Gelezen 2009

You are currently browsing the archive for the Gelezen 2009 category.

Als er iets tegen is gevallen aan die 999 Challenge dan wel de categorie Science Fiction. Of het waren filosofische verhandelingen met een slecht plot, of het waren hooguit spannende jongensboeken. Op drift in paradoxen van Charles Harness is een beetje van beide. Bordkartonnen karakters ruziën over de vraag wie er straks aan boord gaat van een supersonisch ruimteschip dat over vijf jaar geleden is neergestort. En ja, die zin die klopt. Zo’n boek. Voorin het boek staat een kleine biografie van Charles Harness waarin vermeld dat hij Op drift in paradoxen schreef om zijn doktersrekeningen te kunnen voldoen. Eigenlijk mag je het niet zeggen, maar het is jammer dat die dokter blijkbaar zo succesvol het leven heeft weten te rekken…

(Charles Harness - Op drift in paradoxen)

Even getwijfeld of ik Het afzien van 2009 wel zou kopen, veel zag ik al via de Fokke & Sukke app op de iPhone voorbij komen. Maar eigenlijk kan je niet zonder een jaaroverzicht, en dan is Fokke & Sukke nog altijd het meest vermakelijke jaaroverzicht.

iPhone screenshot van de Fokke & Sukke app

(Reid, Geleijnse & van Tol - Fokke & Sukke, Het afzien van 2009)

Wat is de Wat

Wat is de Wat was het eerste boek dat ik voor mijn Afrika categorie klaar had liggen, maar steeds weer las ik wat anders, bang dat dit boek een soort Duizend schitterende zonnen zou zijn. De quote voorop het boek van Khaled Hosseini deed het ergste vermoeden. Duizend schitterende zonnen was een prima boek maar ook enigszins ongeloofwaardig met al dat leed van een heel land samengevat in één leven. Gelukkig maakt Dave Eggers van Wat is de Wat geen waargebeurde woensdagavond film.

De schuld voor wat de Soedanezen overkwam, bleek overal te liggen. En hoe duidelijker we begrepen dat ons lot verbonden was met talloze problemen overal ter wereld, hoe meer inzicht we kregen in het web van geld, macht en olie dat ons leed mogelijk had genaakt, en hoe sterker het gevoel werd dat er nu toch wel snel iets zou worden ondernomen om Zuid-Soedan te redden.

De hele ellende van Zuid-Soedan zit in het verhaal van Valentino Achak Deng verwerkt, maar door de manier van vertellen wordt het nergens een zwaarmoedig gebeuren. En een hoop herkenning ook vanuit de tijd dat ik met minderjarige asielzoekers werkte. De vele verjaardagen op 1 januari, hoewel die ook op andere 1ste dagen van het kwartaal voorkwamen. Valse namen en leeftijden omdat dat op enig moment voordeel oplevert. Overigens nooit een asielzoeker uit Soedan ontmoet.

(Dave Eggers - Wat is de Wat)

December

Eerst had hij het geweten aan de tijd van het jaar: december was niet haar favoriete maand. Te vroeg donker, te veel feestdagen, te veel gesoebat van ouders, niet alleen de hare ook de zijne, of ze kwamen eten, of ze kwamen slapen.

Er zijn zoveel mensen voor wie die decembermaand een Mont Ventoux is dat je wel eens denkt “kunnen we dat niet gewoon beter overslaan?” Vonne van der Meer schreef een boek vol verhalen over dit soort bergbedwingers, getiteld December. En wederom doet ze waar ze goed in is, verhalen vertellen. In zeven verhalen schetst ze een aantal boeiende personages zoals alleen zij dat kan. Een boek waar je in begint om het vervolgens niet meer weg te leggen. En ja, het heeft enigszins een Libelle gehalte. En ja, het geloof is ook nooit ver weg.

Met zijn vieren spanden we ons in de kleine Tom, de benjamin van ons gezin, voor het geloof te behouden.

Zelfs als het over Sinterklaas gaat zit er een evangeliserende ondertoon in. Desondanks prima vermaak. Ik moest de eilandtrilogie ook maar eens herlezen.

(Vonne van der Meer - December)

“Volg jij @GeheimDagboek?” kreeg ik als vraag op twitter. Het antwoord was nee. Ik heb Hans Warren ooit eens op televisie gezien en op mij maakte hij toen een weinig sympathieke indruk. Een dagboekschrijver die iedereen in zijn omgeving te kakken zet. Maar na een paar dagen @GeheimDagboek gevolgd te hebben raakte ik toch gefascineerd door al die dagboekfragmenten. En gelukkig is er dan een bibliotheek waar je zo’n deel Geheim Dagboek kunt lenen. Het werd deel 16: 1984-1987.

Bij het lezen van de dagboeken van Jan Wolkers heb ik mij wel eens afgevraagd in hoeverre zo’n gepubliceerd dagboek nu overeenkomt met wat er aanvankelijk genoteerd werd, Hans Warren geeft een mooie inkijk in hoe zijn gepubliceerde dagboeken tot stand komen:

Meer en meer beschouw ik de dagboeken zoals ik ze publiceer als een literair kunstwerk. Ik móet de cahiers bewerken, veel ervan is bruikbaar, maar ook is er veel dat kan vervallen. Het is dwaas daarover een slecht geweten te hebben. Ik doe toch hetzelfde met mijn gedichten? Het is volstrekt legitiem. Ik geef de teksten zoals ik ze publicabel acht. Dat ik m’n vroegere zelf en m’n omgeving daarbij soms een andere kleur geef, komt niet alleen mijn visage, maar ook de boeken ten goede. Waarom zou je de echtheid zo ver voeren dat je de lezer gaat vervelen? Dé waarheid kan toch nooit gezegd worden, die bestaat niet.
[22 juni 1984]

Opvallend trouwens hoeveel die dagboeken van Jan Wolkers en Hans Warren met elkaar gemeen hebben. Beide genieten van eten, van beestjes in de natuur, van kunst en muziek, beide hebben kwalen die besproken worden, en beiden een seksleven dat veelvuldig ter sprake komt. Maar bij Wolkers spreekt er een levensvreugde uit die ik bij Warren wel eens mis. Hans Warren voelt zich nogal eens miskend en kan, zoals ik vooraf verwachte, nogal eens onsympathiek en kwetsend naar anderen overkomen. Dat hij het op televisie niet goed doet geeft hij zelf ook toe:

Ik wen ook nooit aan mijn uiterlijk en aan mijn stem. Zojuist naar de Büch-uitzending gekeken. Het viel me mee dat ik geen enkele maal ‘eh’ zei en goed formuleerde. Maar ik zag er verschrikkelijk uit. Dat geknepen mondje, die schrale kop.
[30 oktober 1986]

Wat ik bij Wolkers wel eens mis is continuïteit, ik hoop nog altijd op Dagboek 1973, of Dagboek 1975. Daar heb je bij Hans Warren geen last van. Er zijn 22 delen Geheim Dagboek, van 1940 tot aan zijn dood in 2001. Maar voor nu waren deze 40 maanden, januari 1984 tot en met april 1987, even genoeg.

(Hans Warren - Geheim dagboek 1984-1987)

Hart der duisternis

Ik schreef een kleine twee jaar geleden al dat Hart der duisternis een boek is om te herlezen en nu ik dat gedaan heb zeg ik dat opnieuw. En een volgende keer misschien eens in het Engels omdat hoe goed de vertaling van Bas Heijne ook is er zinnen zijn die je in het Engels wilt lezen. De befaamde woorden van Kurtz “The horror! The horror!” bijvoorbeeld, even later gevolgd door de bootsjongen met zijn “Mistah Kurtz, he dead”.

Een of ander beeld, een of ander visioen, deed hem fluisterend een kreet slaken - hij schreeuwde het tot twee keer toe uit, een schreeuw die niet meer was dan een ademtocht: “Afgrijselijk! Zo afgrijselijk!”

(Joseph Conrad - Hart der duisternis)

Kluis 21

Een boek wegleggen omdat het te spannend is is goed maar zodra je een boek zo af en toe weglegt omdat je eigenlijk niet verder wil lezen hoe mensen met elkaar omgaan kan je je afvragen of er nog sprake is van ontspannende literatuur. Zoals het een goeie Zweedse crimi beaamt is er in Kluis 21 van het duo Anders Roslund en Börge Hellström ruim aandacht voor allerlei sociale misstanden. Prostitutie, vrouwenhandel, trafficing in dit geval. Net als bij de Millennium trilogie van Stieg Larsson. Maar waar dat bij Larsson vooral een kapstok was om een spannend verhaal te vertellen is het bij Roslund & Hellström eerder andersom: een spannend verhaal als kapstok voor de afschuwelijke waarheid.

‘Schaamte vreet aan je. De schaamte drijft hen allemaal. We zouden geen jacht moeten maken op misdadigers, maar op de schaamte die de misdadigers drijft.’

Roslund & Hellström schrijven over die schaamte en weten bij de lezer een plaatsvervangende schaamte op te roepen. Een goed boek, maar niet geschikt als vakantie literatuur.

(Roslund & Hellström - Kluis 21)

Bekende boeken samenvatten zodat iedereen er over mee kan praten lijkt een trend te zijn de laatste tijd. Zo verscheen recent een bundel twitterature, 75 klassiekers in maximaal 140 karakters. En nu dus De 90 bekendste boeken voor mensen met haast van de Zweedse striptekenaar Henrik Lange. In telkens 4 plaatjes herverteld hij op hilarische wijze de bekende klassiekers en enkele verrassende titels als Het beste damesdetectivebureau van Alexander McCall Smith, First blood van David Morrell (nooit geweten dat dat een boek was, en dat het slot van de film zodanig afwijkt dat er vele sequels zouden volgen) of De stam van de holenbeer van Jean M. Auel. De boeken die ik gelezen heb zijn herkenbaar en vermakelijk samengevat, van de boeken die ik niet gelezen heb wordt voldoende verteld om mee te kunnen praten en nieuwsgierig te maken zonder dat het plot verraden wordt.

Wonderlijk genoeg luidt de originele titel 80 romaner för dig som har bråttom en je hoeft geen Zweeds te kunnen lezen om in te zien dat er in vertaling 10 boeken bij gekomen zijn. Of dat werkelijk zo is heb ik niet nageteld.

Natuurlijk had ik op deze wijze de 999 challenge moeten vervullen, dan was ik nu klaar geweest.

(Henrik Lange - De 90 bekendste boeken voor mensen met haast)

De bovenbazen

Een Bommelse kijk op de kredietcrisis belooft De bovenbazen van Marten Toonder te zijn. En inderdaad blijkt het verhaal uit 1963 opvallend veel overeenkomsten te hebben met, bijvoorbeeld, de val van de DSB. Het voorwoord van Willem Middelkoop verduidelijkt een en ander nog eens, hoewel ik het (gelukkig maar) als nawoord las. Middelkoop verklapt net iets teveel over het verhaal dat volgt.

Wat een genot toch weer om weer eens wat van Toonder te lezen. Genieten van taalvondsten. De bovenbazen als die paar mensen die altijd maar weer de touwtjes in handen hebben, en heer Bommel die bijna per ongeluk baas bovenbazen dreigt te worden. Alleen het einde is, zoals vaker bij Toonder wat onverwacht annex afgeraffeld.

Deze crisiseditie doet in een ander opzicht zijn naam eer aan. Niet het onderwerp van het verhaal, noch het voorwoord maken dit een crisiseditie maar de uitgave zelf. De plaatjes, bij Toonder toch minstens zo belangrijk als het verhaal zelf, zijn tot een marginaal minimum verkleint en de bladzijden zelf zijn ook niet al te netjes gesneden. Jammer dat daar niet iets meer aandacht aan besteed is.

(Marten Toonder - De bovenbazen)

De een van de ander

Ooit kocht ik De Berlijnse trilogie, een omnibus met de de drie Bernie Gunther thrillers van Philip Kerr. Maar die leende ik uit, aan een Duitser nog wel, en zag het nooit meer terug. Drie jaar geleden besloot Kerr om Bernie Gunther nieuw leven in te blazen, zijn andere thrillers verkochten toch lang niet zo goed als die over de detective in nazi Duitsland. Met het verschijnen van alweer de derde nieuwe Bernie Gunther is De een van de ander herdrukt als promotiepocket, kennis maken voor een klein prijsje, € 3,95 in dit geval.

Historisch zit het allemaal goed in elkaar. Duitsland na de oorlog komt overtuigend tot leven. Gezochte nazi’s die proberen te ontsnappen naar Zuid-Amerika; Adolf Eichmann speelt een bijrol in het verhaal, Amerikanen die nazi artsen beschermen omdat de medische ontwikkelingen belangrijker zijn dan het bestraffen van medische experimenten en Joodse organisaties die jacht maken op nazi’s zorgen dat er van dit boek nog wat geleerd kan worden.

