Boekenweekgeschenk

You are currently browsing articles tagged Boekenweekgeschenk.

Duel

Het boekenweekgeschenk van 2010.
Elke jaar weer hebben de christelijke boekhandels wel wat aan te merken op het boekenweekgeschenk, altijd goed voor een boycot en een bijbehorend persbericht. Joost Zwagerman is dit soort critici voor en opent zijn novelle met de zin “Godverdomme, die hand, die vuist!” Als je toch geboycot moet worden, dan maar om een goeie reden.

Eerder dit jaar leende ik Gimmick! bij de bibliotheek. De forum challenge categorie Dichtbij vraagt om een schrijver uit je woonplaats. Dat geeft de keuze uit Joost Zwagerman of ereburgeres Anna Bosboom-Toussaint (Geografisch gezien woon ik dichter bij Sint Pancras dan het centrum van Alkmaar en zou ik nog kunnen smokkelen met Bernlef). Nieuwsgierig of ik Gimmick! nu wel of niet ooit las, koos ik voor Zwagerman. Om na vijftig bladzijden het boek retour te brengen want dat boek is echt niet om te harden. Duel is dus een herkansing, anders moet het toch Bosboom-Toussaint worden. Als dan op bladzijde 14 van Duel de namen Walter van Raamsdonck, Massimo Groen en Theo Eckhardt tegenkom, personages uit Gimmick!, vrees ik het ergste, zeker in combinatie met die veranderde namen voor het Stedelijk museum, het Rijksmuseum en de Kunsthal. Maar uiteindelijk weet het verhaal toch te overtuigen.

Of misschien niet eens zozeer het verhaal, als wel alle kennis over moderne kunst. In Duel versmelt op aangename en overtuigende wijze Joost de romancier met Joost de essayist. Jammer dat het Stedelijk museum nog altijd niet open is, anders ging ik er vandaag nog langs.

(Joost Zwagerman - Duel)

Oeroeg

Eindelijk eens een boek voor Nederland leest waarvan ik denk, kom, laat ik dat eens lezen. En ook nog eens het boekenweekgeschenk van 1948. Ondanks dat er nu 923.000 worden weggegeven, en toen in ‘48 toch ook al gauw een paar honderdduizend vermoed ik, blijkt deze uitgave van Oeroeg al de 48ste druk te zijn. Rare manier van debuteren ook trouwens.

Oeroeg is voor mij vooral een blik op het koloniale verleden. Zelf heb ik niets met Indonesië, en nog minder met Nederlands-Indië. Wonderlijk vooral dat na de tweede wereldoorlog zoveel moeite is gedaan om dat te behouden.

Nou ja, aardige roman, en misschien zelfs wel herlezingswaardig, maar om hier nu met half Nederland over in discussie te gaan? Nee bedankt.

(Hella S. Haasse - Oeroeg)

Het boekenweekgeschenk van 2009.
Van Tim Krabbé las ik eerder Het gouden ei, De renner en 43 wielerverhalen. Van Het gouden ei staat mij weinig meer bij (maar het is dan ook zo’n 20 jaar geleden dat ik die las), en De renner moest maar weer eens herlezen worden.

Een trein vol vlinders

Ook ik gebruikte het boekenweekgeschenk dit keer als treinkaartje. Eigenlijk best toepasselijk, een boek over een reisboekenschrijver als treinkaartje gebruiken. Bovendien, niet eerder heb ik zo rustig in de trein kunnen lezen. Eindelijk was iedereen stil.

Het verhaal zelf bestaat uit twee delen waarvan ik het eerste deel maar niks vind, de vader/zoon relatie van Tim Krabbé is een stuk sentimenteler dan de moeder/dochter relatie bij Anna Enquist. Het tweede gedeelte, het dagboek van zoon Bram, maakt echter een hoop goed. Nou ja, op die dag nul na dan.

