Auster. Paul

You are currently browsing articles tagged Auster. Paul.

Broze stad

De stripbewerking van Broze stad (City of glass), het eerste deel van Paul Auster’s De New York Trilogie door Paul Karasik en David Mazzucchelli. Met een voorwoord van Art Spiegelman die je meteen al het verhaal intrekt door het een Ikonologosplatt te noemen, in plaats van beeldroman of stripverhaal.

Ondanks dat niet de integrale tekst gebruikt wordt, zoals Dick Matena dat bijvoorbeeld doet bij zijn verstrippingen van Willem Elsschot, voelt het verhaal compleet aan. De tekeningen van Paul Karasik en David Mazzucchelli zijn een mooie aanvulling op het verhaal van Auster.

(Paul Auster, Paul Karasik en David Mazzucchelli - Broze Stad)

Even denk ik het wel te weten: weer zo’n verhaal in een verhaal in een verhaal, typisch Paul Auster. En ook De Donkere Toren zit in de weg als blijkt dat er een parallel Amerika bestaat waar een burgeroorlog is uitgebroken nadat George Bush de verkiezingen van 2000 naar zich toe getrokken heeft. “Verborgen snelwegen”, is mijn eerste gedachte. Maar gaande weg weet Paul Auster toch weer te verrassen met Man in het duister. En aan het einde kom ik tot de conclusie dat dit boek toch veel beter is dan zijn vorige roman Op reis in het scriptorium, dat veel meer een trucje was dan van Man in het duister gezegd kan worden.

(Paul Auster - Man in het duister)

Wat een goed boek, dit Op reis in het scriptorium van Paul Auster. Dat is niet iedereen met mij eens, het Parool sprak bijvoorbeeld over “vermoeiend intertekstueel genavelstaar”, en het weblog Uitdragerij, die mij ooit op het spoor van Auster zette, weet er ook niet zo goed raad mee, “wat wil Paul Auster ermee?”.

Vermaken in de eerste plaats, is mijn gedachte. En vermaken doet het. Sterker nog, vooral de eerste vijftig bladzijde had ik zoiets van “wat gebeurd hier?”. Langzaam maar zeker komt er dan wat duidelijkheid, en blijkt de schrijver een fascinerend spel te spelen met zijn schrijversschap en door hem geschapen karakters. Daarvoor moet je toch op zijn minst de New York Trilogie gelezen hebben, dat wel.

(Paul Auster - Op reis in het scriptorium)

Het hele verhaal draait om wat er aan het einde gebeurde, en als dat einde nu niet in me zat, had ik niet aan dit boek kunnen beginnen. Hetzelfde geldt voor de twee boeken die hieraan voorafgaan: Broze stad en Schimmen. Alledrie de verhalen zijn eigenlijk een en hetzelfde verhaal, maar elk behelst een ander stadium in mijn bewustzijn van waar het om draait.

Zo eindigt De gesloten kamer, het derde deel van De New York trilogie. Heel mooi dat een schrijver zijn eigen werk samenvat: ‘Alledrie de verhalen zijn eigenlijk een en hetzelfde verhaal.‘ En niet alleen de drie verhalen die samen De New York trilogie vormen. Eigenlijk is al het werk van Paul Auster hetzelfde verhaal. Toeval, identiteit, een rood aantekenschrift, baseball, een schrijver als hoofdpersoon, een overleden kind, de stad New York, het zijn stuk voor stuk elementen die in vrijwel ieder verhaal van Auster voorkomen. Een tweetal stukjes kwam zelfs letterlijk vaker voor in het werk van Auster. De twee Readers Digets-achtige stukjes, over de skiër die zijn overleden vader op een berg vindt en de Russische schrijver die zijn boek oprookt, duiken later op in de film Smoke, waarvoor Auster het script schreef.
Variaties op een thema, zoals componisten dat dan weer noemen. Zolang dat goed gebeurd is er niets aan de hand.

(Paul Auster - De New York trilogie)

Orakelnacht

Vervolgens las ik Orakelnacht van Paul Auster.

‘Gedachten zijn echt,’ zei hij. ‘Woorden zijn echt. Alles wat menselijk is, is echt en soms weten we dingen voordat ze gebeuren, zelfs al zijn we ons daar niet altijd bewust van. Wij leven in het heden, maar de toekomst zit ieder moment al in ons. Misschien is dat wel de essentie van schrijven, Sid. Niet het rapporteren van gebeurtenissen uit het verleden, maar dingen laten gebeuren in toekomst.’

Het verhaal speelt zich af tussen 18 en 27 september 1982. Zaterdag 19 september stond ik in de videotheek met de film The Time Machine in mijn handen. In plaats daarvan nam ik Once Upon A Time In Mexico mee naar huis. Een dag later lees ik verder:

‘Het is iets heel doms, Sid. Niks voor jou. Sciencefiction.’
‘O… Ik begrijp wat je bedoelt. Niet mijn stijl, hè? Maar is het fictieve wetenschap of wetenschappelijke fictie?’
‘Is er verschil dan?’
‘Dat weet ik niet.’
‘Ze overwegen een remake van The Time Machine.’
‘Van H.G.Wells?’
‘Precies. Bobby Hunter wordt de regisseur.’

Niet het rapporteren van gebeurtenissen uit het verleden, maar dingen laten gebeuren in toekomst. Alsof ik zelf deel uitmaak van het verhaal. Bevreemdend maar zeer fascinerend.

(Paul Auster - Orakelnacht)