Feist. Raymond E.

You are currently browsing articles tagged Feist. Raymond E..

Deel drie van De boeken van de slangenoorlog. In De razernij van een demonenkoning komen de eerste verhaallijnen tot een einde. Het begint rustig met nog enkele voorbereidingen op de verwachte invasie uit Novindus, Erik traint nog wat soldaten en krijgt een aanslag van zijn stiefmoeder te verwerken, Ru verdeeld zijn tijd tussen weer wat rijker worden door te blijven handelen en in zijn vrije tijd te rollebollen met de dochter van zijn grootste concurent. Maar als de smaragden koningin arriveert barst de actie los: een zeeslag, Krondor, de grote stad die zo vaak een rol in de boeken van Raymond E. Feist speelt, wordt met de grond gelijk gemaakt, kleine schermutselingen, grote veldslagen, man tegen man gevechten, magische strijd en een belegering. Een aantal lang meelopende karakters komen aan hun einde in dit boek: William en Gamina (de kinderen van Puc) en hertog Robert (voorheen Robbie de hand). En ook de vaak voor last zorgende levenssteen verdwijnt voor goed.

De razernij van een demonenkoning beviel mij beter dan het voorgaande deel, doch haalt niet het niveau van het eerste boek in deze reeks. Naar het einde van het boek toe wordt er wel erg veel afgeraffeld, de langgevreesde demonenkoning wordt eigenlijk vrij simpel, met een trucje zoals Nakur dat zou noemen, afgevoerd terwijl Puc in een eerdere confrontatie met dit wezen in dit boek bijna het loodje legde, en de uitzichtloze belegering wordt met een magische sneeuwbui afgebroken. Feist moet wat mij betreft nog heel wat uit de kast halen om deze reeks naar tevredenheid af te sluiten.

De boeken van de slangenoorlog:
1. De schaduw van een duistere koningin
2. De macht van een koopmansprins

(Raymond E. Feist - De razernij van een demonenkoning)

De macht van een koopmansprins is het tweede deel van De boeken van de slangenoorlog, een typisch tussendeel. In dit boek draait alles om Rupert ‘Ru’ Avery en zijn streven rijk te worden. Gelukkig laat Raymond E. Feist deze verhaal lijn op een gegeven moment los om Erik, Caelis, de mysterieuze Miranda, Bobby de Loungville en een groep soldaten op een missie achter de frontlinie in Novindus te sturen om daar alle vrouwen, kinderen en eieren van de Panthatiërs af te slachten. Aangekomen in het nest van de slangenmensen blijkt er nog een derde macht in het spel te zijn…

De avonturen van Ru om rijk te worden zijn aardig, maar op een gegeven moment nogal eentonig. De actie aan het einde van het boek maakt echter een hoop goed, samen met de vooral van de Isalani Nakur afkomstige humor. Goed beschreven is de naderende oorlogsdreiging en de gevoelens onder de soldaten om de weerlozen van een volk af te slachten.

(Raymond E. Feist - De macht van een koopmansprins)

Het conclaaf der schaduwen (1, 2, 3) van Raymond E. Feist was redelijk, maar ook redelijk eenvoudig. Magiër was acht jaar geleden ooit het eerste fantasy boek dat ik las en alles wat ik daarna van Feist las vond ik er een slap aftreksel van. Maar het enthousiasme van een kenner op De boeken van de slangenoorlog deden mij besluiten om toch in ieder geval het eerste deel van deze reeks te lezen.

En inderdaad, De schaduw van een duistere koningin is het beste boek van Feist sinds Magiër. Een vrij compact afgerond verhaal waar weliswaar een groter verhaal doorheen schemert maar wat desondanks als zelfstandig verhaal te lezen is. Een paar keer wordt er verwezen naar gebeurtenissen die zich zo’n 25 jaar eerder hebben afgespeeld in Prins van den bloede en Boekanier des konings. Die twee staan wel bij mij in de kast, maar las ik niet eerder. In ieder geval heb ik weer zodanig de smaak te pakken dat het nog moeilijk kiezen was: eerst de voorgeschiedenis lezen in de twee zojuist genoemde delen, of verder gaan met de slangenoorlog in De macht van een koopmansprins. Ik heb besloten verder te gaan met die laatste. Wordt vervolgd.

(Raymond E. Feist - De schaduw van een duistere koningin)

Ik lees momenteel De schaduw van een duistere koningin van Raymond E. Feist, en halverwege dat boek bezoekt Miranda de Galerij der Werelden:

De Galerij bestaat onafhankelijk van de objectieve werkelijkheid zoals we die graag omschrijven wanneer we op onze eigen thuiswereld staan. Het is een verbinding tussen werelden die zich misschien wel bevinden in heel verschillende universa, verschillende ruimte-tijden, bij gebrek aan een betere term. Dat kunnen we onmogelijk weten. Wat dat betreft kan er een verbinding zijn tussen werelden in verschillende tijden. Mijn thuiswereld, een niet bepaald voorname bol in een baan rond een onopvallende zon, kan best van ouderdom zijn gestorven voordat uw wereld werd geboren, Miranda.