(Tim Krabbé - Een tafel vol vlinders)

Zomerhitte

Het boekenweekgeschenk van 2005. Ondanks een oplage van 751.000 exemplaren als boekenweekgeschenk ligt er nu een fraai gebonden filmeditie van Zomerhitte in de winkel. Waar het boekenweekgeschenk de blote kont van Karina toonde is nu voor een met een handdoek bedekte Sophie Hilbrand gekozen. Een stuk preutser. Het mooiste is echter de bijbehorende dvd met daarop het laatste gefilmde interview met Jan Wolkers. Een oude man die scheefgezakt in zijn stoel volledig het gesprek naar zijn hand zet, met op de achtergrond één van zijn laatste schilderijen.

Deze keer beviel het herlezen mij beter. Het mag dan niet Wolkers sterkste roman zijn, er zit meer dan genoeg in om van te genieten. De gesprekken tussen de hoofdpersoon en Federici over kunst, de beschrijvingen van de natuur, de opmerkingen over fotografie. Alleen aan de topografische kennis van Kathleen mankeert wat:

“Het is toch alleen de afsluitdijk af en dan over Hoorn naar Amsterdam.”

De boot vanaf Texel komt echter in Den Helder aan, de afsluitdijk kun je, letterlijk en figuurlijk, links laten liggen.

En dat ik bij de eerste lezing al moest denken aan verfilming met Monique van de Ven. Voor de hoofdrol was ze te oud, maar aan een regiedebuut had ik nooit gedacht. Ik ben erg benieuwd naar de film.

(Jan Wolkers - Zomerhitte)

De pianoman

Het boekenweekgeschenk van 2008.

Elk jaar hetzelfde liedje. Op fora, boekenweblogs en krantenrecensies de klacht dat het toch allemaal erg mager is. En elk jaar weer een recordoplage. 960.000 exemplaren dit jaar, 5,5% meer dan in 2007. Vorig jaar kreeg ik half april nog de vraag of ik interesse had in een Brug, afgelopen woensdag, bij de start van de boekenweek, kreeg ik meteen al de vraag of ik er één of twee wilde hebben. Tja, als je zo gaat beginnen heb je wel een recordoplage nodig.

Maar ik moet toegeven dat ik van Bernlef een beter verhaal had verwacht. Een terp, een dagloner, een schooltje met een bovenmeester en een gescheiden vrouwtje uit de grote stad voor de lagere klassen, fietsbanden verpakken in een fabriek. Kortom, Nederland in de jaren vijftig. En dan aan het einde van hoofdstuk één vertrekt de pianoman met zijn euro’s naar Amsterdam. Daar gaat de geloofwaardigheid. Het noorden (Friesland? Groningen? De Wieringermeer?) als openluchtmuseum waar men nog leeft zoals vijftig, zestig jaar geleden.

Dan trekt het verhaal nog wel iets bij, maar het gevoel dat er meer had gezeten in het verhaal van de pianoman blijft aanwezig. Het mooiste nog aan dit boekenweekgeschenk is de omslag, met een schilderij van Willem van Althuis, waar K. Schippers in Stil maar zo mooi over schreef.

(Bernlef - De pianoman)

De brug

Het boekenweekgeschenk van 2007. Voor het eerst non-fictie, en van mij mag dat vaker. Liever wat feiten dan een slap verhaaltje dat krampachtig binnen de 100 bladzijde probeert te blijven.

Toch ook een puntje van kritiek. Geert Mak heeft het een aantal keer over foto’s van eerdere bruggen

De eerste foto van de brug dateert uit 1855 of 1856, genomen door een Engelsman, een zekere Robertson. We zien een schipbrug, met bij het begin en het einde de contouren van twee vrij steile boogconstructies voor de doorvaart van kleinere schepen.

ik had het wel aardig gevonden als er wat van die foto’s waren toegevoegd, nu moet je het doen met dat ene ongedateerde plaatje op de cover.

(Geert Mak - De brug)

Sterremeer

Het boekenweekgeschenk van 1990.
Vorig jaar tijdens mijn vakantie las ik Het aapje dat geluk pakt van Arnon Grunberg. Op de achterkant stond de aanbeveling: Door het diplomatenmilieu denk je aan het werk van F.Springer. In diezelfde vakantie kocht ik bij de boekenboer het boekenweekgeschenk Sterremeer van diezelfde F.Springer, wat ik nu een jaar later las. Sterremeer speelt echter niet in het diplomatenmilieu af, dus in hoeverre de vergelijking opgaat weet ik nog altijd niet.

