dame die weinig anders doet dan blowen en Bob Marley luisteren, en een al ongeveer even oude buurman die naar vogels kijkt, eet als vogels en het liefst net als vogels onder de blote hemel slaapt. Maar Erlend Loe laat zelf ook regelmatig van zich horen, om uit te leggen waarom hij iets op een bepaalde manier geschreven heeft, of waarom Volvo vrachtwagens nooit verfilmd zal gaan worden.

‘Wat literatuur betreft hebben we in Zweden Selma Lagerlöf en Strindberg’, zegt ze.
‘Wij hebben Ibsen en Hamsun’, zegt Doppler.
‘Akkoord’, zegt Maj Britt. ‘Dan staan we op het gebied van literatuur dus quitte.’
‘Wij hebben trouwens ook Erlend Loe’, zegt Doppler. ‘Dat is die man die dit allemaal schrijft. Zonder hem zouden wij niet eens bestaan.’
‘Dat veranderd de zaak’, zegt Maj Britt. ‘Ik zal niet verder zeuren. Op het gebied van de literatuur winnen jullie.’

Vaak wordt het vervelend als de auteur zichzelf steeds maar weer opdringt, en ook nu is het af en toe aardig vermoeiend maar Loe blijft absurd genoeg om het leuk te houden.

(Erlend Loe - Volvo vrachtwagens)

Doppler

Net als eerder bij Tang blijkt de flaptekst maar matig met de inhoud overeen te komen. Zo geraakt Andreas Doppler helemaal niet in “volstrekte eenzaamheid”, maar trekt hij zich terug aan de rand van de stad in het bos van waar hij in contact komt met een keur aan wonderlijke personages: een rechtse man die een verzoeningsfestival organiseert nadat Doppler hem met een zelfgemaakte pijl en boog heeft neergeschoten, een zoon van een nazi officier die de dood van zijn vader tijdens het Ardennen offensief in schaal nabouwt om zo die vader te leren kennen en Breekijzer-Roger, een inbreker die door zijn vriendin het huis uit is gezet omdat hij overal zijn zaad op spuit.

En dan zijn er nog Doppler zelf, met zijn eigen dooie vader voor wie hij een totempaal maakt met gestolen bijlen, het geadopteerde elandjong Bongo (vernoemd naar de vader van Doppler die helemaal geen Bongo heette) waarvan Doppler de moeder heeft gedood en opgegeten, zijn 16 jarige dochter die niets anders doet dan Lord of the Rings kijken en elfs praten (zo kom ik dat boek voor de tweede keer achter elkaar tegen), zijn 4 jarige zoontje die niets liever doet dan Teletubbies en Bob de bouwer kijken, zijn vrouw die alweer zwanger is ook al slaapt Doppler al maanden niet meer thuis maar in het bos en zijn zwager die hem behulp van een jachtgeweer met verdovingspatronen bij de bevalling van kind nummer 3 probeert te betrekken.

Erlend Loe is en blijft één van de meest wonderlijke schrijvers die ik gelezen heb. Doppler is een volslagen absurd boek dat tegelijkertijd aan het denken zet:

Het probleem met mensen is dat zodra ze een ruimte vullen, je alleen de mensen nog ziet en niet de ruimte.

(Erlend Loe - Doppler)

Insomnia

Ze gaf hem de envelop en Roland kon aan de contouren voelen dat er een boek in zat. ‘Als King ooit een sleutelbóék heeft geschreven, Roland - buiten de Donkere Toren-serie zelf, bedoel ik - denken we dat dit het moet zijn.’
De flap van de envelop werd met een klemmetje dichtgehouden. Roland keek even naar Marian en Nancy. Ze knikten. De scherpschutter maakte het klemmetje open en haalde er een uiterst dik boek met rood en witte omslag uit. Er stond geen afbeelding op, alleen Stephen King’s naam en een enkel woord.
Rood voor de Koning, wit voor Arthur Eld, dacht hij. Wit boven Rood, zo Gan het wenst.
Of misschien was het alleen maar toeval.
‘Wat is dat woord?’ vroeg Roland, en hij tikte met zijn vinger op de titel.
Insomnia,‘ zei Nancy. ‘Dat betekent…’
‘Ik weet wat dat betekent,’ zei Roland. ‘Waarom geven jullie me dit boek?’
‘Omdat het verhaal om de Donkere Toren draait,’ zei Nancy, ‘en omdat er een personage in voorkomt dat Ed Deepneau heet. Hij is de schurk van het verhaal.’

[uit: De Donkere Toren]

Door De Donkere Toren was ik wel nieuwsgierig geworden naar Insomnia. En wat een boek. Weliswaar duurt het bijna 400 bladzijde voordat er zich zoiets als een plot ontwikkelt, maar voor die tijd is er ook al veel te beleven. Slapeloosheid, aura’s, ufologie, ouderdom, dood, het abortus debat, polarisatie van standpunten in een kleine gemeenschap, Griekse mythologie en de nodige Lord of the rings verwijzingen, het zit er allemaal in en nog op geloofwaardige wijze ook.

(Stephen King - Insomnia)

Fokke & Sukke revancheren zich. Het afzien van 2007 viel tegen maar de editie 2008 is gelukkig weer een hele sterke. Misschien omdat ik in 2008 nauwelijks de Fokke & Sukke website bezocht heb. Of misschien was 2008 een jaar met veel meer nieuwswaarde. Misschien heeft Jean-Marc van Tol er wel meer zin in. Wie zal het zeggen?

rookverbod

Opvallend ook dat als ik dan de Fokke & Sukke website bekijk, ik daar nog veel meer goeie grappen aantref (zoals bovenstaande) die niet in Het afzien van 2008 terecht gekomen zijn. Dat stemt hoopvol voor 2009.

(Reid, Geleijnse & van Tol - Fokke & Sukke, Het afzien van 2008)

“Kinderen en ouders hebben behoefte aan rust, reinheid en Ritalin”, aldus de kleine psychiater. Voeg daar ook maar een portie humor aan toe. Eerder wist Sigmund raad met vrouwen en managers, en nu dus met kinderen. Voor € 9,95 krijg je dit keer een dikke 90 grappen wat Sigmund weet wel raad met kinderen veel meer de moeite waard maakt dan het vorig jaar verschenen Burka babes.

(Peter de Wit - Sigmund weet wel raad met kinderen)

Gentse lente

[Al lezende kreeg deze beschouwing zijn vorm]

Het dertig jarige schrijverschap van A.F.Th. van der Heijden wordt gevierd met de uitgave van de verhalenbundel Gentse lente. 14 verhalen in omgekeerd chronologische volgorde afgedrukt, 14 korte beschouwingen:

Schwantje’s Fijne Vleeschwaren: las ik eerder dit jaar al in Koud Bloed #1 en boeide toen maar matig. Eerlijkheid gebied te zeggen dat ik eigenlijk al geen idee meer had waar het ook alweer over ging. En of een tweede lezing van dit De Tandeloze Tijd gerelateerde verhaal daar verandering in brengt is nog maar de vraag.

Mystery guest: AFTh ontmoet zijn romanpersonage Zora Witlox in de tram, of toch in ieder geval iemand die daar heel veel van weg heeft. De vraag is waar de grens ligt tussen feit en fictie. Verhaal is kort genoeg om te blijven boeien.

Gentse lente: hoe AFTh tijdens een lezing in Gent in zijn onderbroek op straat kwam. Amusant met ook een paar boeiende wetenswaardigheden, hoewel het ook hier de vraag is waar de grens tussen feit en fictie ligt.

Krakelingen met kaneel: liefde door de seizoenen heen, en een nominatie voor de Slechte Seks Prijs waardig. Het minste verhaal tot nog toe, maar ja, om krakelingen geef ik normaal gesproken ook al helemaal niets.

Grote scheep vastgestrand in Geuldalrivier: AFTh schrijft toch opvallend vaak over misdaad. In dit verhaal speelt het voormalig topmodel Rita Sabbe, bijgenaamd Sabberita een rol. Eerder speelde zij een rol in De Movo Tapes en in de in 1998 beperkt verschenen novelle Sabberita. Of dit verhaal daarmee een Homo Duplex gerelateerd verhaal is blijft onduidelijk.

Uitdorsten: het requiem voor zijn moeder. Verscheen eerder samen met De sandwitch en Asbestemming onder de titel De requiems (in 2003) en vorig jaar nog als losse uitgave. Volgens de “kenners” op het AFTh forum bevat deze versie een extra hoofdstuk. Dat zou wel eens hoofdstuk 22 kunnen zijn, dat is namelijk exact gelijk aan de bijdrage die AFTh exclusief schreef voor Groeten van Rottumerplaat.

Professie: bergredenaar: nog een requiem, voor Johnny “the selfkicker” van Doorn dit keer. Bij verhalen denk ik eerder aan fictie dan aan dit soort non-fictie. Evengoed wel een boeiend portret.

De magneetvrouw: eentje uit de afdeling erotische vertellingen, zoals Krakelingen met kaneel maar dan beter.

Weerborstels: net als Schwantje’s Fijne Vleeschwaren een Geldrop/De Tandeloze Tijd verhaal. Blijft een mooie schets van een arbeidersgezin in de jaren ‘60/’70. Wat mij deze keer opvalt is hoe de oogkwaal van oom Robert omschreven wordt:

Bij oom Robert, de jongste van zeven “Bertjes” Egberts, was het zijn doorstoken oog waardoor hij het liefst permanent onzichtbaar had willen zijn.

Doorstoken oog of doorstoken globe, wat is het verschil behalve het formaat?

Dichters slaags: AFTh op tournee tijdens de boekenweek.

“Haft. Netvleugelige eendagsvlieg.Ephemera vulgata. Van der Heijden, A.F.Th. was toch de naam? Uw initialen vormen vast niet toevallig het anagram van de eendagsvlieg… Haft zal ik u voortaan noemen. Maar leest u toch verder!”

Zou daar het idee van Het leven uit een dag uit voortgekomen zijn?

Brief aan de dirigent: AFTh. componeert een symphonie voor het concertgebouw, in een brief aan dirigent E.

Adagio: over Egbert Egbertse, dus ook weer een De Tandeloze Tijd verhaal.

Het Byzantijnse kruis: fragment in ruwe vorm van De slag om de Blauwbrug. Doet beseffen dat De Tandeloze Tijd wel biografisch lijkt, maar dat toch niet geheel is.

De gebroken pagaai: geschreven toen AFTh nog Patrizio Canaponi heette. Duidelijk nog zoekende naar een eigen stijl, en gelukkig heeft die ook gevonden. Duizend pagina’s Schervengericht in dit proza zou ik nooit uitgelezen hebben. Toch is ook hier al sprake van oom Hasje, en zijn schilder hulpje Hans ter K. die eerder in Dichters slaags AFTh. voor eendagsvlieg uitmaakt. Werkelijk alles lijkt met elkaar verweven.

(A.F.Th. van der Heijden - Gentse lente)

De vrouw met de moedervlek bevestigd mijn vorige week geopperde theorie nog maar eens. Håkan Nesser is Zweed, dus staat het waarom centraal. Moord ten gevolge van een seksueel misdrijf.

Maar Nesser leest vooral lekker vanwege zijn taal. Licht filosofisch, subtiele humor, bondig (niet zo lang van stof zoals Henning Mankell of Stieg Larsson) maar evengoed kritisch.

De vergaderzaal op de begane grond zat tot de nok toe vol met journalisten en verslaggevers die zaten, stonden, fotografeerden en elkaar probeerde te overtreffen in het stellen van insinuerende vragen.
Zelf zat hij met Hiller achter een tafeltje van spaanplaat, volgestouwd met microfoons, snoeren en de obligate flesjes spawater, die om duistere redenen altijd de politieleiding vergezelden wanneer deze gefilmd werd. Volgens Reinhart ging het om een soort sponsoring, en misschien had hij wel gelijk.
Reinhart had vaak gelijk.

Het is goed om te weten dat ik nog zeven delen van de commissaris van Veeteren niet gelezen heb.

(Håkan Nesser - De vrouw met de moedervlek)

Capo di capi

In tegenstelling tot Het ABC van de maffia bevat Capo di capi van Clare Longrigg wel “Het meeslepende verhaal over hoe de politie de grote baas van de maffia, die 43 jaar voortvluchtig was, wist te arresteren”. En naar dat verhaal was ik best nieuwsgierig na het lezen van Het ABC van de maffia. Longrigg verteld het verhaal met veel vaart, maar ook met meer sentiment dan Camilleri. Die laatste schrijft toch met duidelijk meer kennis van zaken.

