Pornolat. Toen ik mijn dienstplicht vervulde werd ik met dat wonderlijke fenomeen geconfronteerd. Een houten plint aan de muur op een meter of twee hoog. Om een foto van je moeder aan op te hangen, of een poster van het een of ander. Natuurlijk hing die lat vooral vol met posters van het ander. Naakte wijven, vandaar de benaming. Maar geen beaver shots, die moest je maar aan je fantasie overlaten. Suggestie was prima, full frontal werd onmiddellijk verwijderd.
Dat is nu ook één van de problemen die ik heb met Pilaren van de aarde. Te weinig suggestie, teveel full frontal. Historisch zal het allemaal wel correct zijn, maar ik heb geen behoefte aan uitgebreide beschrijvingen van martelen, moorden en verkrachten. Na 480 van de ruim 1000 pagina’s heb ik er dan ook wel genoeg van.
(Wat een verschil met bijvoorbeeld In ongenade van J.M. Coetzee waar ook een verkrachting in voor komt, plus het nodige geweld, maar waar alles veel suggestiever geschreven is. Wat meer emoties oproept dan enkel de onverschilligheid bij Ken Follett)
Een ander probleem. Een stukje achterflap ter illustratie:
De tegenkrachten zijn echter enorm: het is bijna ondoenlijk om aan bouwmateriaal te komen, er is verzet van de broeders zelf en een ambitieuze bisschop en een gewetenloze edelman hebben een pact gesloten om Philip ten val te brengen en de bouw te verijdelen.
Bovenop dat al komt schrijver Ken Follett die de helden van het verhaal, prior Philip en bouwmeester Tom Builder (alleen die naam al…), tegenwerkt door ze alsmaar heen en weer te laten lopen. Zo duurt het alleen al 200 bladzijde voor Tom op de juiste locatie is, en nog eens 200 voor ze besluiten daadwerkelijk een kathedraal te gaan bouwen. De karakters zijn ook zo zwart/wit als maar kan, de helden zuiver goed, de schurken (Bisschop Waleran, edelman William en zijn hulpje Walter, alle drie de namen beginnen met één van de laatste letters uit het alfabet, ook vast geen toeval) zijn puur slecht. En zo bouwt Follett zijn kathedrale meesterwerk op, door cliché op cliché te stapelen. Een gebed zonder einde, dat is het.
(Ken Follett - Pilaren van de aarde)