Minder overtuigend is detective Bernie Gunther zelf. Wat een schlemiel! Dat hij een zaak oplost berust meer op toeval en de stommiteiten van anderen dan aan zijn eigen slagvaardigheid. Veelvuldig lijkt zijn laatste uurtje geslagen maar weet hij daar op ongeloofwaardige wijze weer aan te ontsnappen. En na De een van de ander volgen er tot nog toe nog twee delen.

(Philip Kerr - De een van de ander)

Eigenlijk valt het mij tegen, al die ScienceFiction. De herinnering eraan blijkt beter dan de werkelijkheid. Of ik lees telkens weer het verkeerde boek.

Ook Het licht van vroeger dagen is een boek met geweldige ideeën maar met een tegenvallend plot. Bij goeie ScienceFiction staat techniek in dienst van het verhaal, hier staat het verhaal in dienst van een verkenning van de gevolgen van een bepaalde uitvinding. De mogelijkheid om via wormgaten in het verleden te kunnen kijken. ‘Iedereen kan elkaar gaan volgen’ berichte nu.nl gisteren, en hoe dat uit kan pakken laat Het licht van vroeger dagen zien. Alleen is men de plot vergeten. En dat is jammer, want Arthur C. Clarke en Stephen Baxter zijn verrassend actueel met hun toekomst visie.

Zo voorspellen ze, het boek verscheen in 2000, een kredietcrisis in 2009:

Maar Groot-Brittannië was in verval. Als onderdeel van een verenigd Europa - en dus niet meer in bezit van macro-economisch politiek gereedschap als zeggenschap over wissel- en rentekoersen, maar ook niet beschermd door de gebrekkig geïntegreerde grotere economie - was de Britse regering niet in staat om een plotse, steile daling van de economie tot staan te brengen.

Verdere issues betreffen oorlogen om (drink)water en moet ik met enige regelmaat, bij politieke ontwikkelingen, denken aan De terugkeer van de geschiedenis. Als je als ScienceFiction schrijvers zo’n visie hebt is het jammer dat er geen sterker verhaal omheen gebouwd is. Nu verzand dat teveel in terug in de tijd kijken om te zien hoeveel er nu werkelijk waar is van de bijbel en het via DNA terugvolgen van voorouders over een tijdsbestek van miljoenen jaren terug. Een gemiste kans.

(Arthur C. Clarke & Stephen Baxter - Het licht van vroeger dagen)

Eigenlijk let ik nooit op die literaire juweeltjes maar dit keer viel mijn oog er wel op, misschien wel vanwege die grote stapels. En als dan blijkt dat dit essay van Dimitri Verhulst ook nog eens exclusief geschreven is, is de koop snel gesloten. Normaal gesproken geef ik niks om voetbal maar nu heb ik mij er kostelijk mee vermaakt. Dit essay houdt zich op ergens tussen De helaasheid der dingen en Godverdomse dagen op een godverdomse bol. Over supporters artikelen (een string met logo: “…op het miniscule stukje stof dat een brug slaat van de ene snee naar de andere, vond de couturier nog net voldoende plaats om de volledige clubnaam te borduren.”), over voetbal “op café” kijken (”Maar je wordt daar altijd weer zo dronken van en tegen de tijd dat de eerste hoekschop wordt genomen is elke vezel van je kledij reeds doorregen van nicotinestank.”) en in de file staan voor het stadion (”Er worden duimen de lucht in gepriemd, glimlachen gewisseld. Idyllisch, haast. Alleen jammer van die CO2.”).
Het mooiste literaire juweeltje tot nog toe.

(Dimitri Verhulst - Essay over het toegewijde bestaan als supporter van voetbalclub Standard de Liège)

Terwijl in Berlijn gevierd wordt dat de muur twintig jaar geleden is gevallen, lees ik De terugkeer van de geschiedenis van Robert Kaplan.

In de jaren direct na de Koude Oorlog leek zich het aanlokkelijke perspectief te openen van een nieuwe internationale orde waarin natiestaten versmolten of volledig verdwenen, ideologische conflicten wegvielen, culturen zich vermengden en er steeds meer ruimte ontstond voor vrije handel en communicatie. De moderne democratische wereld wilde geloven dat met het einde van de Koude Oorlog niet slechts één strategisch en ideologisch conflict beëindigd was, maar dat álle strategische en ideologische conflicten ten einde waren gekomen. Volkeren en hun leiders hunkerden naar ‘een getransformeerde wereld’.
Maar dat was een illusie. De wereld is niet getransformeerd.

In een scherpe analyse toont Kagan, een neoconservatieve denker en iemand wiens ideeën van invloed waren op het beleid van president Bush, de stand van zaken bij de verschillende grootmachten, de te verwachten botsingen tussen democratieën en autocratieën, en de strijd van moslimfundamentalisten. En dat alles kort en bondig in heldere taal. Ik zal in de nabije toekomst nog vaak terugdenken aan dit boekje bij berichtgeving over internationale betrekkingen.

(Robert Kagan - De terugkeer van de geschiedenis)

Net een arthouse film, dit Een ochtend in Irgalem van Davide Longo, veel sfeer, vreemde overgangen en achteraf kan je niet vertellen waar het over ging. “Maar mooi was het wel!” Nu is Davide Longo van oorsprong filmmaker, en Een ochtend in Irgalem zijn roman debuut, en dat verklaart een hoop. Hij schetst sfeervolle beelden van Ethiopië ten tijde van de Italiaanse bezetting, filmisch beschreven met oog voor kleine details. Uiterst traag vertelt hij rond mooie plaatjes een dun verhaaltje dat vaag aan Hart der duisternis doet denken. Mooi is het wel, maar een volgende keer wat meer inhoud graag.

(Davide Longo - Een ochtend in Irgalem)

De Godenmakers

Ooit vergeleek ik Het lied van ijs en vuur van George R.R. Martin met de Duin boeken van Frank Herbert. Eigenlijk had ik die dit jaar willen herlezen, in ieder geval het eerste deel, maar ik ga dat niet redden, qua tijd. De Godenmakers is qua omvang net even beter te behappen.

De Godenmakers is weer zo’n boek in alternatieve spelling, zoals eerder de eerste drie Duivelsprinsen van Jack Vance (zie De sterrenkoning). Copyright Nederlandse vertaling 2001 J.M. Meulenhoff bv, Amsterdam. Maar na enige naspeuring blijkt de vertaling van Lucien Duzee eerder te zijn uitgegeven door uitgeverij Born in 1978, en door uitgeverij Het Spectrum in 1984 en in 1994. De vertaling stamt dus uit 1978.
Het is bij De Godenmakers niet alleen de C die door een K vervangen wordt, (in bijvoorbeeld aksepteren, kreatie en woonkompleks) maar ook de X die wordt vervangen door KS, (in bijvoorbeeld eksotische, eksplosie en ekskuseer), de Q door de KW (in akwarium en konsekwentie) en zelfs de Y door IE (in samenzweerderstiep). Deze alternatieve spelling zorgt er voor dat ik toch net wat vaker een zin moet herlezen.

Vergeleken met Duin valt De Godenmakers erg tegen. Het verhaal is rijk aan ideeën maar het ontbreekt een beetje aan samenhang. Ook weer niet zo heel gek, De Godenmakers is een samenvoeging van vier korte verhalen met één en dezelfde hoofdrolspeler. Het zijn vooral de inleidende woorden bij ieder hoofdstuk, vaak opgetekende fragmenten van gesprekken met een van de karakters over onderwerpen als oorlog, vrede, politiek en religie, die dit boek toch de moeite maakt.

Als u een buitenstaande macht in het leven roept om vrede af te dwingen, zal die buitenstaande macht steeds sterker worden. Ze heeft geen alternatief. Het onvermijdelijke resultaat is dan een eksplosie, alles vernietigend en chaotisch. Zo gaat het in ons universum.

Een parallel met Irak of Afghanistan is niet moeilijk te trekken.

(Frank Herbert - De Godenmakers)

Aanvankelijk kabbelt de tweede helft net zo kalmpjes voort als de eerste helft, maar als na zo’n honderddertig bladzijden dan toch eindelijk de actie losbarst, barst die ook goed los. Net als in De strijd der koningen volgen er een aantal volslagen krankzinnige plotwendingen: koning Robb Stark vermoord, tijdens de bruiloft van zijn oom, en vrouwe Catelyn, zijn moeder en een van de stemmen die het verhaal vertellen, eveneens de keel doorgesneden. En dan zie ik de Starks nog altijd als de helden van dit epos.

Ook koning Joffrey vindt de dood, op zijn eigen bruiloft nog wel, maar wie daar achter zit blijft duister. Dat wekt dan toch weer wat minder verbazing maar toch ook hier de vraag: wie blijft er nog over na zoveel doden?

De vraag of ik het Het lied van ijs en vuur verder moet lezen, of dat ik het voor gezien moet houden blijft lastig te beantwoorden. Aan de ene kant leest het vlot weg en zit het verhaal vol bizarre plotwendingen, complotwendingen!, anderzijds heb ik met de twee helften Een storm van zwaarden ruim 1100 bladzijden tekst gelezen zonder het gevoel te hebben een verhaal gelezen te hebben, met een kop en een staart.

(George R.R. Martin - Een storm van zwaarden: Bloed en goud)

Eigenlijk is het een beetje vals spelen, zo’n half boek toevoegen aan de 999 challenge. Maar goed, dat halve boek is wel 622 bladzijden dik, en de andere helft 607. Het moet maar zo.

Sinds het tegenvallende De dwergen las ik geen fantasy meer, helemaal klaar met altijd weer datzelfde verhaaltje. Nu gaat dat niet helemaal op voor Het lied van ijs en vuur, en een van de redenen voor de 999 challenge was om eens wat boeken te lezen die al veel te lang ongelezen in de kast staan. De twee delen Een storm van zwaarden staan al ongelezen in de kast sinds 2006.

Maar zie na 3 jaar maar eens de draad op te pakken. Een goeie samenvatting van De strijd der koningen is er niet te vinden, niet in het Nederlands althans. De Engelse wikipedia heeft een goed verslag maar er zijn nogal wat namen veranderd in de vertaling, dus ook dat is niet goed te volgen.

Eenmaal in het verhaal, waarbij het begin van Een storm van zwaarden zich gelijktijdig afspeelt met het einde van De strijd der koningen, valt vooral op dat er nogal wat gesneuvelden zijn. Het lied van ijs en vuur moet uiteindelijk zeven delen gaan beslaan, maar na tweeënhalf deel zijn er zoveel hoge ridders gesneuveld of zodanig beschadigd uit de strijd gekomen dat er vrijwel niemand meer over is om nog eens een lekkere veldslag te voeren.

Zo’n half boek heeft ook nog eens tot gevolg dat er van een plot al helemaal geen sprake is. Men likt de wonden, wisselt wat gevangenen uit, doet een enkel strategisch huwelijk. Het leest, zoals eerdere delen, vlot weg maar na de andere helft van Een storm van zwaarden moet ik toch eens gaan bepalen in hoeverre het de moeite loont om op de overige delen te wachten.

(George R.R. Martin - Een storm van zwaarden: Staal en sneeuw)

Oeroeg

Eindelijk eens een boek voor Nederland leest waarvan ik denk, kom, laat ik dat eens lezen. En ook nog eens het boekenweekgeschenk van 1948. Ondanks dat er nu 923.000 worden weggegeven, en toen in ‘48 toch ook al gauw een paar honderdduizend vermoed ik, blijkt deze uitgave van Oeroeg al de 48ste druk te zijn. Rare manier van debuteren ook trouwens.

Oeroeg is voor mij vooral een blik op het koloniale verleden. Zelf heb ik niets met Indonesië, en nog minder met Nederlands-Indië. Wonderlijk vooral dat na de tweede wereldoorlog zoveel moeite is gedaan om dat te behouden.

Nou ja, aardige roman, en misschien zelfs wel herlezingswaardig, maar om hier nu met half Nederland over in discussie te gaan? Nee bedankt.

(Hella S. Haasse - Oeroeg)

Snel geld

Zweedse thrillers, dat is toch vaak een aanklacht tegen vrouwenhandel opgelost door een aan de drank geraakte inspecteur. Hoe verfrissend om eens iets anders te lezen.

Snel geld van Jens Lapidus, het eerste deel van de Stockholm trilogie, draait om de Zweedse coke dealende student JW, de uit de gevangenis ontsnapte Chileense coke dealer Jorge en de Servische vechtersbaas en afperser Mrado. Aanvankelijk hebben ze niets tot weinig met elkaar te maken maar uiteindelijk staan ze als de gangsters uit Reservoir dogs tegenover elkaar.