(Clare Longrigg - Capo di capi)

Tschai, de waanzinnige planeet is een vierdelige roman serie van Jack Vance. Het eerste deel Een stad vol Chasch verscheen in1973 in vertaling, een bundeling van alle vier de Tschai romans verscheen voor het laatst in 1999 in Nederlandse vertaling. Gek genoeg heb ik die toen gemist, aan de andere kant, er verscheen toen zoveel tegelijk dat er niet tegenop te kopen viel.

Tschaï - De waanzinnige planeet: De Chasch - deel 1 Tschaï - De waanzinnige planeet: De Chasch - deel 2

Nu is er gelukkig de stripbewerking door Jean David Morvan, getekend door Li-An en ingekleurd door Scarlett Smulkowski. (en dat zijn stuk voor stuk namen die zo uit de pen van Jack Vance zelf hadden kunnen komen)
Elk Tschai verhaal is verdeeld over twee albums. Een stad vol Chasch, verkort tot het meer logische De Chasch, telt twee maal 48 pagina’s. Het verhaal is niet altijd even helder, en niet duidelijk is of dat door de bewerking komt of dat het origineel al van de hak op de tak sprong. Beide is mogelijk. De tekenwerk van Li-An maakt echter een hoop goed.

(Morvan/Li-An/Scarlett - Tschaï - De waanzinnige planeet: De Chasch)

[de nu volgende beschouwing bevat spoilers die uw leeservaring nog ernstiger kunnen bederven]

Al snel besef ik wat er voor mij mis is met Het duister van de maan: het is een Amerikaanse thriller. Engelse thrillers gaan over het hoe (van getuige naar getuige en alle puzzelstukjes samen leiden naar de dader), Scandinavische thrillers over het waarom (zoek uit wat er in het verleden gebeurd is, meestal iets in de sfeer van seksueel- en/of huiselijk geweld, en je hebt je dader), en dan blijft voor de Amerikanen het “wat” over. De actie. De hoe en waarom zijn van ondergeschikt belang, het gaat vooral om moorden. De thriller als mogelijk Hollywoodscript.

Misschien een beetje cliché deze vergelijking, en allicht dat er uitzonderingen zijn, maar John Sandford voldoet aan dit standaardbeeld. Dus wordt er iemand levend verbrand, worden bij twee andere slachtoffers de ogen er uit geschoten, blijkt dat een mogelijke verdachte een drugsbaron is en loopt diens arrestatie uit op een bloedbad met doden en gewonden dankzij kogelregen en ontploffingen. Alleen al de verdachte en zijn helper hebben ieder vijftig kogelgaten, ik bedoel maar. Oh, en met de eigenlijke zaak hadden ze niks te maken, ook dat nog.

Sandford mag dan een veel gelezen en veelgeprezen auteur zijn, ik lees toch liever een iets subtieler verhaal. Wel erg leuk waren de t-shirts van “actionman” Virgil Flowers, iedere dag weer een ander hip bandje: Arcade Fire, the Decemberist, Franz Ferdinand. Met de soundtrack van de verfilming zit het wel goed.

(John Sandford - Het duister van de maan)

Het is een beetje vals, zoals uitgeverij Nieuw Amsterdam Het ABC van de maffia tracht te verkopen. “Hoe de voortvluchtige godfather Provenzano de Cosa Nostra leidde”, staat er op de voorkant. En op de achterkant in grote letters: “Het meeslepende verhaal over hoe de politie de grote baas van de maffia, die 43 jaar voortvluchtig was, wist te arresteren”. En bovendien vermelden dat schrijver Andrea Camilleri een bestverkopende auteur is wiens thrillers zijn verfilmd. Stuk voor stuk net geen leugens, maar ook nooit de gehele waarheid.

Bij een boekje met de titel Het ABC van de maffia valt een encyclopedische opzet te verwachten, en dat is ook precies wat je krijgt. Het leiderschap van en het politie onderzoek naar Bernardo Provenzano aan de hand van een reeks steekwoorden. Op alfabetische volgorde. Geen chronologisch verhaal dus, en sommige lemma’s overlappen elkaar. Wel blijkt Camilleri goed thuis in deze materie en schrijft hij er over met weinig sentiment.

(Andrea Camilleri - Het ABC van de maffia)

Een heel ander boek dan De helaasheid der dingen, dit Godverdomse dagen op een godverdomse bol. Nu niet Vlaams en autobio, maar werelds en vrij onpersoonlijk. Hoofdpersoon is ‘t. Jawel, Dimitri Verhulst neemt ons met zevenmijlslaarzen mee door de geschiedenis van de mensheid. En dat is geen vrolijk verhaal. Maar Verhulst weet het razend knap te vertellen. De research moet enorm geweest zijn, geschiedkundig lijkt het allemaal wel te kloppen, en stilistisch valt er ook genoeg te genieten. Neem de pest bijvoorbeeld:

Gelijk lagen lasagne blijven de lijken zich opstapelen; af en toe moet er in worden geprikt voor ze gaan ontploffen van het zich ophopende vocht.

Beeldend en realistisch. Lasagne zal nooit meer hetzelfde smaken.

(Dimitri Verhulst - Godverdomse dagen op een godverdomse bol)

Was Mannen die vrouwen haten mij toch iets te dik, opvolger De vrouw die met vuur speelde is zowel te dik als te dun.

Te dik aangezien het 180 bladzijden duurt voor er eindelijk vaart in het verhaal komt. Tot die tijd is het Salander gaat op vakantie, Salander koopt een huis, Salander gaat naar IKEA (waarbij vrijwel elk meubeltje en kussentje beschreven wordt), Salander koopt kleren (inclusief een beha die ze weer weg gooit). Zie: dat past dus allemaal in één zinnetje. Voor het vervolg maakt het niet uit.

Te dun aangezien het boek een open einde heeft waar je U tegen zegt. Derde en laatste deel van De Millennium Trilogie gaat ongetwijfeld beginnen met een lange inleiding om dat alles weer af te ronden voor het echte verhaal kan beginnen, waarmee ik dus nu de voorspelling doe dat ook die te dik zal zijn.

Recensenten mogen graag schrijven dat een thriller leest “als een ritje in een achtbaan”. De vrouw die met vuur speelde is dan een achtbaan die onder een heel flauw stijgingspercentage omhoog getakeld word, en die na de looping onverwacht tot stilstand komt. Bij Walibi zouden ze hem terugsturen.

(Stieg Larsson - De vrouw die met vuur speelde)

En dan blijk ik gewoon een verhaal van Joe Haldeman in de kast te hebben staan. Robert Silverberg stelde na de bundel Legenden (nieuwe verhalen van de Meesters van de Fantasy) een tweede bundel samen getiteld Verre Horizons (nieuwe verhalen van de Meesters van de ScienceFiction). Volgens mij staat dat al bijna 10 jaar ongelezen in de kast. Maar daar blijkt dus wel een aanvullend verhaal op The Forever War in te staan.

Een andere oorlog verteld het verhaal van Marygay Potter en speelt zich ongeveer gelijktijdig af met het laatste deel van De eeuwige oorlog (Majoor Mandella 2203-3177). Al met al een prima aanvulling, die ook nog eens een hoop verduidelijkt. Met plaatjes kan je dan wel een hoop zichtbaar maken, gevechtspakken en de werking daarvan bijvoorbeeld, tegelijkertijd gaat er een hoop verloren, of is op zijn minst minder duidelijk.

Duidelijk is ook dat er door vertalers verschillend gedacht wordt over het vertalen van plaatsnamen, planeten in dit geval. In De eeuwige oorlog is er sprake van de planeten Hemel en Middel Vinger, in Een andere oorlog heten deze Heaven en Middle Finger. Gezien de bewering dat in 2878 het hele menselijke ras Standaard Engels spreekt is dat zo gek nog niet.

(Joe Haldeman - Een andere oorlog)

De eeuwige oorlog - Integrale uitgave

Ik had nog nooit gehoord van Joe Haldeman en zijn The Forever War uit 1974. Of van de verstripping door Marvano in 1988/89. En nu zijn de drie stripboeken in één band verschenen bij Vrije Vlucht (waar de roman in beelden verschijnt). Achterop het boek wordt Marvano aanbevolen door Jean van Hamme, en Joe Haldeman door Stephen King. Niet de minste namen.

Voor goeie, vertaalde, sciencefiction moet je tegenwoordig bij de stripboeken zijn, zoals ik al eens eerder schreef. De eeuwige oorlog maakt dat weer eens duidelijk. De oorspronkelijke roman van Joe Haldeman is in 1978 vertaald maar daarna nooit meer in herdruk verschenen. En dat terwijl het hier niet om zo maar een verhaaltje over ruimteschepen gaat, maar om de verwerking van zijn eigen ervaringen in de Vietnam oorlog.

De tekeningen van Marvano (pseudoniem van Mark Van Oppen) vullen het geheel perfect aan. De eeuwige oorlog was een eerste samenwerking tussen Marvano en Haldeman maar die beviel zo goed dat er meerde volgden (Dallas Barr, Een nieuw begin).

Prettig ook dat de drie losse delen nu in één band zitten. Vaak is het zo dat ik een eerste deel koop maar de overige delen vervolgens mis. Of pas bij een derde deel de serie ontdek maar dat dan de eerste twee delen al niet meer verkrijgbaar zijn. Alles in één band is wel zo prettig. De introductie door Joe Haldeman, met foto’s van hem in Vietnam, en de faxen tussen Haldeman en Marvano maken het geheel compleet.

(Marvano & Haldeman - De eeuwige oorlog)

Thrillers, en met name Scandinavische thrillers, zijn mij vaak te dik. Vijfhonderd tot zeshonderd bladzijden zijn vaker regel dan uitzondering. Meestal vind ik tweehonderd tot driehonderd bladzijden genoeg voor een thriller, meer maakt het er meestal niet beter op. Toen in 2006 Mannen die vrouwen haten verscheen heb ik die dan ook, ondanks lovende kritieken, lekker gelaten voor wat het was, want 560 bladzijden.

Maar nu het laatste deel van de Millennium trilogie is verschenen, net als de twee voorgaande delen bejubeld in de media, en MDVH ter kennismaking slechts tien euro kost heb ik mij toch maar gewaagd aan deze dikke pil van Stieg Larsson.

Enerzijds is MDVH een geweldige thriller, zoals de recensies al vermelden, het leest als een trein, heeft vaart, spanning, ijzersterke karakters, onverwachte plotwendingen, kortom alles wat je van een topthriller mag verwachten.

Anderzijds heb ik toch het gevoel dat het boek bijna honderd bladzijden te lang is. Na bladzijde 476 is de zaak wel opgelost, wat dan volgt is allerlei financieel geneuzel dat weliswaar aardig weg leest maar toch teveel zijspoor is naar mijn smaak.

(Stieg Larsson - Mannen die vrouwen haten)

De donkere toren

“Het einde is een ander woord voor afscheid.” Zo staat het in Coda. En met De donkere toren komt er een einde aan de avonturen van Roland en zijn Ka-tet. Nu las ik altijd overal dat het einde van De donkere toren reeks zo’n ongelofelijke tegenvaller was, maar eigenlijk viel het mij wel mee. Goed, een aantal zaken had wel wat op meer spectaculaire wijze afgerond kunnen worden, vooral Mordred wordt wel heel eenvoudig uit het verhaal geschreven, maar het grote geheel overziend is De donkere toren een prima slot voor een fantastische serie.

Dit keer zijn het Harten in Atlantis en Insomnia die er om vragen gelezen te worden, karakters uit deze twee boeken spelen een grote rol in De donkere toren. Het blijft bijzonder hoe Stephen King al zijn boeken, of veel in ieder geval, met De Donkere Toren in verband weet te brengen.

Wat mij nog het meest bezig houdt is wat er met Zwarte Dertien gebeurd is. Deze wordt in Een lied van Susannah in een kluisje onder het World Trade Center opgeslagen, en eigenlijk had ik verwacht dat die in De Donkere Toren wel weer opgehaald werd om er weet ik veel wat mee te doen.

‘Het ligt daar goed tot juni 2002, tenzij iemand inbreekt en het steelt.’
‘Of het gebouw erbovenop valt,’ zei Jake.
Callahan lachte, al had Jake dat niet voor de grap gezegd. ‘Dat zal nooit gebeuren. En als het gebeurd… nou, één glazen bol onder honderdtien verdiepingen van beton en staal? Zelfs een glazen bol vol diepe magie? Dat zou misschien wel een goede manier zijn om van het rotding af te komen.’

