De Cock en moord in triplo

Na een moeizame leeservaring en een slechte leeservaring werd het tijd voor een ontspannende leeservaring. En wat is er dan meer ontspannend dan een Baantjer?

Het nieuwste deeltje De Cock en moord in triplo stelt daarin niet teleur. Wederom 139 bladzijden, dit keer in 15 hoofdstukken onderverdeeld. Het begin is vrijwel gelijk aan deel 55, vrouw meldt vermissing van man en die is even later dood, maar het vervolg is totaal anders. Als lezer is het leuk mee puzzelen wie de dader zou kunnen zijn, prima vermaak dus.

Als er dan een puntje van kritiek moet zijn op dit boek is het de uitwerking van het plot, met zo’n tien bladzijden meer zou dat net evenwichtiger zijn geweest, nu was de sprong van hoofdstuk 13 naar 14, en daarmee de oplossing, een beetje vaag naar mijn idee.

(Baantjer – De Cock en moord in triplo [66] )

De Cock en de stervende wandelaar

Om te zien hoe lang Baantjer al op de automatische piloot schrijft las ik een oudere titel, deel elf De Cock en de stervende wandelaar uit 1973. De oudste Baantjer die ik hier in de kast heb staan. (overigens staan er maar een stuk of tien in de kast, het merendeel met nummers in de vijftig)

Het zijn de kleine details waaraan je merkt dat dit een ouder boek is, bedragen in guldens, vrouwen dragen nog een onderjurk en een rapport wordt nog met de typemachine geschreven.

Maar hoe zit het met het sjabloon waarin het plot is gevat?

Geen Den Koninghe die de dood constateert, geen “er uit De Cock!” van Buitendam, geen wachtcommandant Jan Kuster, geen hulp van Keizer en Prins als tegen het einde de verdachte gearresteerd dient te worden, geen afsluitend gesprek onder genot van een drankje bij De Cock thuis. Stijlkenmerken die blijkbaar nog ontwikkeld moesten worden in 1973.

Wel is De Cock ook in 1973 al een oude grijze en wijze rechercheur en is Vledder zijn jonge en enigszins domme assistent. In dik dertig jaar is De Cock dus niets ouder geworden en Vledder niets wijzer.

Misschien is deel elf toevallig een uitzondering in de reeks, dat kan ook.

(Baantjer – De Cock en de stervende wandelaar [11] )

De Cock en de dode tempeliers

Het is bijna fabrieksmatig zoals deze boeken geschreven worden. Sinds 1982 verschijnen er twee nieuwe titels per jaar, met uitzondering van 1986.
(In de periode 1963-1981 lag die frequentie een stuk lager, slechts 17 titels)

Al die boekjes zijn ook vrijwel even dik. De Cock en de dode tempeliers, deel 55 van de serie, heeft zelfs exact evenveel bladzijden als het eerder gelezen deel 52 (139), verdeeld over exact evenveel hoofdstukken (16). En ieder hoofdstuk bevat dan weer een zelfde soort actie.

Ook een groot aantal zinnen en scènes lijken met behulp van CTRL-C CTRL-V in het boek terecht te komen. Zo beschouwd is zo’n serie matig leesvoer, zeker als je vlot achter elkaar een aantal van die boekjes leest.

Maar ook dit keer zit het plot goed in elkaar en is de ontknoping verrassend. Een stukje zelfkritiek maakt de schrijfmachine Baantjer nog eens menselijk bovendien:

De Cock fronste zijn wenkbrauwen.
‘Appie Baantjer, zei je?’
Vledder knikte.
‘Appie Baantjer.’
De Cock drukte zich weer omhoog.
‘Nooit van gehoord,’ gromde hij.
Vledder keek hem verbijsterd aan.
‘Hij schrijft over jou, al jaren, boekenkasten vol.’
De Cock zwaaide geprikkeld.
‘Juist daarom, ik wil niets met die man te maken hebben. Hij is in mijn ogen een groot fantast. Als je de kans krijgt, blijf uit zijn buurt.’

(Baantjer – De Cock en de dode tempeliers [55] )

De Cock en een deal met de duivel

In elf jaar tijd heb ik ruim 70 afleveringen Baantjer gekeken. In het begin met veel plezier, later met steeds meer ergernis. Te vaak een herhaling, teveel sluikreclame. Bij gebrek aan beter blijf je dan toch kijken, het blijft aardig vermaak.
Qua boeken las ik ooit één keer eerder een Baantjer, maar vraag mij niet welke. Ik heb de, ondertussen, 65 titels bekeken maar bij geen daarvan gaat er een lichtje branden. Het zegt wat over de inwisselbaarheid van de verhalen.

Een groot deel van dit boek is dialoog. En het nadeel daarvan, in combinatie met het feit dat ik zoveel tv afleveringen gezien heb, is dat ik de stemmen van de acteurs hoor als ik die dialoog lees. En steeds maar weer het stemmetje van Victor Reinier horen is geen pretje. Hoewel, Ron Brandsteder was nog erger geweest.

Maar goed. Dit soort boeken valt of staat met een goed plot en uiteindelijk is dat wel bevredigend, het boekje biedt een paar uur aangenaam leesplezier. En het grote voordeel boven de tv serie: geen sluikreclame.

(Baantjer – De Cock en een deal met de duivel [52] )