Korte zinnen, veel straattaal (knap vertaald trouwens) en veel actie. De focus ligt geheel op de diverse criminelen, alleen via af en toe een interne politiememo, een rechtbankverslag of een krantenbericht krijg je als lezer zicht op het net dat zich langzaam aan het sluiten is. IJzersterk geschreven.

(Jens Lapidus - Snel geld)

Eerder dit jaar vond ik 9 gedichten van Antjie Krog net wat te mager om als titel in de 999 challenge op te voeren, nu met de bundel Wat de sterren zeggen heb ik daar minder moeite mee. Niet alleen zijn het dit keer 22 gedichten, het is ook nog eens een bundel van bijna 100 bladzijden.

Wat de sterren zeggen is een bloemlezing in drie delen: intiem-persoonlijke verzen, gedichten uit het harde rotslandschap van Zuid-Afrika, waar ook van Dis zo mooi over schreef in Het beloofde land en gedichten uit het /Xam, taal van de eerste bewoners van zuidelijk Afrika.

Susara Domroch van Kubus
‘nee Oupa Mandela vir hom stem ek
hoekom is om Nama te wees vandag om iets te wees?
omdat ons nou ons eie woord is
onder die ou regerings was ons hulle woord
oor jarre in ons uitgedryf na die bar plekke
Kleurlings Reserves
ons was niks
maar vandag is ons iets
en dis hy, daai Ouman Mandela, dis hy
nee Mandela-goed het my stem gekry’

Een fragmentje uit narratief buite die park. Uiteraard is deze uitgave tweetalig, voorzien van een fraai voorwoord door Tom Lanoye en een mooie quote van Michael Zeeman op de achterflap:

‘Haar lezen is een verademing, haar horen voorlezen een betovering. Geen dichter kan zo mooi fluisteren als Antjie Krog.’

Gelukkig zit er een cd bij die dat bevestigd.

(Antjie Krog - Wat de sterren zeggen)

Rome

1000 jaar geschiedenis in iets minder dan 500 bladzijden. Rome van Steven Saylor wordt gepresenteerd als een roman, maar is eigenlijk een verhalenbundel met 11 verhalen en een religieus amulet en de stad Rome zelf als hoofpersonen. Het nadeel van deze constructie is dat daardoor de personages vervallen tot bordkartonnen figuranten.

(Steve Saylor - Rome)

Het ei van Salaì is het tweede deel rond de stiefzoon van Leonardo da Vinci en speelt zich zeven jaar na de gebeurtenissen in De twijfel van Salaì af. Nog steeds valt er genoeg te lachen en zijn er een hoop knipogen naar allerlei historische feitjes en toch valt het allemaal een beetje tegen.

Historisch is het allemaal een beetje mager, Rita Monaldi en Francesco Sorti hebben er dit keer voor gekozen om enkele pseudo historici van repliek te dienen die met allerlei beweringen komen over de wie Amerika ontdekt heeft. Verhalen over Christoffel Columbus die een buitenechtelijke zoon van paus Innocentius VIII zou zijn, die ook heimelijk betaald zou hebben voor de overtocht, en bovendien nog tempelridder ook. En verhalen dat Columbus helemaal niet diegene is die Amerika ontdekt heeft maar dat het altijd al bekend is geweest met Schotten, Vikingen en Indianen die continue heen en weer aan het varen waren tussen de continenten. Monaldi & Sorti maken in het nawoord, slechts 6 pagina’s ditmaal, korte metten met al deze theorieën.

Dus geen sappige historische ontdekkingen dit keer, en bovendien is Salaì meer bezig met votsen dan met speuren. De twijfel van Salaì blijkt tot 2 kinderen te hebben geleid en ook dit keer rijgt hij weer menig dame aan zijn spit, zoals hij dat placht te zeggen. Als dat zo door gaat komt er vanzelf een De kinderen van Salaì uit de pen van Monaldi & Sorti. Als vader doet Salaì het zo slecht nog niet, getuige het verhaaltje voor het slapen gaan:

Ziezo lieve kinderen besloot ik, dit was de geschiedenis van het ei van Columbus waarvan jullie kunnen leren dat grote mannen soms ook geweldige leperds zijn die de waarheid naar believen naar hun hand zetten. Dus als jullie de meest ongewone feiten uit de geschiedenis horen moet je er niet te veel op afgaan want misschien schuilt er wel een mooie leugen achter, die niemand na tien of twintig jaar meer kan ontdekken laat staan na vijftig of honderd, begrepen?

(Monaldi & Sorti - Het ei van Salaì)

High Fidelity

High Fidelity is de ‘popmuziekroman’ van Nick Hornby uit 1995 en gaat over de vijfendertigjarige Rob Flemming, eigenaar van een zieltogende platenzaak.

Aldus Joost Zwagerman in zijn essay Tussen High Fidelity en popfundamentalisme (te vinden in de essaybundel Perfect day). Nadat ik High Fidelity uitlas herlas ik het essay ook nog eens. Het lijkt wel of Zwagerman een totaal ander boek gelezen heeft dan ik. Hij leest een roman die voornamelijk gaat over mannen die op bijna beschamende wijze met muziek bezig zijn en voor vrouwen nauwelijks tijd hebben, ik lees, alweer, een roman over relatieproblemen. Wat mij betreft valt High Fidelity vooral te vergelijken met Proeven van liefde van Alain de Botton, maar dan zonder de filosofische uitstapjes. Dicklit met een leuke soundtrack.

(Nick Hornby - High Fidelity)

De kille maagd

Een historische roman gedateerd noemen klinkt misschien wat vreemd maar toch is het dat wat al snel in mij opkwam bij het lezen van dit broeder Cadfael avontuur. Of dat nu komt omdat De kille maagd oorspronkelijk in 1982 verscheen, en geschreven werd toen Ellis Peters tegen de 70 aanliep, of dat dat door de vertaling komt is niet geheel duidelijk.

Het verhaal van De kille maagd heb ik eerder gezien in een aflevering van Brother Cadfael, en ik denk dat ik de verfilming voor de verandering een keer beter vond dan het boek. Denk, want dat ik de televisie uitzending zag is ook alweer een tijdje geleden. Evengoed heb ik mij best vermaakt met het boek, leuke twist ook, met Cadfael die er achterkomt dat hij een zoon heeft.

(Ellis Peters - De kille maagd)

Schaduw

En weer een boek rondom huwelijksperikelen. Ik lijk ze aan te trekken zoals een paardenvijg vliegen aantrekt.

Schaduw van Karin Alvtegen is sowieso geen vrolijk boek. Emoties als achterdocht, jaloezie, minachting en haat zijn schering en inslag. Diverse personages drinken met grote regelmaat teveel, ze slaan elkaar dood uit eigen belang en drijven elkaar tot zelfmoord. Het enige, hele kleine, lichtpuntje is een sociaal werkster die steeds weer probeert om mensen naar wie niemand meer omkijkt een enigszins normale begrafenis te geven. Goed geschreven, maar niet voor tere zieltjes.

(Karin Alvtegen - Schaduw)

Biochips

Een knap vlechtwerkje, dit Biochips van William Gibson. Drie verhaallijnen: een huurling probeert een toponderzoeker van een microchipsfabrikant te helpen overlopen naar een andere fabrikant, een aan lager wal geraakte galeriehoudster krijgt van een steenrijke man de opdracht de herkomst van een aantal kunstwerken te achterhalen en een jonge computerhacker wordt een speelbal tussen diverse partijen na het testen van een stukje biosoftware. Het is knap hoe alle verhaallijnen bij elkaar komen, maar enigszins jammer dat het dan vervolgens nogal afgeraffeld wordt. Zoals altijd blijft het (toekomst)beeld dat Gibson van internet wist te schetsen in 1986 het meest fascinerende aan zijn boeken.

‘Oke, het is niet meer dan een dan een op maat gemaakte hallucinatie waarvan we allemaal hebben afgesproken dat we hem met elkaar delen, die matrixruimte van ons, maar iedereen die inplugt, weet, en weet verrekt goed, dat het een heel universum is! En elk jaar wordt het er een beetje voller, ongeveer zoals…’

(William Gibson - Biochips)

De witte tijger

De derde genomineerde voor de Bookerprize 2008, en tevens de winnaar, die ik las. Na eerder Een fractie van het geheel en De geheime schrift nu dus De witte tijger van Aravind Adiga. Hoewel De witte tijger een fijn boek is blijft De geheime schrift wat mij betreft de beste van de drie.

Het verhaal van De witte tijger is een Indiase variant op de Amerikaanse droom. Van krantenjongen tot miljonair. Balram Halwai, bij zijn geboorte slechts met de naam Munna getooid, wat niets meer en minder betekend dan jongen, is het zoveelste kind van ouders uit een lage kaste. In een aantal brieven aan de Chinese premier Wen Jiabao legt hij uit hoe hij zich van die lage komaf wist op te werken tot ondernemer, van chauffeur van een baas tot baas van chauffeurs. Maar net zoals de Amerikaanse droom zijn duistere kanten heeft is er in De witte tijger oog voor de duistere kanten van de Indiaanse droom. Uitbuiting van lagere kasten en schaamteloze corruptie. Is het dan kwalijk te nemen dat iemand zich tot moord verlaagt?

Het enige wat ik wilde was de kans om een mens te zijn, en daarvoor was één moord genoeg.

Ondertussen zijn de nominaties voor de Bookerprize 2009 alweer bekend, waarvan eigenlijk alleen de nieuwe Coetzee mij aanspreekt.

(Aravind Adiga - De witte tijger)

Denvis

Leuk, zo’n muziekboekencategorie, maar ik blijk vooral boeken gelezen te hebben met welbeschaafde klassieke muziek en een enkel mopje jazz. Terwijl ik zeker ook bedacht had dat er wat rock & roll in zou moeten. Of vooral. Of op zijn minst toch wat popmuziek. Gelukkig is daar Denvis. Het romandebuut van Leon Verdonschot, een biografie vermomt als roman. Als Rock Roman, zoals de ondertitel duidelijk maakt maakt. Dit was precies wat mijn muziekboekencategorie nodig had: een portie sex, drugs & rock ‘n roll. Rauw en geestig.

(Leon Verdonschot - Denvis)

Gerechtigheid

Niks te dik dit keer, vanaf de eerste bladzijde gaat het achtbaankarretje verder waar het in De vrouw die met vuur speelde gebleven was om pas na vele onverwachte, adembenemende wendingen aan het einde van de rit te komen. En net zoals bij een goeie achtbaan wil je dan nog maar een ding: Nog een keer!

Eigenlijk vormen De vrouw die met vuur speelde en Gerechtigheid één boek, verdeeld over ruim 1200 bladzijden. Voor het leesgemak is dat dan verdeeld over 2 delen. Nadeel is dan dat open einde, en dat als je Gerechtigheid na enige maanden gaat lezen je je afvraagt wie wie ook alweer was. Maar eigenlijk is dat het enige minpuntje op dit slotdeel van de Millennium trilogie.

(Stieg Larsson - Gerechtigheid)

Het is dat ik dit boek voor De boekenwurm moest lezen, anders was ik er nooit aan begonnen. En lang bleek dat ook terecht te wezen. Charles Lewinsky schrijft prachtig, maar ook prachtig langdradig. Maar uiteindelijk, in het vierde deel van deze roman, weet Lewinsky de lezer te raken.

Het mooiste karakter blijft oom Melnitz, niet voor niets de oorspronkelijke titel van het boek, het spook van de geschiedenis, geboren in 1648, die alsmaar weer opduikt, als lifter, als de ober die het ontbijt brengt of naakt in bed bij één van de dames Meijer. En altijd vol met cynisch commentaar op de actualiteiten.

(Charles Lewinsky - Het lot van de familie Meijer)

Een inspecteur Rebus novelle dit keer. Het nawoord van Ian Rankin bevestigd enigszins het vermoeden dat dit soort verhalen slechts opzetjes tot een complete roman zijn. Het thema “verdwijningen” uit De dood is niet het einde vormt uiteindelijk een subplot in de eerstvolgende Rebus roman Dode zielen.

De dood is niet het einde is plezierig vermaak voor een zondagmiddag, en meer moet je ook niet verwachten voor twee en een halve euro.

(Ian Rankin - De dood is niet het einde)

Non in de trein

Eind juli bezocht ik de overzichtstentoonstelling “Het mooiste leeft in doodsgevaar” over het werk van beeldend kunstenaar en dichter Christiaan J. van Geel. Gelijk met die overzichtstentoonstelling verscheen ook een door Willem Jan Otten samengestelde en ingeleide bloemlezing onder dezelfde titel bij Van Oorschot. Behalve een prima inleiding heeft Otten ook voor een verrassende samenhang gekozen, niet chronologisch of thematisch, maar als een werkdag van de dichter. Van binnen naar buiten, de avond valt, de seizoenen veranderen. Poëtisch en prachtig samenhangend.