Maar iedere lezer weet dat inderdaad dat gebouw erbovenop viel. Zelf vraag ik mij nu af of dat hele gebeuren niet in gang is gezet doordat Zwarte Dertien daar lag. Stephen King schrijft dan wel dat hij die opslagboxen onder het WTC zelf verzonnen heeft, maar zoals Jake dan weer zou zeggen: ‘Er zijn andere werelden dan deze’.

Tot ziens scherpschutter, lange dagen en aangename nachten, zeg dankie.

De Donkere Toren
1. De scherpschutter
2. Het teken van drie
3. Het verloren rijk
4. Tovenaarsglas
5. Wolven van de Calla
6. Een lied van Susannah

(Stephen King - De donkere toren)

Birma

Na De pianostemmer is Birma het tweede boek dat ik in korte tijd lees over Birma. Ditmaal echter staat het hedendaagse Birma, of Myanmar zoals het tegenwoordig genoemd wil worden, centraal.

Guy Delisle is een Canadese striptekenaar van voornamelijk autobiografische reisverhalen. Eerdere boeken brachten hem in Shenzhen(China) en Pyongyang(Noord-Korea). Of beter: hij was daar, beleefde er genoeg en maakte er een boek van. In 2005 was hij in Myanmar. Zijn vrouw werkt voor Artsen Zonder Grenzen Frankrijk en was daar naar toe uitgezonden. Guy Delisle ging mee om voor zijn zoontje Louis te zorgen en wat te tekenen. Hoewel de (toenmalige) hoofdstad Rangoon nauwelijks verlaten word, weet Delisle toch een heel aardig beeld te schetsen van de paranoïde dictatuur. Zo zijn motorfietsen verboden wegens aanslagen en wordt plotsklaps de hoofdstad verplaatst naar het 320 kilometer noordelijker gelegen Naypyidaw. Het boek eindigt met de terugtrekking van AZG Frankrijk (en vele andere NGO’s) uit Myanmar omdat er door de rare regelgeving niet te werken valt in het land. Niet alleen een boeiend boek over Myanmar, maar ook een verhaal over het vaderschap, de werking van NGO’s, boedhisme en de strip en animatiecultuur in Myanmar.

(Guy Delisle - Birma)

Het duurde even om in het verhaal te komen. Over de eerste 100 bladzijden deed ik net zo lang als over de overige 360. Eerdere delen begonnen met een korte samenvatting van het voorgaande, boek 5 van De Donkere Toren niet. En aangezien het alweer een maand of 3 geleden was dat ik deel 4 las…

Maar goed, eenmaal in het verhaal blijkt Een lied van Susannah toch weer een erg sterk boek te zijn. De wijze waarop Susannah de dogan visualiseert doet sterk denken aan Gary “Jonesy” Jones uit Dreamcatcher die Mr. Gray buiten probeert te houden. Af en toe deed het ook denken aan Lisey’s Verhaal. Nu ik De Donkere Toren serie gelezen heb zal dat boek mij vermoedelijk beter bevallen dan bij de eerste keer dat ik het (half) las.

Duidelijk is dat er met Een lied van Susannah naar het einde toegewerkt wordt. Dingen worden afgerond, dingen vallen op hun plaats. Soms op een zodanig verrassende wijze dat ik uit bewondering begin te lachen tijdens het lezen. Geweldig ook hoe Stephen King zichzelf in deze roman verwerkt. Of die kleine ode aan het WTC in New York.

Wolven van de Calla deed verlangen om Bezeten stad te (her)lezen, door Een lied van Susannah wil ik De scherpschutter herlezen, en Dodenwake. Bovendien is door Een lied van Susannah Desperation veel duidelijker geworden en wil ik tegenhanger De regelaars nu ook snel lezen. Maar eerst het slot deel De Donkere Toren.

De Donkere Toren
1. De scherpschutter
2. Het teken van drie
3. Het verloren rijk
4. Tovenaarsglas
5. Wolven van de Calla

(Stephen King - Een lied van Susannah)

Het eerste deel van de van Veeteren reeks is toch duidelijk minder sterk dan deel 2. De belofte is aanwezig maar de stijl is nog in ontwikkeling. Wat verder te zeggen over Het grofmazige net? Dat het een typisch scandinavische thriller is waarbij misbruik en huiselijk geweld tot een misdaad leidt. Prima debuut.

(Håkan Nesser - Het grofmazige net)

Onze oom

Onze oom in en om het huisDe afgelopen week heb ik met onze oom doorgebracht. Samen met onze oom hing ik op de bank, onze oom lag bij mij op schoot, onze oom ging mee naar het zwembad, onze oom ging zelfs mee naar bed. En nu staat onze oom in de kast. Maar wat vind ik nu van onze oom?

Enerzijds wist onze oom mij prima te vermaken, anderzijds was ik wel een beetje klaar met onze oom. De eerste 400 bladzijden zijn erg sterk, de ervaringen die Arnon Grunberg opdeed als embedded journalist in Afghanistan en Irak werken duidelijk door in deze roman. Maar vanaf bladzijde 400 begint het verhaal te zwalken. Hoofdpersoon Majoor Anthony is dan dood en anderen eisen hun stem op. In de eerste plaats het meisje Lina, maar ook de vrouw van de majoor, de huishoudster en rebellenleider De Dirigent. En waar die eerste 400 bladzijden een paar maanden beslaan, overspannen die overige 200 bladzijden een jaar of 10. Het levert dan wel een aantal mooie zinnen op, maar het komt het verhaal niet ten goede.

(Arnon Grunberg - Onze oom)

Het literaire juweeltje van augustus 2008 komt van Abdelkader Benali en werd speciaal voor deze serie geschreven. Half essay, half verhaal over identiteit, tweede generatie migranten en taalverwerving. Bij Benali heb ik altijd een bladzijde of veertig, vijftig nodig om aan zijn schrijfstijl te wennen, maar dan heb je bij De grammatica van een niemand het boekje al uit. Evengoed toch een paar aardige zinnen:

Wat met hoogachting begint, eindigt meestal met een verzoek of dwang tot betalen.

(de zoon over de post die hij voor vader moet vertalen)

Hier verkeren ze in een tsunami van vreemden.

Steek die maar in je zak Geert Wilders!

(Abdelkader Benali - De grammatica van een niemand)

Het vierde offer

Na Bukowski had ik wel weer eens zin in een kwalitatief goede thriller. De keuze viel op Het vierde offer van Håkan Nesser. Eigenlijk had ik met deze serie willen wachten tot ik deel 1 binnen had, maar aangezien ik geen idee heb wanneer ik die verwachten kan lees ik eerst deel 2 maar.

Hij hief zijn glas en keek om zich heen. Bausen had de tafel leeggemaakt en er een kleed op gelegd, maar verder zag het er precies zo uit als de vorige keer - boeken en kranten en opgestapeld hout, de slingerende klimrozen en de verwilderde tuin die alle geluiden en indrukken opzoog, behalve zijn eigen. Bijna alsof je naar een buitenpost à la Greene of Conrad verbannen was. In een mangrovemodderpoel van het nog onontdekte continent. Heart of Darkness misschien. Een paar tropenhelmen, een buisje kininetabletten en een paar klamboes zouden hier niet misstaan… toch zat hij midden in Europa. Een minijungle aan een Europesche zee.

En zo blijkt Het vierde offer al snel de juiste keuze te zijn. Sterke karakters, mooie sfeertekening. Dat ik nu alweer een boek lees dat met Hart de duisternis aan komt zetten kan geen toeval zijn. En ook The Loneliness of the Long-Distance Runner wordt genoemd, dat is ook de tweede keer deze maand dat ik dat boek in een ander boek genoemd zie worden. Moet ik ook maar eens gaan lezen.

Net als mijn kennismaking met Wallander ooit, betreft mijn kennismaking met van Veeteren een meervoudige moordzaak met een moordenaar die een bijl gebruikt. Ook de verklaring voor de moorden is soortgelijk. Dwaalsporen is nog altijd mijn favoriete Henning Mankell, benieuwd of Het vierde offer dat ook gaat worden voor wat Håkkan Nesser betreft.

(Håkan Nesser - Het vierde offer)

Postkantoor

Daar hebben we het fenomeen voorwoord weer eens. Met een voorwoord van Joost Zwagerman. En inderdaad, een voorwoord van Joost Zwagerman. En nog aangenaam leesbaar ook. Alleen… jammer dat Uitgeverij de Bezige Bij aan Zwagerman vraagt een voorwoord te schrijven voor Vrouwen en dat dan ook gebruiken voor Postkantoor. Dus eindigt het voorwoord met de vreemde constatering: “deze vertaling is vanzelfsprekend gebaseerd op die herziene editie.” En die herziene editie betreft dan Vrouwen, en niet Postkantoor.

Ben benieuwd trouwens of dit voorwoord het ook tot een van Zwagerman’s essaybundels heeft geschopt.

Over Postkantoor zelf kan ik kort zijn: zuipen, neuken, gokken, kankeren. Meer gebeurd er niet. Of zoals Bukowski’s alter ego Henry Chinaski het stelt: “jezus, het enige wat die postbodes doen is brieven door gleuven schuiven en neuken.”

(Charles Bukowski - Postkantoor)

Kruis en kraai

Van der Heijden over de roman. Mooi essay met de nodige zelfspot en zelfkennis, maar ook een hoop terecht commentaar op de literaire kritiek, op het boekenvak en nog wat van die dingen. Dat alles gegoten in een brief aan zijn vriend en vroegere redacteur Anthony Mertens. Nadat deze een herseninfarct kreeg was de vriendschap blijkbaar ook over. Of zoals avondlog meldt: “De veertig pils met Adri van der Heijden behoren tot het verleden.”

(A.F.Th. van der Heijden - Kruis en kraai)

De pianostemmer

Toen De pianostemmer net verschenen was in 2003 heb ik er wel eens mee in mijn handen gestaan, maar toch nooit overtuigd dat het boek zijn geld waard zou zijn. Nu er een goedkope herdruk in de winkels ligt á €7,50 heb ik het boek dan toch maar gekocht. Achteraf gezien had ik het toen al moeten kopen.

Vooral het eerste deel is sterk en deed mij regelmatig denken aan Hart der duisternis van Joseph Conrad. Ook dat reizen naar een man die het einddoel vormt, ook dat exotische, en ook die kritiek op kolonialisme.

Het tweede gedeelte is iets minder, als dat wat strakker gecomponeerd was zou De pianostemmer een topboek geweest zijn. Maar goed, voor een debuut is het lang niet verkeerd. Veel feiten over Birma, over de Erard piano, over planten, vogeltjes en andere beestjes. En uiteindelijk blijken bevelhebbers toch altijd liever te vechten dan op andere wijzen iets te weeg te brengen. Of toch niet?

Enige minpuntje: dat de plot al op bladzijde 105 (van de 391) verklapt wordt.

(Daniel Mason - De pianostemmer)

Tang

Weer een door Paula Stevens uit Noors vertaalde roman. Dat deze debuutroman van Erlend Loe toch de verwachtingen niet helemaal waarmaakt ligt echter niet aan de vertaling. Tang is zo’n boek met een misleidende flaptekst:

Waar anderen misschien in alcohol of drugs zouden vluchten, zoekt deze man zijn heil in het zwembad.
Zijn zwembadbezoek inspireert hem tot het verzamelen van zwemartikelen, waarvan de collectie zwembrillen het absolute hoogtepunt is.

Maar niks geen vlucht naar het zwembad, laat staan een verzamelwoede betreffende zwemartikelen met duikbrillen in het bijzonder. Goed, de man gaat zwemmen, regelmatig zwemmen zelfs, en koopt nog een duikbril bovendien, maar daar blijft het dan ook bij. Geen badmutsen van oude vrouwtjes afpikken, geen tassen vol badslippers en onder de jas verstopte zwemvliezen.

Wel een verhaal dat sterk doet denken aan Proeven van liefde, maar dan zonder de filosofische bespiegelingen. Hoewel deze man lang niet zo’n loser is als die bij Alain de Botton.

(Erlend Loe - Tang)

Betamax

Niels Carels is bij mij vooral bekend als Niels van Niels en Vincent hebben een blogspot dot com. Aanleiding om Betamax te lezen waren de twee sterren in de VN Detective & Thriller gids die het boek wist te behalen. Zo vaak zie je daar niet een roman in besproken worden. En twee sterren, dat zou een jaar eerder nog bijkans een Gouden Strop waard geweest zijn.

