Een origineel gegeven, een roman over wat de kredietcrisis met de gewone man doet. Paul Auster brengt weer een wonderbaarlijke groep personages samen. Een fotograaf die achtergelaten dingen fotografeert, de beheerder van het ziekenhuis voor Kapotte Spullen, een uitgever van een bijna failliet bedrijf, een actrice en groep krakers. Genoeg ingrediënten voor een sterke Auster zou je denken. Helaas blijft het verhaal nogal fragmentarisch, hopt een beetje van het ene naar het volgende personage, zonder dat je als lezer echt betrokken raakt bij het verhaal.
Natuurlijk zitten er weer genoeg bijzondere verhalen in, over honkballers en hun ongeluk, een analyse van de film The best years of our lives (een film over 3 Amerikaanse WOII soldaten die terugkeren na de oorlog en moeite hebben de draad weer op te pakken, een verwijzing naar Amerikaanse soldaten die terugkeren uit Irak en Afghanistan?), verwijzingen naar Dickens, Shakespeare en Beckett. Niet eerder las ik een boek van Paul Auster dat zo simpel verhalend was, geen intertekstueel geneuzel, geen werelden in werelden maar ook niet de magie die de boeken van Auster zo bijzonder maken. Geen slecht boek maar de verwachtingen worden dit keer niet waar gemaakt.
(Paul Auster – Sunset Park)