Het verhaal over de dichter Felix Sterremeer, dat verteld wordt door zijn vriend de advocaat Nikko, is een literaire variant van het droste effect: Sterremeer is een mislukte dichter getrouwd met een rijke dame die een studie heeft gedaan naar een mislukte Duitse dichter en diens rijke dame. Als de Duitse dame zelfmoord heeft gepleegd, laat het einde zich raden…

Als liefhebber van de muziek van Gustav Mahler was het aardig dat Alma Mahler, op hoog bejaarde leeftijd, haar opwachting maakte tijdens de presentatie van Sterremeers dichtbundel.

Al met al een aardig boekje, hoewel de urgentie een beetje ontbreekt. Het leest aardig, kabbelt wat voort, maar er ontbreekt diepgang. Ach, een typisch boekenweekgeschenk.

(F.Springer - Sterremeer)

Het boekenweekgeschenk van 1980.
Als ik het dan toch over Grijpstra en de Gier heb, moet ik over dat duo ook maar een boek lezen. De enige titel die ik bezit is het boekenweekgeschenk De verdachte Verheugt. Nu zou een spannend boek het niet meer tot boekenweekgeschenk brengen, aan de andere kant, toen was er geen maand van het spannende boek.

Ook nu een zaak zonder lijk, net als eerder bij Boks, maar een stuk minder uitgewerkt. Eigenlijk viel het hele boekje nogal tegen. Veel gezwam rondom een mislukt huwelijk.

Wat verder opviel is dat dit boekje veel gedateerder overkomt dan die Baantjer uit 1973. Misschien ligt daar wel de reden voor het feit dat Baantjer nog altijd herdrukt wordt en Grijpstra en de Gier niet. Ook de (geflopte?) tv serie kon niet voor een nieuw publiek zorgen.

(Janwillem van de Wetering - De verdachte Verheugt)

Het boekenweekgeschenk van 2006.
Het grootste probleem met het boekenweekgeschenk van Arthur Japin is de hoofdpersoon. (hahaha, het grootste probleem is een dwerg) De naam van de hoofdpersoon om precies te zijn.
Lemmy is een held. En iedere keer dat Japin het over de dwerg Lemmy heeft zie ik voor mijn geestesoog mijn held. Dat leest heel raar:

Lemmy heeft de lach aan zijn kont hangen. Als hij aan komt lopen krullen mensen hun mondhoeken al op, half verbaasd, half vertederd. Ze zijn verrast door zijn verschijning. Daarmee is de eerste slag binnen. Nog geen seconde later dringt tot ze door wat ze eigenlijk zien. Ze schrikken. Nu heeft hij ze in zijn zak. Meteen hebben ze spijt dat ze naar hem gekeken hebben, maar het is te laat. Hij staat op hun netvlies. Hij zit in hun hoofd.

En was hij gaan zingen, of neuriën, fluiten, ik weet het zeker,het zou Ace of spades zijn geweest.

(Arthur Japin - De grote wereld)

Weerborstels

Het boekenweekgeschenk van 1992.
Het liefst had ik na Vallende ouders doorgelezen in De gevarendriehoek, deel twee van De tandeloze tijd. Een rondje boekwinkels, inclusief AKO’s en Bruna’s, leverde echter niet meer op dan de kreet “we kunnen het wel voor u bestellen”. Ja, maar dat kan ik zelf ook. Wel her en der een vorig jaar teveel ingekochte De slag om de Blauwbrug.
Gelukkig is er nog Weerborstels. Als intermezzo toegevoegd aan De tandeloze tijd verteld Albert het verhaal van zijn neef Robert, Robby, Egberts die, door alsmaar sneller door het leven te gaan, met de snelheid van het licht de dood opzoekt. Wat uiteindelijk lukt.
Weerborstels bevind zich qua chronologie tussen deel twee, waarvan een aantal citaten met betrekking tot oom Robert, de vader van Robby, opgenomen zijn, en het op het moment van verschijnen van Weerborstels nog niet verschenen derde deel, achterin aangekondigd als Sneeuwnacht in september. De delen drie Het Hof van Barmhartigheid en Onder het plaveisel het moeras verschenen uiteindelijk in 1996.