Toch moet er iemand flink hebben liggen pitten, daar bij VN. Want van een thriller, zelfs als het een literaire zou zijn, is geen sprake. Wel van spanning en mysterie. Maar bijvoorbeeld ook van gedichten (die ook los van het verhaal prima te lezen zijn). De helden van Carels, zoals te vinden op eerder genoemd weblog, komen ook langs in Betamax. Zoals in het bandje de J.D. Salingers (goeie band naam trouwens) of de boeken van Chuck Palahniuk die her en der rondzwerven. In de “Fragmenten uit het persoonlijk verslag van Werner Hajenius” herkennen we zelfs een fragment uit Survivor van Palahniuk. En dan zijn er nog de nodige filmregisseurs die genoemd worden in de straten en pleinen van de stad die geen Amsterdam mag heten maar er wel verdomd veel op lijkt.

Al met al een verdomd fijn boek.

(Niels Carels - Betamax)

Ondanks dat ik mij prima vermaakt heb met De helaasheid der dingen vraag ik mij bij dit soort boeken toch altijd af wat er nu biografisch is, en wat fictie? Hoeveel Dimitri Verhulst zit er in Dimmetrie?

Prachtig ook hoe hij het milieu waarin hij opgroeit vervloekt, maar zodra er een ander wat van zegt het verdedigd.

(Dimitri Verhulst - De helaasheid der dingen)

Is dit nou een roman vermomt als essaybundel, of een essaybundel in de vorm van een roman? Ik ben er nog niet helemaal uit, maar Alain de Botton heeft met Proeven van liefde beslist een fascinerend boek geschreven.

Zelden is muziek een probleem als ik lees, maar dit boek moest in stilte gelezen worden. Soms zelfs een stukje hardop gelezen worden. Soms even weggelegd worden om er rustig over na te denken. Soms even een stukje herlezen.

Toegeven: tegen het einde had ik er wel genoeg van. Van de naamloze hoofdpersoon in ieder geval. Geen wonder dat die Chloé hem in ruilde voor zijn vriend. En dan op dramatische wijze zelfmoord plegen. Met vitamine C bruistabletten. Loser!

Maar ondanks dat, wat een wijsheid in dat boek.

(Alain de Botton - Proeven van liefde)

Gekweld

Een wat wonderlijk boek, dit Gekweld van Chuck Palahniuk. Allereerst de uitgave. De eerste druk verschijnt als pocket á 3 euro, en dan eind oktober verschijnt er een gebonden uitgave, die met de bon uit de pocket met 3 euro korting gekocht kan worden. Waarschijnlijk een wanhoopsofensief van de uitgever om Palahniuk nu eindelijk eens onder de aandacht van het grote publiek te krijgen. Jammer dan dat ze daar uitgerekend deze roman voor genomen hebben.

Want het tweede wonderlijke aan Gekweld is de structuur. Raamvertelling, dichtbundel en verhalenbundel in een. Sommige verhalen klinken als een echo naar eerder werk, zoals in het verhaal Klap van de molen dat een restantje Fight Club lijkt. Andere verhalen zijn eerder oefeningen voor nog te schrijven boeken, Postproductie bijvoorbeeld zou een voorstudie van Snuff kunnen zijn.

De losse verhalen op zich zijn goed, de overkoepelende raamvertelling zit knap in elkaar, zelfs de gedichten hebben wat, ook al zijn het eerder regie aanwijzingen dan dat het onder de noemer poëzie te plaatsen is. En toch valt het allemaal wat tegen. Chuck Palahniuk kan gewoon beter.

(Chuck Palahniuk - Gekweld)

De halfbroer

Na die goeie Noorse roman had ik best zin in nog een Noorse roman. Ik kwam bij De halfbroer van Lars Saabye Christensen terecht. Ook al vertaald door Paula Stevens. En laat die zo mogelijk nog beter zijn dan Buzz Aldrin, waar ben je gebleven?

Ook in De halfbroer gebeurd eigenlijk niets eens zo gek veel. Het is een familiegeschiedenis verteld door een klein gebleven, zowel qua lengte als qua werk, scenario schrijver. Bij vlagen doet het boek denken aan een andere familiegeschiedenis die ik ergens in 2002/2003 las, Fontanel van Meir Shalev. (ook dat is een heel goed boek, gezien het feit dat ik daar na al die jaren nog aan terugdenk)

Film is een ander aspect aan deze roman. Niet alleen omdat hoofdpersoon Barnum scenario schrijver is, of omdat een script deel uit maakt van het verhaal, of omdat Barnum en zijn vrienden een figuranten rolletje hebben in een film, of omdat een deel van het verhaal tijdens een filmfestival afspeelt. De halfbroer doet soms aan Big Fish denken, van Tim Burton. Arnold Nilsen heeft wel wat weg van Ed Bloom. Daarnaast is de hele manier van beschrijven erg beeldend. Het zou mij niks verbazen als Lars Saabye Christensen enkele filmscripts op zijn naam heeft staan.

Nadeel is dat De halfbroer het magnum opus van Lars Saabye Christensen schijnt te zijn. Zijn andere boeken kunnen dus bijna alleen maar tegenvallen. Toch verwacht ik er nog wel een te willen lezen.

(Lars Saabye Christensen - De halfbroer)

Negen verhalen

J.D. Salinger was een naam die mij altijd al fascineerde, of liever: de titel van zijn roman The catcher in the rye. De Nederlandse vertaling daarvan, De vanger in het graan, klinkt echter alweer een stuk sulliger. Maar over The catcher in the rye las ik dan weer dat je die eigenlijk voor je twintigste moet lezen, en dat die daarna alleen maar tegen kon vallen. Dus liet ik het boek altijd links liggen.

Nu ligt er weer een zoveelste druk in de winkel. En dit keer zijn ook drie verhalen bundels herdrukt. Ik google wat, ontdek dat Salinger nog altijd leeft, dat wat er nu in de winkel ligt alles is wat er van Salinger is uitgegeven, dat hij nog wel schrijft maar de literaire wereld de rug heeft toegekeerd, dat veel van die verhalen en die ene roman met elkaar verweven zijn. Ik ben gefascineerd. Ik koop de eerste bundel verhalen, Negen verhalen. Na lezing van het eerste verhaal bestel ik ook de andere twee bundels.

Nu alleen nog De vanger in het graan kopen. Of The catcher in the rye lezen.

(J.D. Salinger - Negen verhalen)

Schijnbeeld

Het vorige deel, Zondeval, was een prima kennismaking met inspecteur Banks. Deel 5, Schijnbeeld, bevalt mij echter een stuk minder. En dat terwijl de kenners er net zo’n hoge waardering er voor hadden, en het boek bovendien bekroond werd met de Arthur Ellis Award for Best Crime Novel.

Misschien beviel het verhaal mij wel niet omdat het zich afspeelt tussen kerst en drie koningen. Zoals je Die Hard eigenlijk niet in de zomer moet zien, zo zou je ook geen kerstverhalen moeten lezen in augustus.

Maar wat mij vooral stoorde was dat het meer op een niet verfilmd script voor een aflevering Midsomer Murders leek, dan op een misdaadroman. Al die bordkartonnen karakters die maar niet echt tot leven kwamen en allemaal potentiële daders waren. En steeds maar weer de kroeg in voor bier, whiskey en sigaretten, tot de dader min of meer uit de lucht komt vallen.

Bij Zondeval vlogen de rock ‘n roll platen om je oren, dit keer is het enkel klassiek wat beluisterd wordt. Jammer dan dat de vertaler en/of de drukker het “Kwartet voor het einde der tijden” tot een onderdeel van de Messiah maken, en niet toeschrijven aan Messiaen.

(Peter Robinson - Schijnbeeld)

Wegens 75 jaar Frans Pointl stelde uitgever Nijgh & van Ditmar een boekje samen met kattenverhalen. Het overgrote deel verscheen al eerder in één van de andere verhalen bundels van Frans Pointl. Nieuw zijn de gedichten, een aantal foto’s en twee verhalen, waarvan een al eens in een literair tijdschrift heeft gestaan.

Bij tijd en wijle heb ik best enige compassie met mijn medemens maar het houdt niet over en de toepassing van het woordje ‘gezellig’ is niet aan mij besteed.

Pointl kwam in zijn boeken al nooit als mensenvriend over, maar als je nu leest hoe hij met poezen omgaat dan is het duidelijk dat hij meer om poezen dan om mensen geeft. Zelfs als die kat een reïncarnatie van Hitler blijkt te zijn, zoals in het titelverhaal.

Waarschijnlijk ben ik de enige jood ter wereld die heeft gehuild om Hitlers dood.

Je moet er van houden, van zijn aparte humor.

(Frans Pointl - Poelie de verschrikkelijke)

Het beste boek dat ik in 2008 gelezen heb? Dat zou eind december best eens Buzz Aldrin, waar ben je gebleven? van Johan Harstad kunnen blijken te zijn. Terwijl er geen eens zo gek veel gebeurd in dit boek, wat op de achterflap staat betreft ongeveer de eerste 100 bladzijden. Daarna volgen er nog 400.

Er is muziek: het boek beslaat vier delen die vernoemd zijn naar cd’s van The Cardigans, The Cardigans spelen sowieso een grote rol, het motto is afkomstig uit een nummer van Motorpsycho, R.E.M. komt ook nog even langs. En dan zijn er nog de nodige niet bestaande bandjes.

Er zijn eilanden: de Faeröer, maar ook, meer op de achtergrond, de Caraïbische eilanden.

Er zijn psychische stoornissen, of beter: mensen die buiten de boot vallen. Je moet maar in het stramien van de middelmaat passen. Wie dat niet doet is gek.

Er is Buzz Aldrin, de tweede man op de maan, en hoe het daarna verder met hem ging.

Het boek is uit, en eigenlijk zou ik meteen weer opnieuw willen beginnen. Ik zou naar de Faeröer af willen reizen. En ik heb al twee cd’s van The Cardigans gekocht.

(Johan Harstad - Buzz Aldrin, waar ben je gebleven?)

Snuff

Chuck Palahniuk’s laatste roman Snuff riep nogal wat discussie op (wat een oude foto’s gebruiken ze daar bij NRC trouwens, tegenwoordig gaat hij korter geknipt door het leven) maar gezien het feit dat zijn boeken niet bepaald vlot vertaald worden heb ik maar de Engelse uitgave gelezen om zelf een oordeel te kunnen vellen.

Natuurlijk gaat het over porno, dat was ook het uitgangspunt. Een boek schrijven om de ondergewaardeerde maar al om tegenwoordige pornografie in het hedendaagse leven een plek in de moderne literatuur te geven. Maar daarmee is het nog geen porno. Een nominatie voor de Bad Sex award zit er niet in. Nou ja, misschien voor de laatste 2 bladzijden.

Maar Snuff is meer dan een roman over porno. Het is een roman over de filmindustrie. Over merchandise. Over ouders en kinderen. Het is een roman vol feiten en feitjes. Over Hitler als uitvinder van de opblaaspop. Filmsterren die niet meer aan de bak kwamen na introductie van de geluidsfilm, wegens niet goed bij stem, en die dan een uitweg zoeken in drank of dood. En dat zoiets weer kan gebeuren, met de introductie van HD tv. Maar bovenal is het weer een typische Palahniuk roman geworden, met bizarre plotwendingen en een genot om te lezen.

(Chuck Palahniuk - Snuff)

Een wonderlijke uitgave, de verhalenbundel Nachtmerries van Stephen King. Wonderlijk want eigenlijk een halve verhalenbundel. Nightmares and Dreamscapes is de oorspronkelijke titel, in Nederland verschenen als Nachtmerries en Droomlandschappen. Dat boek bestaat dan weer uit twee delen, Nachtmerries en Droomlandschappen. Maar er is slechts één voorwoord, en één nawoord. Dus lees je nu een voorwoord waarin verwezen wordt naar verhalen die niet in Nachtmerries voorkomen, en ook in het nawoord, hoewel dat maar voor de helft is afgedrukt, is daar een enkele keer sprake van.

Aan de andere kant: 12 verhalen, verdeeld over 400 bladzijden was genoeg voor dit moment.

(Stephen King - Nachtmerries)

Desperation

Desperation schijnt op de een of andere wijze verbonden te zijn met De Donkere Toren cyclus, ik heb het verband echter niet kunnen ontdekken. Maar misschien dat boek 6 of boek 7 dat nog duidelijk gaat maken. Gelukkig is Desperation een ijzersterk Stephen King verhaal. Ondanks enkele bekend voorkomende karakters, de schrijver, de alcohol verslaafde, het kind, weet King weer een aantal keer een verrassende plotwending uit zijn pen te toveren. Mooi ook: de strijd tussen een oude, duivelse godheid en het christelijk geloof, en dat zonder in reli-kitsch te vervallen.

