In ongenade

In ongenade las ik eerder in 2001, 2002, daar omtrent. Ondanks het feit dat In ongenade de Booker prize 1999 had gewonnen, waarmee J.M. Coetzee de eerste was die die prijs twee maal kreeg, ondanks allerlei lovende recensies, kon ik er maar weinig waardering voor opbrengen. Neerslachtig en negatief, zo herinner ik het verhaal mij, met een teveel aan bijzaken.

Waarom dan toch herlezen? De verfilming, daar ben ik nieuwsgierig naar. Bovendien kwam er in 2003 een Nobelprijs bij voor Coetzee en geld het boek zelf zo langzamerhand als een klassieker met herdruk na herdruk. Misschien dat ik iets gemist heb bij eerdere lezing.

En blijkbaar was dat het geval. Hoewel er nog altijd stukken zijn, dat hele gedoe met die opera rond Byron bijvoorbeeld, die mij overbodig lijken. Nou ja, misschien niet geheel overbodig, maar toch zeker te langdradig. Desondanks. Een toch wel erg sterk boek over Zuid-Afrika en de zoektocht naar samenleven in een verscheurde maatschappij.

(J.M. Coetzee – In ongenade)

Hij en zijn man

Ook schrijvers lezen boeken. Maar daar hoor je ze eigenlijk nooit over, of beter: ik hoor ze daar nooit over. Maar ze doen het, ze schrijven niet alleen, ze lezen ook.
Arnon Grunberg leest J.M.Coetzee. Zoveel is duidelijk na het lezen van Hij en zijn man, een boekje met daarin een verhaal dat J.M.Coetzee las bij de uitrijking van de Nobelprijs, de tafelrede die hij hield bij het Nobelbanket en een antwoord van Arnon Grunberg.

Het antwoord van Grunberg, de deuren zijn geduldig, is een poging om aan te tonen waarom Coetzee gelezen moet worden:

In dit stuk wil ik proberen ten minste één uitspraak over Coetzee en zijn werk te doen die niet tegelijkertijd ook nog op tienduizend andere schrijvers en boeken van toepassing zijn.

Grunberg doet dit door veel te citeren uit de boeken van Coetzee, maar met name uit Elizabeth Costello, alsmede uit lezingen, essays en interviews. Te veel.
Van Coetzee las ik eerder slechts In ongenade. Ik was er niet weg van. En ook het verhaal Hij en zijn man deed mij vooral afvragen wat Coetzee nu eigenlijk wil zeggen.
“Lezen is vertalen”, aldus Coetzee. Of Grunberg geslaagt is in zijn opzet om die ene uitspraak te doen weet ik niet zo goed. Wat ik wel weet is dat Grunberg een goede vertaler (niet letterlijk, maar inhoudelijk, lezer dus) is van het werk van Coetzee. En dat ik Elizabeth Costello wil lezen.

(J.M.Coetzee – Hij en zijn man)