(A.F.Th. van der Heijden - Weerborstels)

Zomerhitte

De eerste keer dat ik het boekje las had ik lang geen Jan Wolkers gelezen. En ook lang niet zoveel. Nu las ik het nogmaals, mede vanwege een interview. [BOEK, nummer 2, jaargang 2]Zo ontdekte hij dat zijn Boekenweekgeschenk veel gemeen heeft met een dagboek uit 1974. Dat ene jaar wordt nu ook uitgegeven, mede daarom. Misschien heeft de interviewer dat wel verzonnen, want ook na herlezing heb ik geen verband met het dagboek kunnen ontdekken, of het moet dat ene stukje zijn op bladzijde 46:

Ik jaag ergens achteraan dat, naar ik verwacht, op den duur zinvol zal blijken te zijn. Waarnemingen die een verband moeten leggen tussen gebeurtenissen, waardoor ze een betekenis krijgen. Tot op heden is het een soort geheimschrift dat taboe moet blijven. Wat dat betreft moet ik u teleurstellen.

In De Doodshoofdvlinder en in De Junival kwam ik wel scènes tegen die ook in het dagboek voorkomen.

Toen hij zijn schep in de grond stak om de bollen te gaan planten sneed hij dwars door een kluwen kikkers die in een holte in de brokkelige aarde tegen elkaar waren gekropen voor de winterslaap. Het water kwam in zijn mond te staan. De kleikluiten waren vermengd met een krieuwelend glibberig haksel. Bruin vel met piccalilly gele vlekken en bleekroze vlees. Hij trapt de grond zo stevig mogelijk aan om ze uit hun lijden te helpen. [De Doodshoofdvlinder, 1ste druk, blz 12]

Als ik bij een beetje brokkelige aarde die moordende koker van staal in de grond boor en hem ophaal zit hij vol met kikkerlichaamsdelen. Allemaal poten en stukken lijf. Afschuwelijk. Het water staat in mijn handen, maar ik kan het voor Karina verborgen houden. Trap alles goed aan, zodat ze meteen uit hun lijden zijn. [Dagboek 1974, woensdag 9 oktober]

En toen zag ik tot mijn ontsteltenis dat een merel met zijn oranje snavel de lappen mos aan het omkeren was op zoek naar wormen en insekten. [De Junival, 1ste druk, blz 18]

Onder de pruimenboom bij de schuur maak ik een heel heuveltje van mos. Steeds komt die lijster van ons en begint driftig aan die lappen mos te rukken. Trekt ze van de aarde en werpt ze over het pad. [Dagboek 1974, woensdag 6 februari]

Dat noem ik gemeen hebben met.

Van iemand die op bijna 80-jarige leeftijd nog een boek schrijft verwacht ik een verhaal met bespiegelingen en de wijsheid van de ouderdom. In Zomerhitte niets van dit alles, slechts een armoedig misdaadverhaaltje met wel heel erg veel herhalingen. Ook liggend in de zon op het strand niet echt de moeite waard.

(Jan Wolkers - Zomerhitte)

Spitzen

Het boekenweekgeschenk van 2004. Bij lezing vorig jaar was het mijn kennismaking met het werk van Thomas Rosenboom, en aangezien het beviel kocht ik vervolgens Publieke werken en De nieuwe man. Publieke werken was een ramp, de eerste 150 bladzijden boeit het, daarna ging het onvermogen van de hoofdpersonen om hun leven richting te geven irriteren. Aan De nieuwe man ben ik vervolgens maar niet begonnen.
Bij herlezing van Spitzen valt nu op dat hoofdpersoon Han Bijman (“het enige dichterlijke aan hem was het rijm in zijn naam.”) ook aan dat euvel lijdt. Vijfenveertig en nog altijd maagd (in Publieke werken waren de personages ook al zo seksloos) wordt hij verleidt tot een few-nightstand. Zelf denkt hij de liefde van zijn leven gevonden te hebben en door zijn dromerige gedrag eindigt hij ook nog eens in het bed van zijn bovenbuurvrouw.
Wat Spitzen dan wel weer te pruimen maakt ten opzichte van Publieke werken is de lengte van het verhaal, lang genoeg om te boeien, niet zo lang dat het gaat irriteren. Een mooi afgerond, kort en krachtig, verhaal kortom. Wat mij betreft een van de betere boekenweekgeschenken. Misschien toch maar eens De nieuwe man uit de kast pakken.