(Stephen King - Desperation)

Maand van het spannende boek geschenk 1992. Dat bestaat dus al langer dan ik denk.

Toen las ik dit boekje van Stephen King ook al eens, maar daar was mij maar weinig van bij gebleven. Momenteel wordt Dolan’s cadillac verfilmd, en na herlezing moet ik zeggen dat het best een aardige film zou kunnen worden. Niet echt een horror verhaal, onderwijzer neemt wraak op de maffiabaas die verantwoordelijk is voor de dood van zijn vrouw. Wel een prima verhaal voor zo’n geschenkboekje, hoewel je daar bij Stephen King niet echt bang voor hoeft te zijn, die weet wel raad met korte verhalen.

(Stephen King - Dolan’s cadillac)

Huurlingen

Huurlingen hinkt op twee gedachten. Enerzijds wil het een non-fictie zijn, over de war on terror en het uitbesteden van defensie- en inlichtingentaken door de (Amerikaanse)overheid.
Anderzijds is het een thriller, met als subplot een War of the roses op het battlefield Irak.
Als non-fictie boeiend leesvoer, vergelijkbaar met Schurkenstaat van William Blum, als thriller soms lachwekkend slecht. Het beeld van Rambo die bloemblaadjes trekt onder het gemompel van “ze houdt wel van mij, ze houdt niet van mij…” is nooit ver weg.

(R.J. Hillhouse - Huurlingen)

Wahwah #10 is samengesteld door gastredacteur Joost Zwagerman. Dat beloofd op zich weinig goeds, want Joost Zwagerman en muziek bevalt mij meestal slecht. Maar zowaar! Joost heeft een muziekboek samengesteld, met 282 bladzijden is het nauwelijks meer als tijdschrift te beschouwen, dat aan mijn voorwaarde voor een goed muziekboek voldoet. Een boek dat je doet luisteren, een boek dat je herleest. En dat alles door die ene ultieme vraag te stellen: welk album neem je mee naar een onbewoond eiland? Het levert 134 bijdragen op, van schrijvers, dichters en een enkele muzikant, waarvan vrijwel alle bijdragen de moeite waard zijn. Zelfs de bijdrage van Joost zelf.

(Wahwah - nummer 10, 2008: Groeten van Rottumerplaat)

De twaalfde man kreeg ik als extraatje bij een serie thrillers van Gouden Strop winnaars. En aangezien de voorkant suggereert dat het hier een voetbalthriller betreft, leek dit mij een geschikt moment om dit boek te lezen.

Oorspronkelijk verscheen De twaalfde man als dagelijks feuilleton in De Gelderlander tijdens de maand van het spannende boek en het WK voetbal 2006. Geschreven door Jac. Toes en dichter/ schrijver/columnist Arnold Jansen op de Haar. Van dat voetbal is niet veel te merken, op af en toe wat lallende supporters en een enkele melding van een verloren wedstrijd na. Dat het als feuilleton is geschreven is meer merkbaar, evenals het feit dat de krantenlezer door middel van multiplechoice voortgangsvragen de verhaallijn kon beïnvloeden. Aan het eind van elk, kort, hoofdstuk een cliffhanger, en soms een wat wonderlijke voortgang van het verhaal. En uiteraard zo af en toe een melding over De Gelderlander.

Al met al doet het vooral aan een soap denken. Als luchtige noot tussen het wereldnieuws en de verrichtingen van Oranje in Duitsland zal het allemaal best aardig zijn geweest, maar in boekvorm is het niveau toch enigszins Jac. Toes onwaardig. Of dat ook geldt voor Arnold Jansen op de Haar blijft vooralsnog onbekend.

(Jac. Toes & Arnold Jansen op de Haar - De twaalfde man)

Even denk ik het wel te weten: weer zo’n verhaal in een verhaal in een verhaal, typisch Paul Auster. En ook De Donkere Toren zit in de weg als blijkt dat er een parallel Amerika bestaat waar een burgeroorlog is uitgebroken nadat George Bush de verkiezingen van 2000 naar zich toe getrokken heeft. “Verborgen snelwegen”, is mijn eerste gedachte. Maar gaande weg weet Paul Auster toch weer te verrassen met Man in het duister. En aan het einde kom ik tot de conclusie dat dit boek toch veel beter is dan zijn vorige roman Op reis in het scriptorium, dat veel meer een trucje was dan van Man in het duister gezegd kan worden.

(Paul Auster - Man in het duister)

Op zich is het best een aardig idee, om de columns van Martin Bril thematisch in boekvorm te gieten. Ook al kunnen vele verhalen net zo gemakkelijk onder een ander thema gebundeld worden. Liefde, seks & regen is evengoed toch wel de minste bundeling die ik tot op heden van Bril las. Misschien ligt dat aan de vergezochte en samen geraapte thema’s, maar eerder ligt het aan het niveau van deze columns. Veel stukjes zijn dit keer niet meer dan observaties en halen niet vaker het niveau van een gemiddeld weblog stukje. Door dat te bundelen in boekvorm krijgt dat toch iets pretentieus.
En die enkele keer dat zo’n column langer is, en dus meer op een verhaal moet lijken, ik noem een Amsterdam is een vrouw, blijkt pas echt dat dat schrijfwerk van Bril een trucje is dat niet langer dan een gemiddelde column moet duren.

(Martin Bril - Liefde, seks & regen)

Tovenaarsglas mocht dan enigszins tegenvallen, Wolven van de Calla is weer ijzersterk. Een verhaal met een kop en een staart, geen restanten van vorige boeken die in de weg zitten en geen open einde.

Ook dit keer weer een western verhaal, maar voorzien van de nodige extra’s. Alcohol gebruik is een thema, de strijd tussen mens en machine een tweede. Donald Callahan uit Bezeten stad duikt op, er is een robot, een groep rovers genaamd de wolven die er echter uitzien als Dr. Doom uit de marvel comics en die bewapend zijn met lichtzwaarden uit StarWars en snooien model Harry Potter, Elton John’s Someone saved my live tonight klinkt te pas en te onpas, en bovendien is ook op een ander front, New York 1977, een strijd te voeren, tegen de gangsters die zo fraai aan hun einde gekomen waren in Het teken van drie.

Op naar boek 6.

De Donkere Toren
1. De scherpschutter
2. Het teken van drie
3. Het verloren rijk
4. Tovenaarsglas

(Stephen King - Wolven van de Calla)

De jonge jaren van de scherpschutter

Het idee is goed, de uitwerking wisselvallig. De jonge jaren van de scherpschutter is de verstripping van Stephen King’s Tovenaarsglas. Qua tekenwerk valt er niks te klagen, hooguit dat ik soms een andere voorstelling had van zaken dan de tekenaars. Nee, Jae Lee en Richard Isanove weten met regelmaat platen af te leveren waar je met verbazing naar kijkt.
Maar rond uit zwak is het verhaal. Hier geen woord voor woord verstripping zoals Dick Matena dat bij, bijvoorbeeld, Kaas deed, maar een script van Peter Davis naar een plot van Robin Furth, naar het verhaal van Stephen King. Alsof een 16 jarige puisterige puber een boekverslag van maximaal 1000 woorden over zijn favoriete Donkere Toren boek heeft geschreven. De hoofdlijnen heeft hij nog wel begrepen, maar alles wat verder gaat dan pang of piel is aan hem voorbij gegaan. Helaas.

“Lezers kunnen altijd terugvallen op de boeken, die niet waardeloos zijn.”, schrijft Stephen King in het nawoord. Ik denk dat ik het inderdaad maar bij de boeken hou.

(Stephen King - De jonge jaren van de scherpschutter)

Fotofinish

Ja, zo hoort een Gouden Strop winnaar te zijn. Spannend en met onverwachte plotwendingen. Fotofinish heeft het. Met Dubbelspoor en De afrekening waren er al eerder nominaties voor Jac. Toes maar met zijn vierde thriller, en derde nominatie, was het dan eindelijk raak, en dat met een romannetje van slechts honderd bladzijden.

Voor het overige is het weer een typische Toes: veel drank en sigaretten en een advocaat in de hoofdrol. Aardig zijn de cameo’s van Donald de Wacht en Fred Benter die na drie boeken aan de kant zijn gezet.

Het is Benter, een eenpitter die kantoor houdt aan de rand van de hoerenbuurt. Vroeger waren zijn klanten de tippelaarsters die voor zijn deur liepen te heupwiegen. De rest van zijn clientèle woonde niet veel verder om de hoek, waar ze de hele opiumwet bij elkaar spoten, rookten en verhandelden. Af en toe beroofden ze een late fietser en als het zo uitkwam, elkaar. Toen hij zelf een keer was geript, specialiseerde hij zich in fiscaal recht. Sindsdien spoort hij voor de anonieme bazen van dat tuig de kronkelweggetjes op in het internationale geldverkeer.

(Jac. Toes - Fotofinish)

Onbegrepen

Eigenlijk weet je het van te voren. Die boekgeschenkjes in het kader van De maand van het spannende boek vallen áltijd tegen. Toch leest het begin van Onbegrepen aangenaam prettig weg. Misschien omdat in hoofdpersoon Martin wel een aantal elementen zitten die bekend voorkomen. Of omdat er nogal met namen gedropt wordt, zowel boektitels als auteurs.
Maar als na 1/3 van het boek wel duidelijk is wie de dader is, als de clichés zich opstapelen en er met zevenmijlslaarzen door het verhaal gebanjerd wordt is het snel gedaan met het leesplezier. Nee, de enige eer die dit boekje nog kan behalen is een nominatie, misschien zelfs wel de hoofdprijs, voor de Bad Sex in Fiction Award.

(Karin Slaughter - Onbegrepen)

Tovenaarsglas gaat direct verder waar Het verloren rijk was geëindigd: met een raadselwedstrijd tegen Blaine de mono. Hadden die honderd bladzijden nu niet aan Het verloren rijk toegevoegd kunnen worden? Nu komt het verhaal krakend tot stilstand, als een crashende Blaine, wanneer Roland en zijn vrienden gaan palaveren.

Het verhaal dat Roland vervolgens verteld is nog met meest vergelijkbaar met De scherpschutter. Een traag opstartend verhaal waarin de geest van Sergio Leone in rondwaart. Kijken, praten, uitdagen, zien wie het eerst toehapt en dan actie. Voeg daar een heks aan toe, een flinke teug Arthur legende, een verwijzing naar dominee Sylvia Pittston die in De scherpschutter een rol van betekenis speelt en een tovenaarsglas dat aardig wat overeenkomst vertoond met de Palantír zoals Tolkien die ooit verzonnen heeft. En dit alles, of in ieder geval toch het meeste, geschreven in middeleeuws aandoende taal.

Je zou bijna vergeten dat na dit verhaal over de jeugd van Roland het verhaal in Tovenaarsglas nog verder gaat waarbij het ka-tet door de wereld van De beproeving trekt, een deel van Alice in wonderland beleeft en uiteindelijk Randall Flagg ontmoet.

De Donkere Toren
1. De scherpschutter
2. Het teken van drie
3. Het verloren rijk

(Stephen King - Tovenaarsglas)

In navolging van een paar literaire sporttijdschriften (Hard gras, De muur) en een literair muziektijdschrift (Wahwah) is er met Koud Bloed nu ook een literair true crime magazine. Vast niet geheel toevallig verschijnt het eerste nummer vlak voor de maand van het spannende boek.

Geïnspireerd door In cold blood van Truman Capote. Dat legt de lat meteen al hoog. A.F.Th. van der Heijden komt met een verhaal gebaseerd op de moord op de keurslager in Geldrop, goed leesbaar, maar hij mag er nog hard aan schaven voor het deel uit kan maken van een nieuw deel Tandeloze tijd. Een viertal gedichten van Jan Schoorl vormen een aardige bijdrage, evenals een kort verhaal van Eva Maria Staal en een, hopelijk vervolg rubriek, Misdaad in muziek van Leo Blokhuis waarin dit keer de ballade Tom Dooley centraal staat. Ook een paar andere vaste rubrieken lijken aan de hand van dit eerste nummer de moeite waard: Het voorwerp (waar van Ledden Hulsebosch om de hoek komt kijken), Misdaadtaal (geschreven door Ewoud Sanders) en De misdaadfilm.