(Chr. J. van Geel - Het mooiste leeft in doodsgevaar)

Deel 2 uit de serie Bekroond Europa. Veranderend licht van Jens Christian Grøndahl werd bekroond met de BG Banks Litteraturpris 2003. Een meester in het ontleden van ons gevoelsleven, volgens de achterflap, en de vorige week overleden Michael Zeeman wordt gequote ‘Grøndahl lezen is telkens opveren, getroffen door zijn formuleringen.’ Het klopt wel, Grøndahl is inderdaad een meester waar het gevoelens betreft, helder, raak en herkenbaar. Maar tegelijkertijd blijft het allemaal wat afstandelijk, raak ik nergens betrokken bij de personages.

(Jens Christian Grøndahl - Veranderend licht)

Aangestoken door de voorliefde van Jeroen voor Italiaanse schrijvers, en eerdere goeie ervaringen dit jaar met Paolo Giordano en Luigi Pirandello besluit ik nog maar eens een Italiaan te gaan lezen. Een frisse cover, met mooi blauw, doet mij Ik ben niet bang van Niccolò Ammaniti kiezen. Het boek werd bekroond met de Premio Viareggio-Repaci, de verfilming met een Oscar (volgens uitgeverij Lebowski, de werkelijkheid is dat de film wel werd ingezonden, maar uiteindelijk niet genomineerd werd).

Als je de (nietszeggende) quotes op de cover moet geloven is Niccolò Ammaniti minstens net zo goed als, zo niet beter dan, Haruki Murakami, maar dat is aan Ik ben niet bang niet te merken. Ik ben niet bang is prima vermaak, maar niet meer dan dat.

(Niccolò Ammaniti - Ik ben niet bang)

Waar ik mij het meest over verbaas tijdens het lezen van Het volle leven is schrijver Alexander McCall Smith. Waarom schrijft een Schot, die les geeft in medisch recht, over traditionele vrouwen in Botswana? Goed, hij is geboren in Rhodesië, het huidige Zimbabwe, en heeft ook les gegeven aan de universiteit van Botswana, maar toch. Het volle leven is een, in mijn ogen, typisch vrouwen boek. Mma Ramotswe is privé detective, maar zaken worden vooral opgelost door een babbeltje hier en daar onder het genot van een kopje rooibosthee.
Echt eigen wordt je ook niet met de karakters, door het constante Mma voor de dames, en het Mr. voor de heren. Met hoofdfiguren die constant beschreven wordt als Mma Ramotswe en Mr. J.L.B. Matekoni is het moeilijk vereenzelvigen.
Ondanks dat is het best vermakelijke lectuur, maar blijft de gedachte: “wat een watje, die Alexander McCall Smith“.

(Alexander McCall Smith - Het volle leven)

Een recensie van Arnon Grunberg bracht deze roman van Luigi Pirandello onder mijn aandacht. Recensies van Grunberg zijn wel vaker goed voor een aanschaf. Toch ligt zo’n boek dan nog zeker twee jaar ongelezen in de kast.

Zonde eigenlijk, want Iemand, niemand en honderdduizend is een prettig geschreven roman die evengoed behoorlijk aan het denken zet. De vrouw van Vitangelo Moscarda zegt dat zijn neus scheef staat, zelf had hij dat nog nooit gezien. Maar als mijn vrouw mij zo ziet, hoe zien anderen mij dan? En zie ik mijzelf wel? Het leidt tot een ontdekking van de identiteit en een ontbinding van de persoonlijkheid waarbij Vitangelo zich met regelmaat tot de lezer zelf richt. De humor maakt alles aangenaam dragelijk.

(Luigi Pirandello - Iemand, niemand en honderdduizend)

Maandagskinderen was het debuut van Arnaldur Indriðason. En wat is hij als schrijver gegroeid als je Maandagskinderen vergelijkt met het bekroonde Moordkuil.

In Maandagskinderen is hij duidelijk nog zoekende. Erlender is slechts een schim, Pálmi is wat dat betreft veel meer de hoofdpersoon en eigenlijk ook veel meer uitgewerkt dan Erlendur zelf, de plot is vergezocht en het verhaal eindigt ook wat abrupt. Daar staat tegenover dat de laatste 80 bladzijden wel bijzonder spannend zijn. Ach, prima debuut eigenlijk.

(Arnaldur Indriðason - Maandagskinderen)

Dertien tekenaars, o.a. Lorenzo Mattotti, Dave McKean, François Avril en Gradimir Smudja, doen dertien verschillende Bob Dylan songs, en dat alles in de geweldige vertaling van Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes.

Girl from the North Country door François Avril

(Bob Dylan Revisited)

De kleine keizer is met voorsprong het beste boek ooit van Martin Bril. Niet voor niets bekroond met de VPRO Bob den Uyl prijs 2009, een dag voor zijn overlijden. En toch verschilt het niet veel van andere boeken. Ook hier stukjes voor de krant, De Morgen en De Volkskrant in dit geval, verzameld rond één thema. Het verschil met bijvoorbeeld Een plek onder de zon of Schitterend blauw moet dan haast die “passie” uit de ondertitel zijn.

Chronologisch verhaalt Martin Bril over Napoleon Bonaparte, vanaf zijn geboorte op Corsica tot aan zijn sterfbed op St. Helena met al die beroemde veldslagen daar tussen. Maar dan wel op die typische Bril manier, met aandacht voor de voorjaarsbloeiers bijvoorbeeld (”Hup, je ratst een bosje tulpen mee. Kleur doet er niet toe. Als er maar een cellofaantje omheen zit.”), eten onderweg (over het dorp Waterloo: “Je kunt er prima oesters eten”), of tinnen soldaatjes (”Hij is veel zwaarder dan je van zo’n klein poppetje zou denken, maar dat is het lood, hetzelfde spul waar ze kogels van maken. Dat schiet dan altijd even door me heen.”). Klein nadeel is dat Bril er van uitgaat dat iedereen maar de Franse taal machtig is, er wordt nogal druk geciteerd uit gelezen boeken. Een paar voetnoten met vertaling had wel prettig geweest.

(Martin Bril - De kleine keizer)

Een klarinetkwartet vernoemd naar de in 1996 overleden componist Tristan Keuris, die echter nooit een klarinetkwartet schreef. Wel een kwartet voor saxofoon en een concertino voor basklarinet en strijkkwartet. Maar dus niet voor 3 klarinetten en een basklarinet. Sowieso een vreemde en niet erg gebruikelijke combinatie, zo’n klarinetkwartet.

Anja Sicking studeerde zelf ook klarinet aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, net als de vier leden in deze novelle. Het Keuriskwartet was haar literaire debuut en gelijk goed voor de Marten Toonder/Gertjan Lubberhuizenprijs 2001. Gek genoeg was die prijs dan niet voldoende voor een herdruk, de derde druk die ik nu las verscheen in 2009 als pocket uitgave.

(Anja Sicking - Het Keuriskwartet)

Na lezing van Kafka op het strand verschenen er in de comments hier enige “must reads” adviezen betreffende Haruki Murakami. Goed advies is nooit weg, dus las ik nu Ten zuiden van de grens. En inderdaad, er zit genoeg muziek in om binnen de categorie te passen. (doch niet zoveel als in Kafka op het strand, waar muziek een zo danige rol speelt dat je er zelfs een scriptie over schrijven kunt)

Ten zuiden van de grens is een compleet ander soort boek dan Kafka op het strand. Nauwelijks surrealistisch, eerder een gewoon liefdes verhaaltje. Ergens deed het mij denken aan De eenzaamheid van de priemgetallen, hoewel Shimamoto en Hajime iets minder gemankeerd zijn dan Alice en Mattia.

‘Naar wat voor soort muziek luistert je vrouw graag?’
‘Als ze al naar iets luistert, luistert ze mee naar wat ik draai. Ze zet nooit uit zichzelf een plaat op. Volgens mij weet ze niet eens hoe dat moet.’

Murakami schrijft op herkenbare wijze over relaties, soms zelfs pijnlijk herkenbaar. Hoewel dat misschien ook wel ligt aan de omstandigheden waaronder je een boek leest.

Als iets maar op dezelfde manier blijft doorsukkelen, daalt hoe dan ook het energie peil.

Hoewel een prachtboek, zo een waar je uit kunt blijven quoten, heeft de surrealistische Murakami voorlopig mijn voorkeur.

(Haruki Murakami - Ten zuiden van de grens)

In ongenade

In ongenade las ik eerder in 2001, 2002, daar omtrent. Ondanks het feit dat In ongenade de Booker prize 1999 had gewonnen, waarmee J.M. Coetzee de eerste was die die prijs twee maal kreeg, ondanks allerlei lovende recensies, kon ik er maar weinig waardering voor opbrengen. Neerslachtig en negatief, zo herinner ik het verhaal mij, met een teveel aan bijzaken.

Waarom dan toch herlezen? De verfilming, daar ben ik nieuwsgierig naar. Bovendien kwam er in 2003 een Nobelprijs bij voor Coetzee en geld het boek zelf zo langzamerhand als een klassieker met herdruk na herdruk. Misschien dat ik iets gemist heb bij eerdere lezing.

En blijkbaar was dat het geval. Hoewel er nog altijd stukken zijn, dat hele gedoe met die opera rond Byron bijvoorbeeld, die mij overbodig lijken. Nou ja, misschien niet geheel overbodig, maar toch zeker te langdradig. Desondanks. Een toch wel erg sterk boek over Zuid-Afrika en de zoektocht naar samenleven in een verscheurde maatschappij.

(J.M. Coetzee - In ongenade)

Het

Natuurlijk is Het het engste Stephen King boek en Pennywise de allermooiste bad guy, maar Het is meer dan dat. Het is vooral ook een boek over herinneringen, over jeugd en over vergeten. En ook een boek dat aanzet om te herinneren.

Zo herinner ik mij ineens weer de bibliotheek uit mijn jeugd: kaartenbakken om boeken op te zoeken, microfiches met oude kranten, de gewijde stilte, regen op de glazen dakkoepels, ouderwets afstempelen met een datumstempel.

Ik herinner mij de film die ik ooit zag en dacht het boek nooit gelezen te hebben. Maar tijdens het lezen kwamen er toch herinneringen naar boven, misschien dat ik ooit wel de (veel kortere) eerste druk bij de bibliotheek vandaan gehaald heb.

En lezen brengt ook herinneringen van recentere datum weer naar boven, herinneringen aan De donkere toren, aan De beproeving en aan Derry verhalen zoals Insomnia.

Ben ik alleen nog benieuwd hoe ik de recente lezing van Het later zal herinneren.

(Stephen King - Het)

Mooi dat na De wandelaar meer werk van Jirô Taniguchi in vertaling verschijnt (naast Een dierentuin in de winter is ook het autobiografische Herinneringen (deel 1) bij Casterman verschenen), jammer dat die vertaling tot stand gekomen lijkt te zijn door middel van babelfish of een soortgelijke service.

Een dierentuin in de winter schijnt ook autobiografisch te zijn. Japan 1966, De jonge Hamaguchi vertrekt naar Tokio om mangaka te worden. Na een paar jaar assistent te zijn geweest tekent hij in zijn vrije uren zijn eigen manga, aangespoord door de liefde, en wordt uitgegeven. Mooi verhaal, vol wonderlijke en artistieke figuren, prachtige tekeningen… Alleen jammer van die vertaling.

(Jirô Taniguchi - Een dierentuin in de winter)

Nocturnes

Nocturnes van Kazuo Ishiguro is precies zo’n boek dat ik voor ogen had toen ik de categorie “boeken waar muziek in zit” bedacht. Constant is er muziek aanwezig, klinkt het op de achtergrond, speelt het een rol. In het engels heeft deze bundeling verhalen de prachtige ondertitel Five Stories of Music and Nightfall.

Het nadeel van verhalenbundels is dat er altijd wel een zwakker verhaal in zit. Of dat het eerste verhaal zoveel beter is dan de rest, dat alles daarna daarom enigszins tegenvalt. Niet bij Kazuo Ishiguro. Nocturnes is een bundel zonder zwakke verhalen, en zonder extreem positieve uitschieters. Nocturnes is van constant hoge kwaliteit. Op knappe wijze weet Ishiguro vijf verschillende verhalen met elkaar te verbinden, soms door een terugkerend muziekje, dan weer door terugkerende personages of locaties. Knap, en smaakt vooral naar meer.

(Kazuo Ishiguro - Nocturnes)

Pyongyang

Na een goeie ontvangst van Birma is besloten om ook Pyongyang van Guy Delisle in vertaling uit te brengen. En misschien is de recentelijke dreiging van Noord-Korea met kernwapens een extra stimulans geweest.

