Was er eerst de vergeelde boekenlegger van Kluun, nu is er ook een verkiezing geweest van het meest ongelezen boek in België. De winnaar van de vergeelde boekenlegger, Donna Tart met De kleine vriend, werd in België slechts 6de. Het meest ongelezen boek bij is onze zuiderburen is, heel toepasselijk, Het verdriet van België van Hugo Claus.
Umberto Eco scoort ook in België opvallend hoog, evenals De Duivelsverzen van Salman Rushdie. Opvallend is verder de vijfde plaats voor Ulysses van James Joyce, die hier de top twintig nog niet haalde. Zelf heb ik beide nummers een niet gelezen.
You are currently browsing articles tagged Eco. Umberto.
Ik schreef hier al eens eerder over niet uitgelezen (niet uit te lezen) boeken. Mijn eigen lijstje niet uitgelezen is niet zo groot:
Umberto Eco - Het eiland van de vorige dag,
John E. Wills - 1688,
Peter F. Hamilton - De ontwrichting van de werkelijkheid, deel 2: Expansie,
en recentelijk Raoul Schrott - Tristan da Cunha.
Kluun organiseert nu De vergeelde boekenlegger, een verkiezing van het meest onuitgelezen boek allertijden. Verdeeld in 10x Nederlands en 10x buitenlands (vertaald). [via]
De lijstjes van 10 zijn samengesteld door Kluun en lezers, en ik moet zeggen, ik vind het vreemde lijstjes. Het meest verbaas ik mij nog over de Da Vinci Code in het rijtje buitenlands. Ik vond het een erg matig boek, maar niet een om niet doorheen te komen. Al met al lijkt het een beetje op bestsellertje pesten. Niet dat ik daar wat op tegen heb overigens. Stemmen kan nog tot 29 september.
Van de 10 Nederlandse boeken heb ik er 4 in bezit, 3 uitgelezen, van de buitenlandse 10 staan er zelfs 8 in de kast waarvan ik er 5 heb uitgelezen.
Ik geef het op, leg het terug in de kast. Drie weken later ben ik nog maar weinig verder in het boek. Het ligt niet alleen aan de dikte, het ligt toch ook aan de inhoud.
Vier verhalen worden in het boek verteld, waarvan een, vergelijkbaar met Memento, achterstevoren. Er zijn brieven van Edwin Herron Dodgson aan zijn broer van Lewis Carrol (maar geen echte brieven, eerder een soort dagboekaantekeningen). De geschiedenis van het eiland wordt uit de doeken gedaan aan de hand van een postzegelverzameling met zegels afkomstig van het Eiland. En er is een Zuid-Afrikaanse wetenschapper op Antarctica.
Het boek bevat geen dialogen (Raoul Schrott in een interview: ‘Ik houd niet van dialogen. Ik vind ze stomvervelend. Dialogen zijn zinloos, bedoeld om pagina’s te vullen. Het is goedkoop realisme om conversaties van mensen letterlijk weer te geven. Op papier blijft daar niets van over. Dan zijn het louter banaliteiten geworden. Zelf sla ik dialogen in boeken altijd vrijwel geheel over. Ik lees ze heel vluchtig door en dan sla ik om. Als dichter leer je wel dat je met heel weinig woorden heel veel kunt zeggen.’), en daardoor ontbreekt de actie, het drama. Zo ervaar ik dat tenminste.
Wat overblijft is een fascinerende hoeveelheid feiten en weetjes. Het boek deed mij, door de vele zeevaart, denken aan Het eiland van de vorige dag van Umberto Eco, ook een boek waar ik niet doorheen kwam. Als kennisboek fascinerend, als roman (vooralsnog) minder geslaagd.