(Koud Bloed - nummer 1 , 2008)

Ooit heb ik wel eens een James Bond verhaal van Ian Flemming gelezen. Misschien wel twee. Maar vraag niet welke. Natuurlijk heb ik de films gezien, de meeste in ieder geval. En die meestal weer meerdere keren. Televisie is niets dan herhaling tenslotte.

Afgelopen woensdag had Ian Flemming honderd geworden, ware hij niet in 1964 gestorven. Dat moet gevierd worden. Dus ligt er een nieuwe Bond roman in de winkels, geschreven door Sebastian Faulks als Ian Flemming. En ik moet zeggen: Faulks is een prima Flemming. Of toch in ieder geval een prima scriptschrijver voor een Bond film. Want dat is toch het minpuntje aan Devil may care, het zijn soms letterlijk regie aanwijzingen:

En toen, aan de oppervlakte van de rivier, drijvend al een waterlelie, verscheen er een enkele witte handschoen, die nog een paar seconden dobberde en ronddraaide in het kielzog van de boot, voordat hij zich met water vulde en naar de diepte zonk.

Beeld zwart, volgende scène.

Evengoed is Devil may care prima vermaak, zoals een Bond film, ook al is het de zoveelste herhaling op televisie, altijd weer prima vermaak is. Een prima schurk met een creepy sidekick, Bond en de schurk die met elkaar strijden, eerst in een spelletje, tennis in dit geval, daarna om het echie, uiteraard een Bond girl, een handvol exotische locaties en enkele technische foefjes.

(Sebastian Faulks - Devil may care)

Imprimatur

Altijd een slecht teken als ik tijdens het lezen van een boek andere boeken ga lezen. Dit keer las ik zelfs drie boeken tussendoor.

Na Dante’s val en De verleidster van Florence is dit de derde historische roman in korte tijd. Arnaud Delalande schreef de spannendste, hoewel soms over-the-top. Salman Rushdie schreef de beste, en de meest fantasievolle. Rita Monaldi en Francesco Sorti zijn historici van oorsprong. Imprimatur is dus de meest historisch accurate roman van de drie, wat resulteert in talloze historisch juiste voedselrecepten, velerlei bereidingswijzen voor toen gebruikelijke medicamenten tegen de pest en andere ongemakken, alinea’s vol middeleeuwse scheldwoorden of een opsomming van landstreken waar men met behulp van wichelroedes misdadigers opspoorde.

Maar daarmee heb je nog geen verhaal. En dat ontbreekt ook enigszins aan Imprimatur. Het verhaal is dun en wazig, en om te verhullen lang en langdradig. Men praat, men luistert elkaar af en men loopt ’s nachts rond in ondergrondse catacomben.

Het later geschreven De twijfel van Salaì moest het ook niet van de spanning hebben, maar dat had in ieder geval nog een hoop humor. Ook dat ontbreekt grotendeels in Imprimatur. Schrale troost: het kan dus alleen maar beter worden in deze reeks rond Atto Melani.

(Monaldi & Sorti - Imprimatur)

Was ik door Fight club al sterk verrast, Dagboek, een roman blijkt nog beter te zijn. Wederom maatschappij kritisch, maar een nog strakker gecomponeerd verhaal, bizarre wendingen, vette humor.

Beverly Hills, de Upper East Side, Palm Beach: Angel zegt dat de beste wijken van elke stad tegenwoordig alleen maar een luxe suite in de hel zijn. Buiten je tuinhek moet je nog steeds dezelfde bomvolle straten op. Jij en de dakloze drugsverslaafden, jullie ademen dezelfde stinkende lucht in en horen de hele nacht dezelfde politiehelicopters dezelfde criminelen achtervolgen. De sterren en de maan zijn verblind door miljoenen automarkten. Iedereen bevolkt dezelfde overvolle trottoirs, bezaaid met vuilnis, en ziet dezelfde zonsopgang, rood en smoezelig achter smog.

Ook na Dagboek, een roman blijft de behoefte tot het lezen van meer Palahniuk.

(Chuck Palahniuk - Dagboek, een roman)

Morgen

Wonderlijk toch, dat sommige boeken alle aandacht krijgen terwijl soortgelijke titels ten onder gaan in die tsunami van nieuwe boeken die de boekhandels wekelijks overspoelen. Morgen van Graham Swift lijkt in veel opzichten op Aan Chesil Beach van Ian McEwan. Beide Engelse schrijvers, vrijwel even oud, beide een keer de Booker prize gewonnen, beide een verhaal in Engelse setting, inclusief strand, en in beide gevallen een verhaal over een huwelijk. Waar dat bij McEwan vreselijk mis loopt, het huwelijk, niet het verhaal, is het bij Swift een “en ze leefden nog lang en gelukkig” verhaal. Nou ja,bijna. Zonder een beetje drama geen roman. Vader is bioloog, maar niet de biologische vader. En hoe vertel je dat je kinderen.

Aan Chesil Beach werd wederom genomineerd voor de Booker prize, over Morgen bereikte mij weinig. Ten onrechte. Morgen is minstens net zo goed als Aan Chesil Beach. En heeft zeker een sterker einde.

(Graham Swift - Morgen)

Een nieuwe uitgever voor Peter de Zwaan, dus moet die aan de man gebracht worden. Dus ligt er een promo boekje in de winkel voor een euro, inclusief kortingsbon voor de nieuwe roman De Charlsville jackpot.

Het moet gek lopen wil dit geen verkoopsucces worden. Voor die ene euro krijg je met Kelly’s 30.000 een prima 140 pagina’s tellende thriller met in de hoofdrol huurmoordenaar Rockne Paradise, die ook al de hoofdrol speelde in De middelman. Vriendin van huurmoordenaar wordt opgelicht, dat vraagt om een tegenactie. Prima hardboiled thriller voorzien van de nodige humor:

“Waardepapieren van Orion Sources. Het gaat over een mijn in Suriname. Goudmijn.”
“”Sssuriname?”
“Ik heb het nagekeken. Landje in Zuid-Amerika. Is van iets in Europa geweest. Antwerpen of zo.”
“Daar hebben ze diamanten, wat moeten zze met goud?”
Rockne snoof. “Ik heb het opgezocht, maar ik ben het vergeten. Er is een land in Europa dat Suriname had. Kan Kopenhagen zijn geweest.”
“Is dat land Sussuri, ssshit, name nou kwijt?”
“Net als Kelly haar geld. Mijn geld.”

Die waardebon moest ik ook maar snel verzilveren.

(Peter de Zwaan - Kelly’s 30.000)

De genezing van de krekel is zo’n typisch Toon Tellegen verhaal. Dieren die van alles beleven, met een moraal. Meestal zijn dat korte verhalen, en die kan ik over het algemeen wel waarderen. De genezing van de krekel is echter een complete roman volgens dit concept, over een krekel die depressief wordt, en weer geneest. Het boek won de Gouden Uil 2000 en dat schept verwachtingen.
En ik moet zeggen, Tellegen weet uitstekend te beschrijven hoe het is om depressief te zijn. Het is de genezing waar ik dan moeite mee heb. “Ik moet beter worden” en “Beter worden is beter zijn”. De krekel kan er niets mee. En dan ineens ís de krekel beter. Het komt een beetje uit de lucht vallen, net als de olifant trouwens, die steeds in de boom klimt en er weer uitvalt.

Was het maar zo simpel als vallen.

(Toon Tellegen - De genezing van de krekel)

Na Venetië 1756 geraak ik met Salman Rushdie in Florence in de eerste helft van de 16de eeuw, en in India in de tweede helft van de 16de eeuw. Geen moorden, en lang niet zo historisch accuraat als Dante’s val, maar ondanks dat vele malen spannender. Rushdie weet een geschiedenis te vertellen die blijft boeien.

(Salman Rushdie - De verleidster van Florence)

Dante’s val

Een enigszins wonderlijke thriller, dit Dante’s val van de Franse schrijver Arnaud Delalande. De held is een mix van James Bond en John Rain, een serie moorden geïnspireerd op Dante’s La Divina Commedia, een staatsgreep en een complete zeeslag. Ondanks het overvolle verhaal, en de bij tijd en wijlen over-the-top actie, weet Delalande tot het einde aan toe te boeien. Bijkomend voordeel van zo’n historische thriller is dat je er nog wat van opsteekt ook.

(Arnaud Delalande - Dante’s val)

Playback

Of de Gouden Strop is er flink op vooruit gegaan sinds begin jaren ‘90, of, en dat is misschien nog veel belangrijker/verontrustender: de Gouden Strop is helemaal geen kwaliteitskeurmerk. Een netwerk voor misdaadauteurs die elkaar een prijs toe delen om de verkoopcijfers te op te krikken.

Vanwaar die conclusie? Playback van Chris Rippen. Winnaar van de Gouden Strop 1992. In tijden niet zo’n slappe thriller gelezen. Het hele verhaal hangt van toevalligheden en onwaarschijnlijkheden aan elkaar. Spanning tot de laatste bladzijde is normaal gezien een positief feit, hier is dat omdat ook de schrijver zelf niet weet wie de moord gepleegd heeft, en waarom.

(Chris Rippen - Playback)

Deel vier van de reeks. Ook dit keer geen herhaling, maar toch het gevoel dat er wat sleetse plekjes verschijnen. Het feit dat schurk Hilger alweer ontkomt is enigszins zwak. En het zal mij niets verbazen als die samen met Yamaoto, de opperschurk uit de eerste twee delen, een poging gaat wagen om John Rain nu eens definitief uit te schakelen. Wat dan weer mislukt. Als ze daar dan maar het loodje bij leggen.

Toch zijn het vooral de ideeën over terrorismebestrijding, en de wijze waarop geheime diensten te werk gaan, die overtuigend omschreven worden. Dat, en toch ook de nodige humor zorgen er voor dat ook een volgend deel gelezen zal gaan worden.

(Barry Eisler - Schaduwleven)

Tangohart

Tango fascineert. Genoeg om Tangohart, “voor de liefhebbers van De schaduw van de wind” is voor mij al net zo’n positieve aanbeveling als “voor de liefhebbers van De Da Vinci code“, van Elia Barceló op te pakken. Gelukkig pakt dat dan niet verkeerd uit. Een liefdesgeschiedenis met een vleugje mysterie, een Argentijnse versie van de Kecks klassieker Achter glas. Zoals Tangohart eigenlijk ook een Argentijnse variant is op Spitzen van Thomas Rosenboom. Maar waar bij Rosenboom de tango veel weg heeft van een klompendans, “Tango was immers lopen, dus als je maar bleef lopen, wat kon je dan gebeuren?“, spat bij Barceló de spanning en de sensualiteit er vanaf. Ja, en dan moet het wel tragisch aflopen.

(Elia Barceló - Tangohart)

Sluipmoord

Ook deze derde John Rain thriller is een rechtstreeks vervolg op de vorige, dat is het enige nadeel van deze serie: lees je ze niet in volgorde dan ontgaat je de helft. Maar Sluipmoord mag dan een vervolg zijn, het is beslist geen herhaling.

Dit keer de jacht op een wapenhandelaar in opdracht van de CIA, de Christians In Action zoals er spottend over gesproken wordt. Maar er blijken meerdere jagers te zijn. En bescherming door een andere tak van diezelfde CIA. Veel sightseeing in Oost-Azië, en Brazilië, prima actie en een aardige love interest.

(Barry Eisler - Sluipmoord)

Kaas

KaasKaas marcheert altijd. Nog geen jaar geleden las ik het boek nog, en nu alweer. Maar dit keer als de beeldroman bewerking van Dick Matena. Dat levert toch weer nieuwe inzichten op. Kaas begint bijvoorbeeld als brief aan een onbekende:

Eindelijk schrijf ik je weer omdat er grote dingen staan te gebeuren en wel door toedoen van mijnheer Van Schoonbeke.

Vervolgens wordt die hele briefvorm weer losgelaten. Maar niet bij Dick Matena. Willem Elsschot heeft Kaas opgedragen aan Jan Greshoff, Dick Matena laat op de eerste bladzijde Jan Greshoff opduiken als ontvanger van de brief en door het boek heen zie je Greshoff af en toe in zijn stoel zitten, lezend in de brieven van Frans Laarmans. Het werkt verrassend goed. Laarmans zelf lijkt bij Matena veel op Willem Elsschot in de jaren dertig.

Het grootste voordeel van de beeldroman Kaas is dat het hele verhaal in één keer in één band is verschenen. Zo hoef je niet zoals eerder bij Gerard Reve’s De avonden of Jan WolkersKort Amerikaans te wachten met lezen tot alle delen verschenen zijn.