In 2001 verbleef Guy Delisle twee maanden in Noord-Korea om daar toe te zien op de afwerking van een Franse animatie film. De sleutelbeelden werden in Frankrijk getekend, de er omheen liggende beelden werden, lekker goedkoop, uit Noord-Korea gehaald. Pyongyang blijkt erger te zijn dan het Rangoon van Birma. Hier gaat elke stap vergezeld van een gids en een tolk, beide ook voorzien van een militaire rang. Toch levert Delisle ook dit maal weer een fascinerende inkijk in een voor buitenstaanders gesloten wereld.

(Guy Delisle - Pyongyang)

Na een paar tegenvallende Tours, met meer aandacht voor dope dan fietsen en met losers als winnaars, is mijn belangstelling om over wielrennen te lezen ook danig gezakt. Maar als Bert Wagendorp op twitter enthousiast melding maakt over De ereronde van de eland (alleen die titel al!) van Thijs Zonneveld is mijn nieuwsgierigheid gewekt.

De ereronde van de eland geeft een realistische blik op het wielrennen van de laatste 10 jaar. Het berekende rijden, de alom aanwezige commercie en, het kan niet zonder, doping. En hoewel je bij voorbaat al weet hoe het boek gaat aflopen, teveel van dit soort etappes gezien, blijft het spannend tot het einde. Als ik weer eens zo’n etappe op televisie zie zal ik denken: het boek was beter.

(Thijs Zonneveld - De ereronde van de eland)

25 mei is Towel Day. Ter ere van Douglas Adams dragen zijn fans dan een hele dag overal een handdoek mee naar toe. Ook op flickr werd er aandacht aan besteed, en maakte ik een zelfportret met handdoek. Daar moest een titel bij, en na wat googlen vond ik de prachtige quote “He felt that his whole life was some kind of dream and he sometimes wondered whose it was and whether they were enjoying it.” Eigenlijk maakte dat ook wel benieuwd naar de rest van het boek.

En wat een boek! Waarom las ik dat niet eerder? Het boek zit vol absurde humor en is nog actueel ook met thema’s als creationisme en de kredietcrisis. Ja, volgend jaar weer Towel Day vieren.

(Douglas Adams - The hitchhiker’s guide to the galaxy)

Vroeg werk van François Schuiten, hier nog niet met maatje Benoit Peeters maar samen met zijn leraar Claude Renard. Eerder waren deze twee verhalen, De medianen van Cymbiola en De rail slechts antiquariatisch verkrijgbaar, maar nu dus in een prachtige heruitgave met opgepoetste kleuren. Als aanvulling de 8 pagina’s tellende portfolio Express.

Opvallend al dat de thematiek die met De duistere steden werd uitgewerkt hier al zo sterk aanwezig is.

(Schuiten/Renard - Metamorfoses)

Laagland

Toen vorig jaar de eerste recensies van Netherland, was ik gelijk nieuwsgierig. Allereerst door de titel, vervolgens door de bio van schrijver Joseph O’Neill (Turkse moeder, Ierse vader, opgegroeid in Nederland, gestudeerd in Engeland en tegenwoordig werk- en woonzaam in het Chelsea Hotel in New York). Al snel werd het boek gezien als dé kanshebber voor de Booker prize, maar wonderlijk genoeg werd een plek op de shortlist niet behaald. Uiteindelijk werd Laagland met de PEN/Faulkner Award bekroond. Gek genoeg wist de Nederlandse vertaling weinig aandacht te genereren. Waar het boek in Amerika een bestseller was, en zelfs van Barack Obama is bekend dat hij het boek las, verdween het boek hier onder de grote stapel boeken die elke week weer van drukpersen afrolt.

Onterecht, en een beetje gek ook, aangezien de hoofdpersoon een Nederlander is die ook nog enkele herinneringen aan zijn jeugd in Den Haag ophaalt. De herkenbaarheid zou voor Nederlanders net even iets groter moeten zijn. Maar Laagland is meer dan wat jeugdherinneringen aan Den Haag. Laagland is New York na 9/11, het leven in het Chelsea Hotel, de binding van immigranten dankzij cricket, een relatiedrama, vliegen met google earth. En dat alles in een verhaal met een kop en een staart.

(Joseph O’Neill - Laagland)

Niet eerder las ik wat van John le Carré. Wel zag ik The constant gardener, een prima film, en las lovende recensies over dat boek. Maar aangezien De luistervink ook over Afrika gaat en ik dat verhaal nog niet als film gezien had besloot ik die te lezen. Dat viel wat tegen.

De eerste 200 bladzijden zijn min of meer inleiding, pas dan vormt er eindelijk iets van een plot (maar nog erg mager). Bovendien is hoofdpersoon Bruno Salvador een onuitstaanbaar pedant mannetje. Ooit De toegewijde tuinier maar eens lezen en hopen dat dat dan beter bevalt.

(John le Carré - De luistervink)

Door die BBC verfilmingen van Wallander van een tijdje terug besloot ik ook weer eens een Wallander te willen lezen. Het werd De vijfde vrouw. En zoals altijd bij Henning Mankell hink ik op twee gedachten. Enerzijds is het razend spannend en vlieg je door het boek heen, anderzijds is het ook dit keer weer te dik, met teveel zaken die er te weinig te doen.

Qua verhaal heeft het heel veel weg van De vrouw met de moedervlek. Maar waar Håkan Nesser het verhaal in 285 bladzijde verteld, heeft Mankell er 300 meer nodig. Die gaan grotendeels op aan zuchten, doorwaakte nachten vol vertwijfeling, het veelvuldig luchten van de vergaderruimte tijdens het zoveelste werkoverleg en aan weinig ter zaken doende verhaallijnen, die bovendien uiteindelijk niet afgerond worden, met huurlingen en een Afrikaanse schedel in een kluis. En dan heeft Mankell het zich qua soap gehalte nog rustig gehouden. Er is weliswaar aandacht voor de reis naar Rome van Wallander en zijn vader, en de oude man sterft vervolgens ook nog, maar het is ditmaal niet zo overheersend aanwezig als in eerdere boeken. Tegelijkertijd is De vijfde vrouw veel spannender dan De vrouw met de moedervlek. Nu heb ik nog twee ongelezen Wallanders over, die ik dan weer wel als verfilming bij de BBC gezien heb. Nog maar een tijdje laten rijpen dan.

(Henning Mankell - De vijfde vrouw)

Vis

Aanvankelijk leest Vis als een niet opgenomen reportage uit Kamermeisjes & Soldaten om dan toch nog, onverwacht, in een bijzondere novelle te veranderen. Anton Valens schetst een realistisch beeld van de moderne visserij, gezien door de ogen van een student, voorzien van allerlei fraaie citaten over vis en visvangst uit de wereldliteratuur. Als één van de veel gebruikte bronnen verwijst hij bovendien naar één van de mooiste URLs die ik in tijden tegenkwam: visdasgeil.nl.

Vis is tevens boek negen in de categorie Nederlandse literatuur. Eén categorie afgerond.

(Anton Valens - Vis)

Visser

Genomineerde nummer 5 voor de Libris Literatuurprijs 2009. De outsider Rob van Essen. Visser blijkt alweer zijn zesde roman te zijn. Ook deze genomineerde gaat weer over het rumoer op straat. Over een leraar, Jacob Visser, die iets zegt voor de klas, maar wat precies wordt nooit helemaal duidelijk. Dat moet je uit de krant vernemen, en van een enkele leerling, maar zoals een paar keer wordt vermeld “de dingen komen heel anders in de krant dan je ze zegt”. Neemt niet weg dat een aantal jongeren zich verenigd in de Visserjeugd, met bijpassende kleding en al, en een synagoge in de fik steekt.

Van de straat is deze roman zeker, maar veel meer dan waarnemen doet van Essen niet. Na een sterk begin vol onderhuidse spanning zakt het boek langzaam weg in vage handelingen en vraag je je na afloop af wat de schrijver nu eigenlijk wil zeggen.

(Rob van Essen - Visser)

Onze oom is één van de zes genomineerde romans voor de Libris Literatuurprijs 2009. Zeker niet Arnon Grunbergs beste roman. Maar als de jury daadwerkelijk de meest geëngageerde roman wil bekronen kan het bijna niet om Onze oom heen. Zeker niet als de jury ook Kamermeisjes & soldaten heeft gelezen, de journalistieke bouwstenen waarop Onze oom gebouwd is.

Kamermeisjes & soldaten is een bundeling reportages, oorspronkelijk geschreven voor NRC Handelsblad tussen augustus 2006 en juli 2008. Arnon Grunberg “onder de mensen”. Als embedded journalist in Afghanistan en Irak, op bezoek in Guantánamo Bay, bij Hezbollah in Beiroet, bij Lori Berenson in de gevangenis in Peru, in de goudmijnen van Ghana en bij de pedopartij in Leiden. Stuk voor stuk reportages die op de een of andere wijze hun plek in Onze oom hebben weten te vinden.

Niet alle reportages behoren tot de bouwstenen. Bovengenoemde reportages zijn de soldaten uit de titel, andere reportages behoren tot de “kamermeisjes”: Grunberg als kamermeisje in een hotel in Beieren, als cateraar op de trein in Zwitserland, of al couchsurfend door Oost-Europa. In mijn ogen de minste reportages.

Het fascinerende is dat Grunberg zich niet opstelt als doorsnee journalist en daardoor reacties krijgt die je normaal gesproken niet in de media leest. Al met al is Kamermeisjes & soldaten een boeiende reeks reportages, en bovendien zodanig geschreven dat ze ook nu nog, soms bijna 3 jaar na dato, actueel zijn. En het doet je beseffen wat een gemiste kan Onze oom eigenlijk is.

(Arnon Grunberg - Kamermeisjes & soldaten)

Puur toeval dat ik met Alleen maar nette mensen nu al de vierde genomineerde voor de Libris Literatuurprijs 2009 lees, na Onze oom, Godverdomse dagen op godverdomse bol en Contrapunt. Aardig is om te zien wat de jury met zijn keuze wil zeggen: niet het beste oorspronkelijk Nederlandstalige literaire fictieboek van het afgelopen kalenderjaar gaat dit jaar de prijs winnen (hoewel ik geen idee heb welk boek dat dan zou zijn) maar de meest geëngageerde roman van 2008.

Nu vind ik van de vier gelezen romans dit debuut van Robert Vuijsje het minste boek. Een verzameling multiculturele vooroordelen uit het doucheputje van Nederland. Joden zijn rijk, Marokkanen stelen, en negers neuken er maar een eind op los. Geëngageerd voor wie in Geert Wilders en Rita Verdonk de verlossers van Nederland zien.

Toch zet het boek ook aan het denken: bestaat die multiculturele samenleving wel, of is het echt zoals Vuijsje schrijft, leeft elke bevolkingsgroep in zijn eigen getto?

Update 5 mei: met het winnen van De Gouden Uil gisterenavond is de eerste van twee nominaties verzilverd. “Geen taboe wordt ontzien, geen enkele illusie blijft overeind in dit vlammende fresco over het precaire work in progress dat samenleving heet, en over de manier waarop de daarin ’samen’ levenden over elkaar denken en met elkaar omgaan.” aldus de jury.

(Robert Vuijsje - Alleen maar nette mensen)

De paleisraad

Zonder de lovende woorden van De dodo zou dit boek waarschijnlijk niet op mijn pad gekomen zijn. Een weinig aansprekende cover, een voor mij onbekende schrijver, en nog Amerikaan ook, met bijna 600 pagina’s te dik, en een achterflap die minder beloofd dan het boek in werkelijkheid blijkt te zijn.

Om met dat laatste te beginnen: De paleisraad is veel meer dan de zoektocht van Eddie naar zijn zus. In de eerste plaats is De paleisraad vooral ijzersterke faction. Wie Amerika jaren 60 zegt, zegt complottheorie. De moorden op JFK, Robert Kennedy en Martin Luther King, de arrestatie van Rudolf Abel en later de ruil met de Russen van Gary Powers, opkomst en ondergang van Dick Nixon, alles blijkt bij Stephen L. Carter uit te maken van één enkel groot complot. Ronduit fascinerend! En dan doet dikte er ook niet meer toe. Bovendien schrijft Carter uiterst vlot en staat zijn verhaal niet bol van de Hollywood actie. Een aanwinst, deze Stephen L. Carter!

(Stephen L. Carter - De paleisraad)

Dan begin je zo’n challenge, denk je “leuk, weer eens wat SF lezen” om vervolgens enigszins met de handen in het haar te zitten. Het valt vaak zo tegen en/of is hopeloos verouderd.

In 1996 kocht ik de (tot dan toe) complete Ringwereld-cyclus. Maar na lezing van het eerste deel was ik er wel klaar mee. Ik heb mij echt door Ringwereld heen moeten worstelen. Het fenomeen Ringwereld is zodanig onvoorstelbaar dat het vrijwel niet mogelijk is je er wat bij voor te stellen.

