Hoe fraai Abdelkader Benali ook schrijft, met ieder boek is er wel wat mis. Zo ook met De Argentijn. Dit keer geen ongeboren vrucht, maar een puber die het verhaal verteld. Wegens spijbelen moet de 14 jarige Omar een opstel schrijven, het resultaat is een korte roman van 100 pagina’s. Dat is te lang voor een opstel en dus ongeloofwaardig, ook al schrijft Omar in korte zinnen. Omar heeft bovendien een hekel aan schrijven:
Heb ik dat opgeschreven? Dat is meer iets voor een schrijver. Ik ben een opsteller en ook alleen maar omdat het moet. Ik zal blij zijn als ik weg mag. Er is één ding erger dan een stripboek weggeven aan een meisje en dat is een opstel schrijven. Of schrijver zijn. Leven van je fantasie. Stel je voor. De rillingen lopen over mijn rug.
En toch weet Benali een geloofwaardige puber neer te zetten, een jongen met interesses voor stripboeken en meisjes. Omar woont samen met zijn moeder, die een babycentrale aan huis runt. Zijn vader is verdwenen. Het liefst leest hij stripboeken, in het bijzonder De Avonturen van de Argentijn. Op een avond, als zijn moeder al slaapt vindt hij in de kledingkast de Argentijn. Samen gaan ze op avontuur, de verklaring van Omar voor zijn spijbelgedrag, en vinden ze uiteindelijk zijn vader, die de tekenaar van de strip blijkt te zijn.
De Argentijn verscheen in 2002 in opdracht van de gemeente Rotterdam en werd cadeau gegeven aan alle leerlingen Havo 4 en Vwo 5 in de regio Rotterdam. Mijn exemplaar komt van marktplaats.
(Abdelkader Benali – De Argentijn)