(Willem Elsschot/Dick Matena - Kaas)

Gelijktijdig met Serpentina’s pettycoat lees ik de verzamelde essays van Jan Wolkers. Mede daardoor valt op dat Wolkers bij zijn debuut nog sterk onder invloed staat van Edgar Allan Poe. Ook het andere grote voorbeeld van Wolkers, Multatuli (over beide inspiratiebronnen gaat het essay De beet van de tarantula), komt langs in het eerste verhaal Het tillenbeest:

Wij zijn thuis orthodox. Ik heb mijn moeder dus nooit anders gekend dan zwanger en zogend. Ze had heel wat te tillen. Multatuli zou ze kunnen zeggen.

Wat een compact oeuvre heeft Wolkers toch. Eigenlijk draait alles om die eerste twintig, dertig jaar uit zijn leven, steeds weer verwerkt tot nieuwe verhalen. Of essays, want daarover kan je hetzelfde zeggen. De vierentwintigste druk van Serpentina’s pettycoat is gecompleteerd met illustraties die Wolkers in de hongerwinter maakte, die weer uitgebreid beschreven zijn in het essay In de schaduw van het voorgeslacht, waar ook een passage in voorkomt over de gezinshulp die een hoofdrol speelt in het verhaal Gezinsverpleging. Zo vullen Serpentina’s pettycoat en De schuimspaan van de tijd elkaar mooi aan.

(Jan Wolkers - Serpentina’s pettycoat)

Zomerhitte

Het boekenweekgeschenk van 2005. Ondanks een oplage van 751.000 exemplaren als boekenweekgeschenk ligt er nu een fraai gebonden filmeditie van Zomerhitte in de winkel. Waar het boekenweekgeschenk de blote kont van Karina toonde is nu voor een met een handdoek bedekte Sophie Hilbrand gekozen. Een stuk preutser. Het mooiste is echter de bijbehorende dvd met daarop het laatste gefilmde interview met Jan Wolkers. Een oude man die scheefgezakt in zijn stoel volledig het gesprek naar zijn hand zet, met op de achtergrond één van zijn laatste schilderijen.

Deze keer beviel het herlezen mij beter. Het mag dan niet Wolkers sterkste roman zijn, er zit meer dan genoeg in om van te genieten. De gesprekken tussen de hoofdpersoon en Federici over kunst, de beschrijvingen van de natuur, de opmerkingen over fotografie. Alleen aan de topografische kennis van Kathleen mankeert wat:

“Het is toch alleen de afsluitdijk af en dan over Hoorn naar Amsterdam.”

De boot vanaf Texel komt echter in Den Helder aan, de afsluitdijk kun je, letterlijk en figuurlijk, links laten liggen.

En dat ik bij de eerste lezing al moest denken aan verfilming met Monique van de Ven. Voor de hoofdrol was ze te oud, maar aan een regiedebuut had ik nooit gedacht. Ik ben erg benieuwd naar de film.

(Jan Wolkers - Zomerhitte)

Het laatste jaar van Jan Wolkers. Zo luidt de ondertitel van Zo is het genoeg geschreven door Wolkers’ biograaf Onno Blom. Een klein requiem in vijf delen. Een dag Wolkers in 2007, de kunst in dat laatste jaar, het schrijven in dat laatste jaar, bezoek in dat laatste jaar en het sterven zelf. Vooral dat laatste deel rijk voorzien van fragmenten uit Wolkers’ werk.

Het is een liefdevol portret geworden. Niet alleen van Jan Wolkers, maar ook van Karina. Het is mooi om te lezen hoe levenslustig hij was tot aan het einde, waar hij aan werkte, wat zijn plannen nog waren, hoe werk en leven door elkaar liepen tot in de dood.

(Onno Blom - Zo is het genoeg)

“Mijn God, dit duurt langer dan een ziekte!”, verzucht Fermina Daza tijdens het kijken naar een film. Het had net zo goed op het boek Liefde in tijden van cholera kunnen slaan. Of misschien keek ze wel naar de verfilming daarvan.

Ik vind dit Gabriel García Márquez‘ minste roman die ik tot nog toe gelezen heb. Misschien waren mijn verwachtingen wel te hoog. Het boek staat tenslotte bekend als hoogtepunt uit de wereldliteratuur. Mij was het allemaal te romantisch. Thema’s als liefde, ouderdom en dood heeft Márquez beter uitgewerkt, in Herinnering aan mijn droevige hoeren bijvoorbeeld. De slotzin toont gelijkenis met die van De kolonel krijgt nooit post, maar is lang niet zo sterk, een beetje lafjes/slapjes zoals de rest van het boek. Liefde in tijden van cholera bevat echter af en toe een rake waarheid, een stuk of tien zinnen om op te kauwen en herkauwen, die het lezen de moeite waard maakt. Dat belooft weinig goeds voor die film, dat soort zinnen laat zich niet filmen.

(Gabriel García Márquez - Liefde in tijden van cholera)

De pianoman

Het boekenweekgeschenk van 2008.

Elk jaar hetzelfde liedje. Op fora, boekenweblogs en krantenrecensies de klacht dat het toch allemaal erg mager is. En elk jaar weer een recordoplage. 960.000 exemplaren dit jaar, 5,5% meer dan in 2007. Vorig jaar kreeg ik half april nog de vraag of ik interesse had in een Brug, afgelopen woensdag, bij de start van de boekenweek, kreeg ik meteen al de vraag of ik er één of twee wilde hebben. Tja, als je zo gaat beginnen heb je wel een recordoplage nodig.

Maar ik moet toegeven dat ik van Bernlef een beter verhaal had verwacht. Een terp, een dagloner, een schooltje met een bovenmeester en een gescheiden vrouwtje uit de grote stad voor de lagere klassen, fietsbanden verpakken in een fabriek. Kortom, Nederland in de jaren vijftig. En dan aan het einde van hoofdstuk één vertrekt de pianoman met zijn euro’s naar Amsterdam. Daar gaat de geloofwaardigheid. Het noorden (Friesland? Groningen? De Wieringermeer?) als openluchtmuseum waar men nog leeft zoals vijftig, zestig jaar geleden.

Dan trekt het verhaal nog wel iets bij, maar het gevoel dat er meer had gezeten in het verhaal van de pianoman blijft aanwezig. Het mooiste nog aan dit boekenweekgeschenk is de omslag, met een schilderij van Willem van Althuis, waar K. Schippers in Stil maar zo mooi over schreef.

(Bernlef - De pianoman)

Acht jaar na De afrekening schreef Jac. Toes De kleine leugen, met wederom een hoofdrol voor advocaat Benter. De love interest is na acht jaar verleden tijd en ook zijn journalistenvriendje is verdwenen. Minder drank, minder sigaretten, minder actie. Wel zijn de karakters duidelijk beter ontwikkeld dan in De afrekening, minder stereotype, meer vlees en bloed. Goed voorbeeld is de reactie van de vrouw van de verdwenen echtgenoot: “Stefan is niet weg, hij is onderweg.” Pretig leesbare woonwijkblues waarbij dierenactivisme centraal staat.

(Jac. Toes - De kleine leugen)

De afrekening

Aardige thriller met een advocaat en een journalist als speurdersduo. De tweede in een reeks van drie, wat overigens niet te merken is. Jac. Toes wisselt spitse dialogen af met prima actie. Met een journalist in de hoofdrol is er veel tijd voor drank en sigaretten.

De afrekening werd genomineerd voor de Gouden Strop 1994. Dat lees ik er toch niet aan af. Maar goed, in ‘94 won Maarten ‘t Hart met Het woeden der gehele wereld de Gouden Strop, en dat is nu ook niet bepaald een echte thriller. De Nederlandse thriller is er sinds ‘94 flink op vooruit gegaan. Of ‘94 was een slap jaar, dat kan ook.

(Jac. Toes - De afrekening)

Herlezen. Het geheim van de behekste crypte las ik eerder ergens in 1991/92, in de tijd dat ik dagelijks met de trein van Schiphol naar Den Haag reisde. Ook De stad der wonderen van Eduardo Mendoza las ik toen in gelijke omstandigheden.

Wat ik toen niet wist, toen bestond google immers nog niet, is dat er nog twee delen zijn met de gekke detective in de hoofdrol. Nou ja, deel drie, La aventura del tocador de señoras oftewel Het avontuur van de dameskapper verscheen pas in 2002.

Nu ik Het geheim van de behekste crypte weer herlezen heb ben ik best nieuwsgierig naar die andere twee delen. Het geheim van de behekste crypte mag dan niet de sterkste thriller zijn, het is ook als parodie bedoeld, er zit wel aangenaam leuke humor in het verhaal.

(Eduardo Mendoza - Het geheim van de behekste crypte)

Vuurvreter

Het is op bladzijde 109, bijna halverwege, als de verteller in Vuurvreter meldt: “Hier bevinden we ons al ik het verhaal eindelijk laat beginnen”. Voor die tijd zijn het schetsen van de Zweedse maatschappij, in korte zinnen geschetst. Huiselijk geweld. Drank. Drugs. Illegaliteit. En de onzichtbare slachtoffers in al deze zaken: kinderen.

Kristian Lundberg is dichter van oorsprong. Dat merk je aan zijn manier van schrijven. Sommige dingen zijn echter niet in poëzie te vangen. De woede bij bovenstaande zaken bijvoorbeeld. Dus dan maar een thriller schrijven. Thrillers, want Vuurvreter is deel 1 van wat een vijfdelige serie moet gaan worden.

Sociaal betrokken, kort en krachtig, filosofisch qua toonzetting. Als Lundberg dit nog vier boeken vol kan houden is hij inderdaad “beter dan Henning Mankell“, zoals de quote op de cover ons wil doen geloven.

(Kristian Lundberg - Vuurvreter)

“Verzin iemand”, was de opdracht van Zadie Smith aan de 23 schrijvers die een bijdrage geleverd hebben aan Het boek van andere mensen. En niet aan zomaar wat schrijvers. Het boek van andere mensen is een staalkaart van de hedendaagse Engelse en Amerikaanse literatuur.

Van de bekendere schrijvers leveren Dave Eggers, David Mitchell en Zadie Smith zelf prima verhalen af. Jonathan Safran Foer en Nick Hornby vallen enigszins tegen. Zij blijven, net als veel andere schrijvers, teveel in een schets hangen. Er wordt iemand verzonnen, maar daarmee heb je nog geen verhaal. Soms werkt dat, vaker niet.

Andere hoogtepunten komen van Jonathan Lethem, Colm Tóibin en Andrew Sean Greer. Twee bijdragen, van Daniel Clowes en Chris Ware, zijn beeldverhalen die zo in de zone5300 geplaatst zouden kunnen worden. Ook hoogtepunten dus.

Al met al een prima kennismaking met een keur aan schrijvers, waarmee ook nog eens een goed doel geholpen wordt.

(Zadie Smith - Het boek van andere mensen)

De T van Vondel

De prijs van boeken is sinds de invoering van de euro flink gestegen voor mijn gevoel. En toch. Als ik de pocket De T van Vondel uit de kast trek zit daar een prijssticker op. ƒ13,-. “Grote namen, kleine prijzen”. Een beetje pocket kost heden ten dage tussen de 5 en 7 euro. Soms iets meer, soms nog minder. De T van Vondel is nog een dunne pocket ook, slechts 150 bladzijden. Zo bezien valt die prijsstijging wel mee.

De T van Vondel bevat tien verhalen waarvan er twee echt de moeite waard zijn. Eén over wielrennen, Kinderspel, één over het verzamelen van oude jazz platen, Swingkoning, een typisch Jules Deelder verhaal. Past naadloos in dat interview. Verder nog wat aardige gedachten over spellingsvernieuwing en doping in de sport:

Het blijft de vraag, wat de een ermee te maken heeft wat een ander bij de uitoefening van zijn of haar beroep - Laten we even uitgaan van de beroepssport - slikt, snuift, spuit of in zijn of haar reet steekt. Men vraagt een politicus, bankier of machinewerker ook niet wat hij geslikt heeft om uit z’n nest te komen. Deed men dat wel, dan zou het antwoord ongetwijfeld luiden: `Daar heeft u geen moer mee te maken´. En terecht.

Prima leesvoer voor zo tussendoor.