Maar goed, je moet wat met die SF categorie. Dus trok ik Bouwers van Ringwereld uit de kast. En wonder boven wonder beviel mij dat eigenlijk wel. Nog steeds is Ringwereld een onbegrijpelijk fenomeen, nog steeds is het een raar gezelschap bestaande uit een 200 jarige man, de op een Wookie gelijkende Spreker-met-dieren/Chmee en een poppenspeler, een drie benig, tweekoppig soort struisvogel, genaamd Verst-in-de-achterhoede. En na lezing heb ik best zin om ook Beschermers van Ringwereld en Kinderen van Ringwereld uit de kast te trekken. Het komt wel goed met die SF categorie.

(Larry Niven - Bouwers van Ringwereld)

Poortwachter

Meestal is een tweede boek in een serie dikker dan het voorafgaande. Niet bij Poortwachter, het tweede deel van wat een serie van vijf boeken moet worden. En zowaar is dat een keer jammer want iets meer verhaal had dit een beter boek gemaakt. In een kort voorwoord schrijft Kristian Lundberg: “Het idee is dat de vijf delen als opzichzelfstaande verhalen gelezen kunnen worden - maar ook dat het geheel groter wordt dan elk afzonderlijk deel.” Precies zoals ik laatst ook al bij Håkan Nesser constateerde. En toch, wie het voorgaande deel Vuurvreter niet gelezen heeft zal bij Poortwachter met enige regelmaat zijn wenkbrauwen ophalen. En Lundberg schrijft toch al niet voor het grote publiek, daarvoor zijn de tot nog toe vertaalde delen te weinig verhalend, en teveel gericht op mooie zinnen, poëtische vondsten, filosofische bespiegelingen en een aanklacht tegen sociale misstanden.

Het was deze koude, deze wreedheid in maart, die de daklozen bijeen had laten komen voor de gesloten deuren van het Leger [des Heils] - in de hoop dat die open zou gaan en hun allemaal plaats zou bieden. Het is met nachtlogies net als met het geloof; velen zijn geroepen, enkelen zijn uitverkoren.

(Kristian Lundberg - Poortwachter)

Een staat van vrijheid speelt zich af in een vrij land in Afrika, waar tijdens een burgeroorlog de regerende stam wordt uitgemoord. Voor Engelsen als Bobby en Linda, die vanuit de hoofdstad terugrijden naar de leefgemeenschap van hun landgenoten, zijn de wegen open. Ze zijn blank, onpartijdig en beschermd en hebben zo op hun eigen manier in Afrika een staat van vrijheid gevonden. Maar deze neutraliteit zal niet lang standhouden. Het Afrika dat Bobby en Linda leren kennen is niet dat van de romantiek of de zendingsdrang, maar iets oneindig veel dubbelzinnigers.

Eigenlijk had ik Een staat van vrijheid voor de prijswinnaars categorie bedacht, het boek won de Booker Prize in 1971 en schrijver V.S. Naipaul de Nobelprijs voor de literatuur in 2001. Maar ik las al de nodige prijswinnaars, en heb er nog genoeg liggen bovendien, terwijl de categorie Afrika zich nogal moeizaam vult. Gezien bovenstaande tekst, te vinden op de achterflap, is een switch dan snel gemaakt.

Blijkt bij lezing dat het helemaal geen roman is, maar een verhalenbundel, waarvan alleen het titelverhaal zich in Afrika afspeelt. Maar dat titelverhaal is dan wel langer dan mijn enige bijdrage in de categorie tot nog toe, dus vooruit.

Vijf verhalen, drie lange en twee korte die als proloog en epiloog fungeren, maar één overkoepelend thema: de prijs van vrijheid. Persoonlijke favoriet: Een der velen. Soms wat gedateerd, ook qua taalgebruik, maar na bijna veertig jaar is dat misschien ook niet zo gek.

(V.S. Naipaul - Een staat van vrijheid)

De ketter

Ik bewaar goede herinneringen aan De kronieken van de krijgsheren trilogie van Bernard Cornwell die ik een jaar of 10 geleden las. Toen ik een paar jaar geleden De ketter in de ramsj zag liggen, ook al een verhaal over de graal, kocht ik die dus zonder enige twijfel. Nu ik dat boek dan eindelijk eens oppak om te gaan lezen blijkt het deel 3 van The Grail Quest trilogie te zijn, waarbij de eerste twee delen nooit door Meulenhoff (het zal eens niet) vertaald zijn.

Nu is De ketter gelukkig heel goed als los verhaal te lezen. Er worden wel wat toespelingen gemaakt naar eerdere gebeurtenissen, maar op zodanige wijze dat je niet het idee hebt iets te missen. En Cornwell weet verschrikkelijk goed te boeien. Vanaf het beleg van Calais tot aan het uitbreken van de zwarte dood speelt zich een fictief verhaal af waarin een aantal lieden jacht maken op de graal, allemaal ter meerdere glorie van God maar toch ook vooral zichzelf.

(Bernard Cornwell - De ketter)

De wandelaar

Sinds een maand of twee maak ik wekelijks een wandeling. Gewoon een stuk lopen, vaak een rondje, soms van A naar B. De tip van de striphandelaar om na mijn kennismaking met manga De wandelaar van Jirô Taniguchi te lezen was dan ook bij voorbaat al een goed idee.

De wandelaar is een bundeling van 8 korte verhalen, op scenario van Masayuki Kusumi. In elk verhaal staat een wandeling door Tokyo centraal. Gewoon een stuk lopen, vaak een rondje, soms van A naar B. Eigenlijk nauwelijks een verhaal. Vaak niet meer dan wat nostalgische bespiegelingen, een oude klompenwinkel met ramen van papier of een lang uit het zicht verdwenen jeugdvriend die zijn pad kruist.

Onthaasting in een boekje, niets meer of minder is De wandelaar. Of zoals Jirô Taniguchi zelf zegt in een afsluitend interview:

Als U even vrij hebt, probeer doelloos rond te wandelen. Meteen, zonder dat je het beseft, gaat de tijd trager. Hier of daar vind je vergeten zaken, je geniet van de voorbijtrekkende wolken en beetje bij beetje kom je tot rust. De persoon die daar in die wandeling is, ligt het dichtst bij wat je echt bent.

(Taniguchi & Kusumi - De wandelaar)

In mijn herinnering was ik een jaar of tien dat ik het verhaal van Odysseus voor het eerst las. Google leert mij dat het 1982 was. Vanaf week 8 tot en met week 18 stond De thuiskomst van Odysseus als wekelijks vervolgverhaal in de Donald Duck. Ik was dus elf, ook een mooie leeftijd voor zo’n klassiek verhaal.

De terugkeer van Odysseus © Erven Hans G. Kresse

Ik heb wel eens eerder gezocht naar deze versie maar kon toen niets vinden. Dat zal in 2005 geweest zijn, en ondertussen is internet gegroeid. Nu leverde het wel resultaat op, een exacte titel, de publicatie datum, enkele illustraties en de naam van degene die het verhaal toen geschreven had.
De illustraties waren van Hans G. Kresse, voornamelijk bekend van de strip Eric de Noorman maar ook illustrator voor de boeken van De vijf en Arendsoog om nog wat ander jeugdsentiment te noemen. Het verklaard waarom de illustraties bij De thuiskomst van Odysseus zo aan vikingen doet denken. Elke aflevering was voorzien van een pagina grote illustratie.

De terugkeer van Odysseus © Erven Hans G. Kresse

Het verhaal zelf werd “opnieuw verteld” (zoals dat er zo mooi bij staat) door Allard Schröder. Nu een gevierd schrijver maar toen verdiende hij zijn brood nog met het schrijven van verhalen voor de Donald Duck. In 1989 zou hij debuteren met de roman De gave van Luxuria: een groteske.
Ik herinner mij het verhaal als vrij rechtlijnig. Op naar Troje, de list met het houten paard, de slag met de Kikonen, het bezoek aan de lotuseters, de cycloop Polyphemos, het bezoek aan de god van de wind Aiolus, het eiland van de Laistrygonen, de tovenares Kirke, het bezoek aan de onderwereld, de Sirenen, de zeemonsters Scylla en Charybdis, de koeien van Helios, het jarenlange verblijf bij Kalypso, het bezoek aan de Faiaken en uiteindelijk thuis op Ithaka de slag met de vrijers. Kortom, een echt jongensboek met veel spannende momenten. Voor zover na te gaan is deze versie nooit als boek of in een verhalenbundel uitgegeven.

Odysseus: een man van verhalen van Imme Dros, bekroond met een Zilveren Griffel in 1995, is gebaseerd op haar eigen vertaling van de Odysseia. In deze versie draait het minder om actie en is er meer oog voor drama. De goden spelen hier ook veel meer een rol in, kibbelend en bekvechtend met elkaar. Ook is er meer aandacht voor het feit dat de Odysseia oorspronkelijk als gedicht is geschreven.

(Imme Dros - Odysseus: een man van verhalen)

Het is een en al dichters wat ik lees. Behalve drie romans van dichters, Sebastian Barry, Mark Boog en Anna Enquist las ik een roman over dichters, De wilde detectives en negen gedichten van Antjie Krogt. En dan ligt er ook nog een bloemlezing van J.A. dèr Mouw op het nachtkastje.

Bij Zwaan kleef aan dacht ik in eerste instantie dat Henny Vrienten zelf aan het dichten was geslagen.

Nachtzuster, wat moet ik zonder jou beginnen
Nachtzuster, ik brand van binnen

Maar nee, Zwaan kleef aan is een bloemlezing, samengesteld zoals Vrienten zelf poëzie leest. Het ene gedicht roept associaties op met het volgende. Het levert een uiterst gevarieerde bloemlezing op, en de korte toelichtingen van Vrienten halen weliswaar niet het niveau van Gerrit Komrij maar zijn desalniettemin de moeite waard.

(Henny Vrienten - Zwaan kleef aan)

Winnaar van de Gouden Strop 2006. De macht van meneer Miller lag hier al 2, 3 jaar in huis. Gekocht omdat iedereen er zo laaiend enthousiast over was. Nu het boek verfilmd gaat worden, net als opvolger en al eveneens Gouden Strop winnaar Cel, moest het toch maar een gelezen worden.

Het verhaal gaat volstrekt ongeloofwaardig van start en heeft ook nog eens een communicatieadviseur als hoofdrolspeler. Mannetjes met stropdassen zijn toch al niet mijn ding. Maar na dat begin, en als het mannetje zijn stropdas ingeruild heeft voor een jack met heel veel zakken, ontspint er een heel aardig verhaal rond een botnet beheerd door christelijke fundamentalisten. De oplossing, met een computervirus en vijf bussen vol Zuid-Afrikanen, is vermakelijk maar ook enigszins gemakkelijk en ongeloofwaardig. Evengoed prima vermaak.

(Charles den Tex - De macht van meneer Miller)

Eisner #2

Een tijdschrift dat de betere beeldroman in de boekwinkel wil brengen. Gek genoeg moet je naar de strip speciaal zaak om een nummer op de kop te tikken. Maar is die hobbel genomen, dan staat niets het genieten in de weg. Afwisseling genoeg en met een constant hoge kwaliteit. Korte verhalen en voorpublicaties uit langere verhalen, maar wel weer zodanig gepresenteerd dat je niet naar een half product zit te kijken.
Persoonlijke hoogtepunten: Voorgerecht van Merel Barends, die daarvoor twee scènes uit Het diner van Herman Koch verstript, De dierentuin van Bob Wolkers en de voorpublicatie van Wachten op een eiland van Marc Legendre die met zijn vorige beeldroman Verder de shortlist van de Libris literatuur prijs wist te behalen.

(Eisner beeldverhalen - nummer 2, 2009)

Precies een maand heb ik er over gedaan om De wilde detectives van Roberto Bolaño door te werken. Een onmogelijke hoeveelheid personages, de een nog gekker dan de ander, een massa locaties, Mexico DF, Barcelona, Llorett, Mallorca, Parijs, Wenen, Angola, Rwanda en Liberia om maar eens een paar plaatsen te noemen, maar waar het aan ontbreekt is verhaal. De wilde detectives gaat werkelijk nergens over. Het eerste en laatste deel, het dagboek van de jonge dichter García Madero, kan je met enige fantasie nog lezen als de zoektocht naar een verdwenen dichteres zoals de achterflap beloofd, maar het ruim 300pagina’s tellende middendeel is niets meer en minder dan een poging tot mythevorming rond de dichter Arturo Belano, het literaire alter ego van schrijver Roberto Bolaño zelf. Jezelf groter schrijven dan je bent, niets meer of minder.

