Het dwaallicht

Het DwaallichtNadat ik in april een weekend lang door Antwerpen had gestruind, en bij toeval op een Dwaallicht wandeling was gestuit, kocht ik bij thuiskomst het verzameld werk van Willem Elsschot. Van Kaas had ik een gebonden pocket uitgave en de graphic novel, van Het dwaallicht enkel de graphic novel. En hoewel Dick Matena de volledige tekst heeft opgenomen in zijn verstripping was ik toch benieuwd naar de tekst zonder afleidende plaatjes.

En weer valt die zin in het begin van het verhaal op:

Ik heb me dus, voor de zoveelste maal, ingelaten met iets dat mij niet aangaat in plaats van mij af te wenden zoals redelijke wezens doen, om het fatum in zijn loop niet te hinderen.

Wat verder opvalt is de racistische toon. Op de eerste bladzijde al zegt de juffrouw van de sigarettenkiosk “kijk, drie rijstkakkers”. De ouwe getrouwe Laarmans noemt ze liever zwartjes, en de woordvoerder van de drie noemt hij voor het gemak maar Ali. Aanvankelijk denkt Laarmans dat ze uit India komen, later blijken ze uit Afghanistan te komen, bij de grens van Turkistan. Dat maakt zowel de term zwartjes als de naam Ali niet erg aannemelijk. Maar hoeveel allochtonen zal Elsschot ontmoet hebben in Antwerpen 1946, op een enkele zeeman op afstand in de haven van Antwerpen na?

De humor is wel weer subtiel. Zoekende naar een lichtekooi komen Laarmans en de drie zwartjes terecht in een winkel waar vogelkooien verkocht worden.

De volgende keer dat ik in Antwerpen ben moet ik toch eens de gehele Dwaallicht wandeling gaan lopen, benieuwd hoeveel er nog uit het boek te herkennen is.

(Willem Elsschot – Het dwaallicht)

Het dwaallicht

Ik heb me dus, voor de zoveelste maal, ingelaten met iets dat mij niet aangaat in plaats van mij af te wenden zoals redelijke wezens doen, om het fatum in zijn loop niet te hinderen.

Aldus Laarmans, als hij ‘s avonds “drie zwartjes” begeleid die op zoek zijn naar een bepaalde dame van lichte zeden, dwars door een regenachtig Antwerpen. Het dwaallicht is weer een typisch Laarmans verhaal, zoals alleen Willem Elsschot die schrijven kon, een missie die bij voorbaat al gedoemd is te mislukken. Nadeel van al deze nachtelijke escapades is dat de tekeningen van Dick Matena dit keer nogal donker uitgevallen zijn. Dat is weliswaar sfeervol maar zorgt er tevens voor dat het boek een walm van drukinkt uitwasemt die nauwelijks te harden is. Een minpuntje bij een verder wederom prachtig album.

Hoewel deze uitgave de volledige tekst bevat wil ik toch nog eens Het dwaallicht in een “tekst-only” uitgave lezen. Eens zien wat er dan overblijft. Want hoe mooi de tekeningen ook zijn, ergens blijft het gevoel dat ze afleiden van de tekst.

(Willem Elsschot/Dick Matena – Het dwaallicht)

Kaas

KaasKaas marcheert altijd. Nog geen jaar geleden las ik het boek nog, en nu alweer. Maar dit keer als de beeldroman bewerking van Dick Matena. Dat levert toch weer nieuwe inzichten op. Kaas begint bijvoorbeeld als brief aan een onbekende:

Eindelijk schrijf ik je weer omdat er grote dingen staan te gebeuren en wel door toedoen van mijnheer Van Schoonbeke.

Vervolgens wordt die hele briefvorm weer losgelaten. Maar niet bij Dick Matena. Willem Elsschot heeft Kaas opgedragen aan Jan Greshoff, Dick Matena laat op de eerste bladzijde Jan Greshoff opduiken als ontvanger van de brief en door het boek heen zie je Greshoff af en toe in zijn stoel zitten, lezend in de brieven van Frans Laarmans. Het werkt verrassend goed. Laarmans zelf lijkt bij Matena veel op Willem Elsschot in de jaren dertig.

Het grootste voordeel van de beeldroman Kaas is dat het hele verhaal in één keer in één band is verschenen. Zo hoef je niet zoals eerder bij Gerard Reve‘s De avonden of Jan WolkersKort Amerikaans te wachten met lezen tot alle delen verschenen zijn.

(Willem Elsschot/Dick Matena – Kaas)

Dank u, heren – vijf vrouwen over Elsschot

In 2007 is het 125 jaar geleden dat Willem Elsschot werd geboren. De schrijver wordt in Antwerpen gevierd met een bijzonder verjaardagsweekend Op stap met Elsschot. Dit evenement is bovendien het startschot van het vierjarig programma De stad van Elsschot.

Eén van de activiteiten van Op stap met Elsschot was de uitvoering van de theatermonoloog Dank u, heren – vijf vrouwen over Elsschot door actrice Guusje van Tilborgh. Erik Vlaminck schreef Dank u, heren in opdracht van het Willem Elsschot Genootschap.

Vijf vrouwen komen aan het woord. Vier eigenlijk, want het begint en besluit met Fine Scheurwegen, de vrouw van Elsschot. De eerste maal voor haar huwelijk in 1901, ze heeft dan al wel een kind van Elsschot, de tweede keer in 1960, in de nacht na het overlijden van Elsschot en enkele uren voor ze zelf zou sterven. Zo komen begin en einde bij elkaar en is het een mooi afgerond verhaal.

Tussendoor spreken de dienstbode uit Villa des Roses, de dienstbode van de familie de Ridder en een nicht, een kloosterzuster die zich uitlaat over het waarheidsgehalte van het gedicht Het huwelijk. Klein maar fijn biografisch materiaal.

(Erik Vlaminck – Dank u, heren – vijf vrouwen over Elsschot)

Kaas

Ik vroeg hem dan ook wat voor handel zijn Hollandse vrienden dreven.
‘In kaas,’ zei mijn vriend. ‘En dat marcheert altijd, want eten moeten de mensen tóch.’

Niet alleen het zuivel product marcheert altijd, ook Kaas van Willem Elsschot gaat er altijd wel in. In 2003 las ik het voor het eerst, nu herlas ik het in het kader van Uit de oude doos. En over een jaar of vier, vijf trek ik het weer uit de kast, want Kaas marcheert altijd. Het verhaal van een man die hogerop wil klimmen op de sociale ladder, maar daar niet geschikt voor is, een dubbeltje wordt nooit een kwartje, is tijdloos.

(Willem Elsschot – Kaas)