(Jules Deelder - De T van Vondel)

Witte tanden

Die boeken die de Volkskrant uitgeeft in samenwerking met Meulenhoff bevallen toch verrassend vaak erg goed. Witte tanden van Zadie Smith is er een uit de serie Van twee werelden, en na vier delen gekocht te hebben besloot ik ze niet verder te kopen. Twijfel of ik ze ooit zou lezen. En de meest recente serie heb ik zelfs geheel laten schieten. Nu denk ik “toch zonde”. Want Witte tanden is goed.

Een multi-culti soap, met humor en cliffhangers, zich afspelend in Londen tussen 1974 en 1992, met uitlopers naar Jamaica 1907, Bulgarije 1945, India 1857, thema’s zoals wetenschap, religie en racisme, en een gigantische hoeveelheid personages die uiteindelijk allemaal in een geloofwaardige climax tezamen komen. En dan te bedenken dat dit een debuut is, van een vijfentwintig jarige.

(Zadie Smith - Witte tanden)

Wat Een vrouw van Marcel Möring betreft was Arie Storm mij te kritisch. Waar het Maak jezelf maar klaar van Elsbeth Etty betreft is hij misschien zelfs nog wel te mild:

Al die jaren al die boeken gelezen en nóg geen benul van zelfs maar de eenvoudigste romantechniek. ¹

Voor ik Maak jezelf maar klaar las, en al helemaal na het het lezen van Een vrouw, had ik nog het idee dat het jaloezie zou zijn. Arie Storm, recensent en schrijver van 6 romans niet en Elsbeth Etty recensent en debuterend met Maak jezelf maar klaar wel. Maar niets van dat alles, Maak jezelf maar klaar is werkelijk heel slecht.

Elsbeth Etty maakt het zich ook niet gemakkelijk. Maak jezelf maar klaar is geen vervolg op De ontdekking van de hemel, maar een aanvulling op, hetzelfde verhaal maar dan verteld door Ada, in de vorm van een dagboek, en door Sophia, in een voor- en nawoord bij het dagboek. Etty vindt het bovendien nodig om DOVDH een compleet andere betekenis te geven, dus komt ze met een nieuwe vader voor Quinten op de proppen, maakt van Quinten een autist (Asperger om precies te zijn) en zelfs een (de?) mogelijk leider van Al-Qaeda, Sophia lijdt aan Münchhausen by proxy en is lesbisch, Onno en Max zijn twee homo’s met een vader wens, Max heeft al een relatie met Sophia ver voordat daar in DOVDH sprake van is, en zo gaat het maar door. Volstrekt ongeloofwaardig.

(Elsbeth Etty - Maak jezelf maar klaar)

¹ Elsbeth Etty leutert er flink op los

Na de aardbeving

Laat ik nu eens de meest recent vertaalde Haruki Murakami lezen, dan ben ik weer een beetje bij. Helaas is de verhalenbundel Na de aardbeving niet zo sterk als de eerder door mij gelezen bundel De olifant verdwijnt. Net even minder sprankelend. Misschien dat het aan de vertaling ligt, die vond ik ook nogal rammelend.

Misschien moet ik het advies dat Junpei van zijn redacteur krijgt (in het verhaal Honingkoekjes) maar eens aannemen:

En je moest ook wel praktisch blijven: romans trokken veel meer de aandacht dan korte verhalen.

Ik moest maar snel eens De jacht op het verloren schaap, de enige roman van Murakami die ik in huis heb, gaan lezen.

(Haruki Murakami - Na de aardbeving)

Ondergronds

Ondergronds van Barry Eisler blijkt de tweede John Rain thriller te zijn. Op zich hoeft dat niet erg te zijn, maar dit tweede deel gaat vrijwel rechtstreeks verder waar deel 1, Solo geëindigd is. Had ik dat geweten, dan had ik die eerst gelezen. Nu hoeft dat eigenlijk al niet meer, want op de details na wordt het eerste boek in flarden na verteld.

Toch is Ondergronds een thriller die wel wat heeft: een huurmoordenaar als hoofdpersoon, Japanse couleur locale, veel whiskey en een boeiende intrige. De plot lijkt over meerdere boeken uitgesmeerd te zijn en behelst de controle over Japanse politici. Yakuza, CIA, de Keisatsucho, iedere organisatie heeft zijn eigen plannen om de invloed te versterken. En ook binnen de diverse organisaties kijken niet alle gezichten dezelfde kant uit. Huurmoordenaar John Rain is de speelbal in dit spel.

(Barry Eisler - Ondergronds)

Dichte mist staat mij bij als het engste verhaal dat ik ooit van Stephen King gelezen heb, zelfs na jaren moet ik bij dichte mist nog wel eens denken aan die griezelige monsterkreeften die in de mist zaten. Toen ik in Het teken van drie over de Didde-sjiks las moest ik dan ook direct aan Dichte mist denken. En dankzij de recente verfilming is dat boekje ook eindelijk weer in het Nederlands verkrijgbaar.

Blijkt bij lezing dat er helemaal geen sprake is van monsterkreeften. Wel van inktvisachtigen, gemuteerde spinnen en muggen, pterosaurussen en reusachtige dinosaurussen. Wat niet wegneemt dat ik sterk het vermoeden heb dat al die wezens uit hetzelfde universum afkomstig zijn als de Didde-sjiks.

Toch, ook al is dit nog steeds een eng boek, veel suggestie, is dit een mindere King. Het is allemaal wat rommelig geschreven en ook dit keer met een open einde, alleen deze keer komt er geen volgend deel. Een boek uit het begin van zijn schrijverscarrière waarin met ideeën gestoeid wordt die pas in De beproeving en in De Donkere Toren volledig tot hun recht zouden komen.

(Stephen King - Dichte mist)

De ontdekking van de hemel las ik ergens in 1994. Vanaf dat moment heb ik dat boek altijd als een van mijn favoriete boeken bestempeld. De verfilming uit 2001 zag ik in de bioscoop, en ook een paar maal op dvd. Twee jaar geleden besloot ik het boek weer eens te willen lezen, in 2007 werd het bovendien ook nog eens verkozen tot “Beste Nederlandstalige Boek Aller Tijden” (voor wat dat waard is) en schreef Elsbeth Etty ter gelegenheid van Harry Mulisch zijn tachtigste verjaardag een vervolg/aanvulling onder de titel Maak jezelf maar klaar. Nu, met Logboek in aantocht (dagboek 1991/’92 de jaren waarin De ontdekking van de hemel werd geschreven), word het hoog tijd om eindelijk eens dat boek te herlezen.
Read the rest of this entry »

Ondanks een wel heel erg open einde, Stephen King verontschuldigd zich er zelfs voor in het nawoord, is Het verloren rijk het sterkste deel uit De donkere toren tot nog toe. Enerzijds begint het wat meer op traditionele fantasy te lijken, reisgezelschap op weg naar de queeste, anderzijds is het volstrekt uniek, ondanks soms letterlijke verwijzingen naar In de ban van de ring. Een biomechanische twintig meter grote beer als tegenstander, een ouderwets spookhuis dat rechtstreeks uit het werk van Edgar Allan Poe (De val van het Huis van Usher) afkomstig is, een supersonische trein die dol is op raadsels. Je kunt het zo gek niet verzinnen of het zit er in. Actie vanaf de eerste tot letterlijk de laatste bladzijde.

Ook het ultieme kwaad uit De beproeving, Randall Flagg, komt even langs, dit keer getooid met de naam Richard Fannin.

“Noem me Fannin,” zei de grijnzende verschijning, “Richard Fannin. Dat is niet helemaal juist, misschien, maar ik denk dat het voor de administratie wel genoeg is.”

Hij is maar een paar bladzijden aanwezig in Het verloren rijk, maar hij komt vast meer aan het woord in het volgende deel Tovenaarsglas.

De Donkere Toren
1. De scherpschutter
2. Het teken van drie

(Stephen King - Het verloren rijk)

Een vrouw

De negatieve recensies van Parool recensent Arie Storm zorgden er voor dat ik eigenlijk geen zin meer had om de verjaardagsnovelles voor Harry Mulisch te lezen, en in sommige gevallen zelfs te kopen. Een vrouw van Marcel Möring had ik al wel gekocht, literaire kitsch volgens Arie Storm.
Nu de CPNB echter bekend heeft gemaakt dat in de campagne Nederland leest 2008 Twee vrouwen van Harry Mulisch centraal staat, leek het me toch wel aardig om dat vervolg van Marcel Möring te lezen.
En zo slecht is Een vrouw nu ook weer niet. Natuurlijk heeft Möring betere boeken geschreven, en natuurlijk is het geen Mulisch. En ja, er zitten wat intertekstuele grapjes naar Mulisch en zijn werk in verwerkt, maar daar is het dan ook een eerbetoon aan jarige schrijver voor. Al met al iet onaardig als tussendoortje.

(Marcel Möring - Een vrouw)

Jan Wolkers liet de naam Graham Greene vallen in één van zijn dagboeken. En afgelopen woensdag moest ik daar weer aan denken toen ik bij Scheltema rondliep. Dus alle aanwezige titels bekeken en een keuze gemaakt. Het werd The Quiet American. En dat viel zeker niet tegen, wat een geweldig boek! Een vleugje thriller, een driehoeksverhouding, het begin van de Vietnam oorlog, kolonialisme, spionage, journalistiek. En dat in 180 bladzijden. Prachtig ook hoe die Fransen de naam Fowler uitspreken: Monsieur Fowlair.
The Quiet American is er één om nog eens te herlezen, en Graham Greene een auteur van wie ik snel meer wil lezen.

(Graham Greene - The Quiet American)

Alias

Mooie cover, aantrekkelijke flaptekst, interessante schrijvers bio (Argentijn, verzet tegen militaire junta en daarom in de bak beland). Maar het verhaal valt toch tegen. Voorspelbaar, halverwege het boek had ik wel door hoe het één en ander in elkaar stak, en een open einde bovendien.
Af en toe deed het verhaal denken aan Het schervengericht: twee mannen in een ruimte, één verpakt als mummie en al pratend komt de waarheid boven. De verhalen van de indiaan Marquez deden soms weer denken aan de manier van schrijven van Gabriel García Márquez. Kortom, meer literair dan thriller, deze literaire thriller, bovendien weet Raúl Argemí nergens het niveau van genoemde voorbeelden te halen.

(Raúl Argemí - Alias)

Nog voor ik ook maar aan het eerste deel van de zevendelige serie rond Lodewijk XIV van het Italiaanse echtpaar Rita Monaldi en Francesco Sorti ben begonnen ligt er alweer een eerste deel van wat een nieuwe serie moet worden, dit keer met de geadopteerde zoon van Leonardo da Vinci in de hoofdrol.

De twijfel van Salaì is zonder meer het leukste boek dat ik in tijden gelezen heb. Salaì is een geilaard, een vraatzucht, een praatjesmaker, een grapjurk, een onbehouwen stuk vreten, een kleptomaan en behept met net zoveel verstand als het paard van Jezus, en dat was een ezel. In de brieven aan zijn meester, met maar weinig interpunctie en veel spelfouten, vertelt Salaì met regelmaat over zijn “oefeningen” met de dames in Rome, vraagt hij een voorschot op zijn loon (de helft of zeven achtste of zo), eet en koopt hij kleding op de pof wat uiteindelijk voor een berg schuldeisers zorgt, lost het probleem op betreffende de laster op Rodrigo Borgia annex paus Alexander VI en schets een weinig fraai beeld van Leonardo da Vinci, die wel een hoop bedenkt maar niets dat uitvoerbaar is en die de hele dag zit te rukken terwijl hij naar zijn schilderijen kijkt.

Nu was dat één van de uitgangspunten van Monaldi & Sorti, om Leonardo da Vinci weer een mens van vlees en bloed te maken in plaats van de goddelijke genie die “een tot dan toe onbekende Amerikaanse schrijver er een paar jaar geleden in een pulproman vol absurditeiten en onwaarschijnlijkheden” er van maakte. Missie geslaagd.

De tweede missie, paus Alexander VI is juister historisch perspectief zetten, zal minder makkelijk te realiseren zijn. Hoewel ze in hun nawoord van 70 pagina’s duidelijk maken dat de geschiedenis vervalst is, maken ze tevens duidelijk dat daar een reden voor is. De katholieke kerk zit helemaal niet te wachten op een rehabilitatie van Alexander VI, en ook historici blijken voordeel te hebben bij geschiedvervalsing. Ik weet nu echter wel dat de wiki pagina van Alexander VI geen enkel waar feit bevat, en dat geeft te denken over de rest van wikipedia.

(Monaldi & Sorti - De twijfel van Salaì)