Ergens verteld een van de personages een kort verhaal van de science fiction schrijver Theodore Sturgeon na, bekend om zijn “wet”:

Ninety percent of science fiction is crap, but then, ninety percent of everything is crap.

Die wet gaat ook goed op voor De wilde detectives: voor 90 procent troep, maar die resterende 10 procent is toch wel de moeite waard.

(Roberto Bolaño - De wilde detectives)

Horrible tango

Voor het eerst lees ik een roman van Jan Wolkers die mij eigenlijk weinig kan bekoren. Horrible tango is mij iets teveel een aaneenschakeling van seksuele fantasieën en duistere dromen. En ook over zijn overleden broer heeft Wolkers beter geschreven.

Het aardigste is nog de vergelijking tussen gebeurtenissen uit Dagboek 1967 en Horrible tango. Hoewel sommige stukken zo letterlijk uit het dagboek lijken te komen dat ik mij afvraag, gezien de aanvullingen die later in het dagboek zijn gedaan, of het verhaal uit de roman geen herinnering in het dagboek is geworden.

(Jan Wolkers - Horrible tango)

Het boekenweekgeschenk van 2009.
Van Tim Krabbé las ik eerder Het gouden ei, De renner en 43 wielerverhalen. Van Het gouden ei staat mij weinig meer bij (maar het is dan ook zo’n 20 jaar geleden dat ik die las), en De renner moest maar weer eens herlezen worden.

Een trein vol vlinders

Ook ik gebruikte het boekenweekgeschenk dit keer als treinkaartje. Eigenlijk best toepasselijk, een boek over een reisboekenschrijver als treinkaartje gebruiken. Bovendien, niet eerder heb ik zo rustig in de trein kunnen lezen. Eindelijk was iedereen stil.

Het verhaal zelf bestaat uit twee delen waarvan ik het eerste deel maar niks vind, de vader/zoon relatie van Tim Krabbé is een stuk sentimenteler dan de moeder/dochter relatie bij Anna Enquist. Het tweede gedeelte, het dagboek van zoon Bram, maakt echter een hoop goed. Nou ja, op die dag nul na dan.

(Tim Krabbé - Een tafel vol vlinders)

Contrapunt

Alweer een boek van iemand die met dichten begon en later romans ging schrijven (eerder dit jaar Sebastian Barry en Mark Boog). Je merkt dat aan bepaalde zinnen, zinnen die je bij een “gewone” romanschrijver niet zo snel tegenkomt:

Hier, in de buitenwijk, liep het spoor hoog boven de grond op imposante pilaren, maar verderop boorde de trein zich de bodem in. Verschillende liggingen, hetzelfde lied.

Alleen een dichter kan op deze wijze de metro beschrijven.

Contrapunt is een bijzondere interpretatie van de Goldbergvariaties. Hoe muziek herinneringen op kan roepen. Contrapunt is ook een roman over een moeder die haar dochter verliest. Dat had een draak van een roman kunnen opleveren, een échte Libelle roman, maar nergens wordt het sentimenteel.

Dat voor 3,50 de opname van de Goldbergvariaties door Ivo Janssen er momenteel bijgeleverd wordt is een leuk extraatje. Janssen en Enquist is sowieso een gouden combinatie.

(Anna Enquist - Contrapunt)

Dagboek 1967

Deel vijf alweer in de dagboekenreeks van Jan Wolkers. Jaargang 1967 heeft de zelfde bezwaren als 1969, het is wel erg fragmentarisch. Het idee dat het slechts een agenda is wordt versterkt door een opmerking op 18 maart:

(Jeroen weet nu nog, 3 januari 1968, dat Anna zo’n bespottelijke jurk droeg.)

De aantekeningen werden dus later nog eens aangevuld met herinneringen. Soms wordt er ook verwezen naar “witte dummies” waar verdere aantekeningen in staan.

Dagboek 1967De cover voor het boek werd geschoten op donderdag 25 mei, zo lezen we. Voor een artikel in Panorama.

Beneden in atelier kleurenfoto. Karina en ik proberen hun intenties nog te overdrijven: b.v. naakt poseren voor groot schilderij. Karina poseert naakt en met roze doek.

In 1967 schrijft Wolkers de roman Horrible tango, en in een behoorlijk tempo ook nog. In andere dagboeken deed hij beduidend langer over het schrijven van zijn romans. Aan de andere kant: zo dik is Horrible tango nu ook weer niet. Ook aan Turks fruit wordt al gewerkt, de titel is er en er wordt vast naar materiaal gezocht.

Daar zit de kracht van deze dagboeken in: ze maken nieuwsgierig naar de romans. Je wilt ze lezen, en herlezen. De dagboeken houden het werk van Wolkers levend. Zo bezien is er geen reden om deze reeks te stoppen.

(Jan Wolkers - Dagboek 1967)

Twee jaar terug merkte ik al eens op dat ik gedichtendagbundels wel lees, maar niet bespreek. Ook nu is er geen reden om er wat woorden aan te wijden, behalve dan dat Antjie Krog in het Zuid-Afrikaans dicht. Mocht ik aan het eind van het jaar een boek tekort komen voor mijn Afrika categorie, dan kan ik dit bundeltje van 9 gedichten er in smokkelen.

Antjie Krog spreekt trouwens meer aan dan Leonard Nolens.

(Antjie Krog - Waar ik jou word)

Tot nog toe heb ik manga altijd aan mij voorbij laten gaan. Cartooneske poppetjes met zaadvragende ogen, was mijn oordeel. Maar de Boeddha reeks van Osamu Tezuka fascineerde mij wel, maar om nu meteen 8 delen daarvan aan te schaffen… Ode aan Kirihito is echter een tweedelige reeks, dus beter te overzien.

Na lezing ben ik helemaal om. Osamu Tezuka, godfather van de manga en degene die de stijl met de grote ogen zo’n beetje uitgevonden heeft, gebruikt verschillende technieken om zijn verhaal te vertellen. soms uiterst realistisch, het andere moment weer uitgesproken cartoon-achtig, vaak ergens daar tussen in.

Ode aan Kirihito

Ode aan Kirihito verteld het verhaal van de jonge arts Kirihito die door een oudere arts buitenspel gezet wordt omdat hij een bedreiging voor zijn ambities vormt. Wat volgt is een zwerftocht door Japan, Taiwan, het Midden-Oosten en Rhodesië op zoek naar wraak.

Maar Ode aan Kirihito is meer dan dat. Alle zeven hoofdzonden spelen een rol in dit verhaal, er zijn bijbelse vergelijkingen, er is spanning, seks, geweld. En bovenal een goed verhaal dat ruim achthonderd pagina’s de aandacht vast weet te houden.

(Osamu Tezuka - Ode aan Kirihito)

Zeepost

Nooit bezorgde brieven uit de 17de en 18de eeuw, zo luidt de ondertitel van Zeepost. Historicus Roelof van Gelder verbleef een half jaar in The National Archive in Kew, selecteerde een stapel brieven en hertaalde deze in aangenaam prettig leesbaar hedendaags Nederlands. Al deze brieven werden ooit buit gemaakt op gekaapte Hollandse schepen.

Het heeft wel wat triestigs: al die hartekreten en wanhoopskreten die met veel moeite op papier zijn gezet en verstuurd, en die dan nooit ontvangen zijn. Wat dat betreft zijn de oudere brieven beter dan de latere, in de 18de eeuw wordt het allemaal wat formeler.

(Roelof van Gelder - Zeepost)

Een eerder gelezen verhaal van Mark Boog maakte grote indruk. Daarmee vergeleken steekt Ik begrijp de moordenaar wat schril af. Qua taal is het allemaal prachtig, bijna als een schilder zet Boog met een paar zinnen iets neer:

De terrassen waren vol, straathoeken werden gebruikt voor ontspannen praatjes, de grachten lagen vol plezierboten en waterfietsen, auto’s met open dak waren talrijk, kleding was schaars.

Het verhaal doet wel wat denken aan een van Veeteren: een oudere rechercheur die een 30 jaar oude zaak mag oplossen, zijn tanden er inzet, zijn er op stuk bijt. Maar bij Håkan Nesser is het plot beter uitgewerkt.

Kristian Lundberg kwam ook in gedachte, ook een dichter die een politieroman schreef. En ook aan Gabriel García Márquez moest ik denken, door de wijze waarop de ouderdom beschreven werd.

Prima boek, maar ergens heb ik toch het gevoel dat er meer in had gezeten.

(Mark Boog - Ik begrijp de moordenaar)

Grote planeet

Startling Stories September 1952Grote planeet staat in een bundel waarin ook De talen van Pao is opgenomen. Toch is Grote planeet een heel wat minder verhaal, meer een avonturen verhaal zoals ook Tschai, de waanzinnige planeet dat is. Een voorstudie wellicht.

Grote planeet verscheen in 1952 in het pulp science fiction tijdschrift Startling Stories en in verkorte vorm als roman in 1957. De vertaling die ik las betreft grotendeels de langere tijdschrift versie. Toch bijzonder dat zo’n tijdschrift verhaal 160 pagina’s beslaat.

Soms proef je tijdgeest in het verhaal. Zo rijdt er een nomadische rovers stam rond genaamd Politburo en wordt er druk met hallucinerende drugs geëxperimenteerd.

Pas op de laatste paar bladzijde is er enige praat over de sociologische gevolgen bij het kolonialiseren van een planeet, maar bovenal is het een spannend jongensboek. Het is als snacken bij de Mac: af en toe best lekker maar na een half uurtje heb je alweer honger.

(Jack Vance - Grote planeet)

Met De commissaris en het zwijgen heb ik nu de halve reeks van Veeteren gelezen. En hoewel de delen afzonderlijk nooit echt bijzonder zijn is de serie als geheel dat tot nog toe wel. Het geheel is meer dan de som der delen.

Dit keer een sekte, en jonge meisjes die daar uit verdwijnen. En dan dankzij een spelfout komt de commissaris tot een oplossing.

En ook nu weer:

Nee, dacht de commissaris somber toen de redacteur weg was. Laten we niet ook nog over de zaak-G. gaan piekeren. Het is zo al erg genoeg.

(Håkan Nesser - De commissaris en het zwijgen)

De categorie Prijswinnaars blijkt tot nog toe een goeie keuze te zijn geweest, De geheime schrift is nu al het derde boek dat erg goed bevalt. Net als Een fractie van het geheel werd De geheime schrift van Sebastian Barry genomineerd voor de MAN Booker prize 2008. Die werd uiteindelijk gewonnen door Aravind Adiga met De witte tijger maar ik moet nog zien of die beter is dan De geheime schrift. Als een soort van troostprijs won Barry de Costa Book of the Year Award, waarbij de jury nog wel even liet weten dat het slot van de roman wel erg tegen valt.

Zelf denk ik dat er geen ander slot mogelijk was. Dit slot, of helemaal geen boek. En ach, het viel mij ook helemaal niet tegen. Niet alleen het verhaal is boeiend (een honderd jaar oude vrouw schrijft haar memoires, terwijl haar psychiater probeert te beoordelen of de vrouw wel thuishoort in de inrichting waar ze woont, of niet) ook de taal van Barry (ooit begonnen als dichter) is om van te genieten, zinnen om te laten bezinken voor je verder leest.

Alleen die titel…

(Sebastian Barry - De geheime schrift)

Pornolat. Toen ik mijn dienstplicht vervulde werd ik met dat wonderlijke fenomeen geconfronteerd. Een houten plint aan de muur op een meter of twee hoog. Om een foto van je moeder aan op te hangen, of een poster van het een of ander. Natuurlijk hing die lat vooral vol met posters van het ander. Naakte wijven, vandaar de benaming. Maar geen beaver shots, die moest je maar aan je fantasie overlaten. Suggestie was prima, full frontal werd onmiddellijk verwijderd.

Dat is nu ook één van de problemen die ik heb met Pilaren van de aarde. Te weinig suggestie, teveel full frontal. Historisch zal het allemaal wel correct zijn, maar ik heb geen behoefte aan uitgebreide beschrijvingen van martelen, moorden en verkrachten. Na 480 van de ruim 1000 pagina’s heb ik er dan ook wel genoeg van.

(Wat een verschil met bijvoorbeeld In ongenade van J.M. Coetzee waar ook een verkrachting in voor komt, plus het nodige geweld, maar waar alles veel suggestiever geschreven is. Wat meer emoties oproept dan enkel de onverschilligheid bij Ken Follett)

Een ander probleem. Een stukje achterflap ter illustratie:

De tegenkrachten zijn echter enorm: het is bijna ondoenlijk om aan bouwmateriaal te komen, er is verzet van de broeders zelf en een ambitieuze bisschop en een gewetenloze edelman hebben een pact gesloten om Philip ten val te brengen en de bouw te verijdelen.