Eén ding nog: feit is dat schrijvers een opdracht krijgen van de CPNB om een geschenk te schrijven ( Arthur Japin schrijft op verzoek van de Stichting CPNB het Boekenweekgeschenk 2006 ). Voor een boek dat zich afspeelt in het hier-en-nu en geschreven in 2004 in opdracht van, is het zacht gezegd vreemd dat er in het boek nog gesproken wordt over de gulden (Hij had haar verteld dat het om tweehonderd gulden ging; zij had die onmiddellijk teruggegeven. blz 53).
Zou Rosenboom de boel belazerd hebben en met een oud verhaal op de proppen gekomen zijn?

(Thomas Rosenboom - Spitzen)

Toch is het eerste wat je ziet een paar blote billen. Reden genoeg voor de gristenlijken om hun jaarlijkse beklagbrief te sturen naar het CPNB.
Maar het gaat om de inhoud. Die is typisch Wolkers.

Ik ging naar binnen en schreef op een stuk papier dat ik staartmezen bij het voederen van hun jongen moest fotograferen. Want het licht was zo vroeg nog een beetje troebel. Eronder schreef ik dat ik moest bellen over de toestand van de vogelwachter. Daarna kleedde ik me uit en ging naakt op bed liggen. Met mijn erectie in mijn hand viel ik in slaap.

Een mix van de achtertuin van Jan Wolkers, kunst en jaren ‘70 seks. Met karakters waarbij ik het beeld van Rutger Hauer en Monique van de Ven op mijn netvlies zie verschijnen. Een leuk, onderhoudend verhaal, prima geschikt voor een lolamoviola verfilming. Eigenlijk een verhaal dat er om vraagt om liggend in de zon op het strand gelezen te worden.

Tot slot: vreemd is dat er als auteursportret gekozen is voor een foto van zo’n 30 jaar geleden. Of is dat geschiedvervalsing in een poging om aansluiting te vinden bij het boekenweekthema?

(Jan Wolkers - Zomerhitte)

Woede

“Jacks dood, Neela’s liefde, de verslagen furie, Asmaans olifant, Elenors verdriet, Mila’s pijn, de denigrerende trionmfantelijkheid van loodgieter Beuys, het einde van de zomer, de coup van Bolgolam in Lillipiut-Blefuscu, Solanka’s eigen jalouzie op de RV-radicaal Babur, zijn ruzie met Neela, het gegil in de nacht, het vertellen van zijn persoonlijke ‘oerverhaal’. de supersonische ontwikkeling van het Galileo-Koningspoppenproject en het gigantische succes van de tegencoup van Commandant Akasz, Neela’s op hande vertrek: de versnelling van de tijdstroom was zo overweldigend dat het bijna komisch werd.”

Het boekenweekgeschenk van 2001. Tweeënenhalf keer zo dik als normaal, en dan, bijna aan het eind, een samenvatting van de schrijver zelf. Komisch indeed.
Weinig samenhang maar wel vreselijk rijk aan ideeen. Misschien wel te veel. “Woede schetst een actueel portret van een leven aan het begin van het derde millennium”, aldus de achterflap. Maar geschreven voor 9/11 en dus vooral het portret aan het eind van het tweede millennium. Eén ding is zeker, Rushdie voelt de tijdsgeest goed aan, het is soms net een vooraankondiging van 9/11. En waar De grond onder haar voeten een ode is aan de popmuziek (van horen zeggen) is Woede dat voor science fiction. Uiteindelijk niet echt bevredigend: te veel begonnen, te weinig afgemaakt.

(Salman Rushdie - Woede)