Bovenop dat al komt schrijver Ken Follett die de helden van het verhaal, prior Philip en bouwmeester Tom Builder (alleen die naam al…), tegenwerkt door ze alsmaar heen en weer te laten lopen. Zo duurt het alleen al 200 bladzijde voor Tom op de juiste locatie is, en nog eens 200 voor ze besluiten daadwerkelijk een kathedraal te gaan bouwen. De karakters zijn ook zo zwart/wit als maar kan, de helden zuiver goed, de schurken (Bisschop Waleran, edelman William en zijn hulpje Walter, alle drie de namen beginnen met één van de laatste letters uit het alfabet, ook vast geen toeval) zijn puur slecht. En zo bouwt Follett zijn kathedrale meesterwerk op, door cliché op cliché te stapelen. Een gebed zonder einde, dat is het.

(Ken Follett - Pilaren van de aarde)

Een jaar of 16, zolang stond Het beloofde land van Adriaan van Dis ongelezen in de kast. Waarschijnlijk ooit gekocht vanwege de plagiaatkwestie die in 1992 opdook. Nu, zoveel jaar later, doet dat er niet meer toe. Bovendien wordt Vincent Crapanzano wel degelijk genoemd in de uitgebreide bronvermelding. Maar misschien is ook die pas later aan het boek toegevoegd. Of de 8ste druk uit 1992 voor of na de ophef verscheen valt niet te achterhalen. En dan nog.

Gek eigenlijk dat ik van Dis altijd erg waardeer als interviewer, en misschien nog wel meer om zijn stem, maar dat ik nooit eerder wat van hem las. Ook het boekenweekgeschenk Palmwijn staat al jaren ongelezen in de kast. Tijdens het lezen van Het beloofde land is het ook steeds weer die stem die ik hoor als ik de zinnen lees. Niet onaangenaam.

(Adriaan van Dis - Het beloofde land)

In De halfbroer werd Knut Hamsun genoemd en ging de aandacht vooral uit naar zijn boeken, en ook in De roodborst werd Hamsun genoemd maar daar ging de aandacht vooral uit naar zijn daden.

Ook bij de viering van Hamsun’s 150ste geboortedag gaat de aandacht vooralsnog vooral uit naar zijn daden. In 1920 won hij de Nobelprijs voor de literatuur en de daarbij behorende medaille deed hij in 1943 cadeau aan Joseph Goebels. En ook met Adolf Hitler had Hamsun enkele ontmoetingen.

De verhalen in De koningin van Sheba stammen nog van voor de Nobelprijs, en dus ook van voor zijn nazi sympathieën. En ik ben van mening dat Lars Saabye Christensen er goed aan doet om Hamsun te rehabiliteren in De halfbroer (ook daar worden de complete werken van Hamsun in de kachel verbrand vanwege zijn nazi sympathieën, maar later wordt met de verfilming van Honger de aandacht toch weer op de woorden gericht, en niet op de daden). Verrassend modern zijn de verhalen in deze bundel, ondanks koetsen en stoomtreinen. Lichtelijk pessimistisch met karakters die niet krijgen wat ze zouden willen, of dat nu succes of liefde is.

Nog een kleine kanttekening over de uitgave: De koningin van Sheba, op het schutblad alweer De koningin van Sheba [en andere verhalen] geheten, is uitgegeven door Brightlights.
Brightlights, onderdeel van De Pers, wil goede boeken die nu nog een klein publiek bedienen onder de aandacht te brengen van het grote publiek. De bijbehorende website, eens kijken welke titels ze nog meer uitgeven, meldt slechts: “Kunstlicht”. En aan het einde van De koningin van Sheba, die titel wil maar niet duidelijk worden want in het titelverhaal zelf is continue sprake van “De koningin van Scheba“, staan onder de titel à propos Hamsun 15 pagina’s lang Engelstalige fragmenten van diverse schrijvers (Henry Miller en Ovidius bijvoorbeeld). Wat er mee bedoeld wordt, of waar het voor dient is mij niet duidelijk. Het initiatief van Brightlights is goed, nu de uitwerking nog.

(Knut Hamsun - De koningin van Sheba)

Opera in Qatar

Eén ding is duidelijk na lezing van Opera in Qatar: Michiel Borstlap speelt beter piano dan dat hij schrijft. Kromme zinsconstructies (zinnen zo krom dat je ze 3 keer lezen moet om ze weer recht te krijgen), Arabieren die Engels spreken (”You like new opra?”), Italianen die Engels spreken (”I’m happy to speak-e to you because-e I need-e the partitura de piano for the conductor of the orchestra.”) en een veel te hoog “en toen, en toen” gehalte (mogelijkerwijs te wijten aan het feit dat het twee jaar na dato op schrift gezet is).

Toch is het ook een uniek boekje. Een ooggetuige verslag van de eerste Arabische opera in de geschiedenis. Een bij vlagen hilarisch verhaal vol krankzinnige personages en volstrekt bizarre gebeurtenissen.

(Michiel Borstlap - Opera in Qatar)

Een fascinerende titel, en winnaar van de Premio Strega. Een prima boek dus om te lezen in de categorie prijs winnende boeken en schrijvers. Soms lees je een prijswinnend boek en vraag je je af “waarom?” En soms lees je een prijswinnend boek en denk je “terecht!” Bij De eenzaamheid van de priemgetallen hoort “terecht!” En meer nog dan wat er wel geschreven staat is datgene dat niet geschreven staat de moeite waard.

Uitleggen waarom is minder gemakkelijk, dan wordt het al snel het verhaal hervertellen, maar dan in mindere bewoording. Dat doe ik dan ook maar niet.

Zou het toeval of berekening zijn dat tussen de eerste letter en de laatste punt 307(een priemgetal!) pagina’s zijn?

(Paolo Giordano - De eenzaamheid van de priemgetallen)

De roodborst

Telkens weer moest ik tijdens het lezen van De roodborst denken aan een aflevering van Gordon Ramsay’s Kitchen Nightmares. Die met die met die Franse top chef. Maaltijden met wel 20 verschillende smaken maakte die, en maar niet begrijpen waarom de klanten weg bleven.

De Noor Jo Nesbø stopt ook veel te veel in zijn boek. En zoals de maaltijden van de Franse kok op zich prima smaakte, zo is ook De roodborst op zich een prima boek. Alleen, het is teveel. En dan raken smaken en verhaallijnen ondergesneeuwd. Als lezer weet je nu al wie “de prins” is, en wat zijn rol is in de dood van Ellen, de collega van speurder Harry Hole die centraal staat in de boeken van Nesbø. Maar voor Harry Hole daar zelf achter is zal je je als lezer eerst nog door Zes seconden te laat en Dodelijk patroon heen moeten werken.

Niet dat dat erg hoeft te zijn, mits deze boeken net zo goed zijn als De roodborst. En waarom zou dat niet? De roodborst is een prima thriller, boeiende karakters, flitsende plotlijnen en een fraai stukje geschiedenis op de koop toe. Toch blijft het gevoel dat een beetje minder het boek een beetje beter zou hebben gemaakt.

De Oslo trilogie:
1. De roodborst
2. Nemesis
3. Dodelijk patroon

(Jo Nesbø - De roodborst)

Jazzhelden

Zoals wel vaker gememoreerd hier: boeken over muziek moeten aanzetten tot het luisteren naar muziek. Koen Schouten slaagt prima in die missie. Jazzhelden is een boeiende verzameling interviews met een gevarieerd aantal jazzmusici. Misschien omdat Koen Schouten zelf ook niet onverdienstelijk saxofoon speelt gaan de interviews vooral over muziek, en vrijwel niet over allerlei randzaken als subsidie of promotiepraatjes over de meest recente cd of tour. Het maakt de interviews vrijwel tijdloos en geeft tegelijkertijd een fraai overzicht aan wat de huidige jazz te brengen heeft.

In iedergeval heeft Jazzhelden geleid tot de aanschaf van de cd’s Monk Volume One door het trio Han Bennink, Michiel Borstlap en Ernst Glerum en Campert van Benjamin Herman.

(Koen Schouten - Jazzhelden)

Het dwaallicht

Ik heb me dus, voor de zoveelste maal, ingelaten met iets dat mij niet aangaat in plaats van mij af te wenden zoals redelijke wezens doen, om het fatum in zijn loop niet te hinderen.

Aldus Laarmans, als hij ’s avonds “drie zwartjes” begeleid die op zoek zijn naar een bepaalde dame van lichte zeden, dwars door een regenachtig Antwerpen. Het dwaallicht is weer een typisch Laarmans verhaal, zoals alleen Willem Elsschot die schrijven kon, een missie die bij voorbaat al gedoemd is te mislukken. Nadeel van al deze nachtelijke escapades is dat de tekeningen van Dick Matena dit keer nogal donker uitgevallen zijn. Dat is weliswaar sfeervol maar zorgt er tevens voor dat het boek een walm van drukinkt uitwasemt die nauwelijks te harden is. Een minpuntje bij een verder wederom prachtig album.

Hoewel deze uitgave de volledige tekst bevat wil ik toch nog eens Het dwaallicht in een “tekst-only” uitgave lezen. Eens zien wat er dan overblijft. Want hoe mooi de tekeningen ook zijn, ergens blijft het gevoel dat ze afleiden van de tekst.

(Willem Elsschot/Dick Matena - Het dwaallicht)

De olifant verdwijnt smaakte naar meer, Na de aardbeving smaakte eigenlijk nergens naar. Ondertussen blijft iedereen maar enthousiast over Haruki Murakami. Een roman moest voor eens en altijd bepalen of die Murakami nu de moeite waard is, of slechts een hype. De jacht op het verloren schaap lag in huis, maar op advies werd het Kafka op het strand.

Een prima advies, en na lezing slaat de balans door naar ‘de moeite waard’. Meer dan de moeite waard zelfs, want wat een geweldig boek!

Gek genoeg deed het het verhaal mij regelmatig aan Stephen King boeken denken. Nakata deed aan Sheemie uit Tovenaarsglas denken, en aan Tom Cullen uit De beproeving (M-A-A-N, zo spel je Nakata). En de scène waarin de sluitsteen weer gesloten wordt had ook niet misstaan in een verhaal van Stephen King.

Niet dat Murakami slechts een Japanse epigoon van King is, nee, verre van dat. Kafka op het strand is hoogst origineel en volkomen eigen. Net als Steve Toltz citeert Murakami met regelmaat filosofen, schrijvers en componisten, maar hier stoort dat geen enkel moment.

Her en der lees ik klachten over die vreselijke vertaler en zijn betweterige voetnoten, maar daar heb ik mij persoonlijk niet aan gestoord. Ik vond ze wel boeiend eigenlijk.

(Haruki Murakami - Kafka op het strand)

De liefdesbaby

De liefdesbaby is een verdere uitbreiding van het Homo Duplex universum. Chronologisch sluit het aan op gebeurtenissen uit De Movo Tapes. Tevens is het de voorgeschiedenis van Mim. Oidipous in een modern jasje, met een stel tieners als ouders in plaats van een koningspaar.

In vergelijking met Mim bevat De liefdesbaby een wat taaier proza, alsof het hier slechts een vingeroefening betreft, een nog te herziene versie van wat een groter hoofdstuk in een onverschenen écht deel Homo Duplex moet gaan worden.

(A.F.Th. van der Heijden - De liefdesbaby)

De aankomst

Inspection’  pencil on paper © Shaun Tan

Zonder de minirecensie in Zone 5300 zou ik De aankomst van Shaun Tan zeer waarschijnlijk gemist hebben. De aankomst is in Nederland verschenen bij Querido Kind en met een NUR 274 code bestempeld als prentenboek voor kinderen ouder dan 6, dientengevolge ligt het boek dan ook tussen de andere kinderboeken. En daarmee wordt het boek tekort gedaan. De vraag is zelfs of kinderen het onderliggende verhaal over emigreren en je plek vinden in een nieuw land zullen begrijpen. Niet dat er niet genoeg te bewonderen valt aan al deze platen. Shaun Tan weet met zijn tekeningen emoties op te roepen, en doet dat beter dan menig schrijver die zich tot enkel tekst beperkt.

(Shaun Tan - De aankomst)

Voor ik aan Een fractie van het geheel begon had ik al twijfel, of dit niet net zo’n soort boek zou zijn als De weg naar Callisto. Maar de recensies waren juichend, en de MAN Booker prize werd net niet gewonnen.

Maar met dat soort twijfels zit ik er nooit ver naast en Een fractie van het geheel bevalt dan ook erg matig. Veel te traag en het is mijn humor niet. Steve Toltz toont zich zeer belezen, de complete westerse filosofie en de halve klassieke wereldliteratuur wordt te pas en te onpas geciteerd, maar goed voorbeeld doet niet altijd goed volgen.

(Steve Toltz - Een fractie van het geheel)