In De wereld van de magiër staat het verhaal Profijt en de grijze moordenaar dat zich ook afspeelt in Galerij der Werelden. Dus las ik dat tussendoor. En wat een prachtig kort verhaal!
De grijze moordenaar is de bijnaam van Elmo Scharlaken, die in De schaduw van een duistere koningin genoemd wordt als één van de door Puc ingehuurde beschermers. Waarmee Profijt en de grijze moordenaar zich chronologisch na De schaduw van een duistere koningin bevind aangezien Elmo Scharlaken de dood vind in Profijt en de grijze moordenaar. En ook de wereld Thanderospace wordt kort genoemd in beide verhalen, hoewel in Profijt en de grijze moordenaar Thanderopace genoemd. De omschrijving is echter gelijk, zal dus ergens wel een zetfoutje inzitten.

De rest van het boekje De wereld van de magiër bevat een summiere samenvatting van de werelden Midkemia en Kelewan, aangevuld met een overzicht van de, tot dan toe (eerste druk, oktober 2000), boeken van Feist.

(Raymond E. Feist - De wereld van de magiër)

De boodschapper

Ik ben niet de enige die niet zo te spreken is over FantasyFan, onderdeel van uitgeverij Meulenhoff. Zo is er een redacteur bij Meulenhoff vertrokken naar concurrent Luitingh Fantasy. Met medeneming van een aantal auteurs, Robin Hobb en Raymond E. Feist bijvoorbeeld, en de strips, in ieder geval Hein de Kort en Agent 327. Of deze verandering een verbetering is moet nog blijken, de site van Luitingh Fantasy is ook al een paar jaar een zooitje (laatste update voorjaar 2002 en vol met MySQL errors), maar voorlopig krijgen ze het voordeel van de twijfel. Een pluspunt is in ieder geval het verschijnen van Eclips, een warp look-a-like brochure met informatie van zojuist verschenen en binnenkort te verschijnen romans. Tot een paar jaar terug had ook Luitingh Fantasy zo’n blaadje, Dromen&Demonen geheten, maar dat werd wegens de website afgeschaft…

Om Raymond E. Feist te verwelkomen, en om de lezers te attenderen op het verschijnen van De Vlucht van de Nachthaviken (het vervolg op De terugkeer van de banneling), is het korte verhaal De boodschapper in een miniboekje verschenen, aangevuld met het eerste hoofdstuk van De Vlucht van de Nachthaviken.
Het verhaal speelt zich af tijdens De oorlog van de grote scheuring, en is daarmee een soort aanvulling op Magiër. Voor de gevorderde Feist lezer is het een feest van herkenning, en toont het nog maar eens aan dat Magiër het hoogtepunt van zijn oeuvre is, met als aanvulling de Keizerrijk trilogie. Als kennismaking met Feist is het boekje minder geschikt, er wordt nogal met persoons- en plaatsnamen gestrooid die je als leek niet zal kunnen plaatsen, en die daardoor het leesplezier in de weg staan.
Het wachten is op het verschijnen van De Vlucht van de Nachthaviken, pas dan zal blijken of Luitingh Fantasy een grotere “FantasyFan” is.

(Raymond E. Feist - De boodschapper)

Troost

“Twee jaar geleden, ik was toen in Frankrijk, had ik het helemaal gehad. Ik vond mijn vak niet meer leuk. Op dat moment zei ik tegen mijn vrouw: ‘Ik zou wel een boek willen schrijven waarin ik de hardheid van deze wereld laat zien’.”
Ronald Giphart in BOEK nummer 3, jaargang 2

Troost werd dat boek. Als metafoor voor het literaire wereldje gebruikte hij de wereld van de topkoks. Beter was nog geweest als Giphart zijn luit in de willigen had gehangen, Troost is een matig boek.

“Mijn vak? Dat is voor mij aan een tekst schaven. Met taal spelen. Herschrijven, schaven, boetseren.” Maar als dat schaven en boetseren woorden oplevert als primaër, vukking en qutte en een zin als “Inmiddels, jaren later, heb ik, natuurlijk, ha!, zeker wel, allerlei beschermende mechanismen ontwikkeld om de honderden vernederende en denigrerende…”, dan ben ik maar weinig onder de indruk. Ik vind het lelijk, nogal storend taalgebruik. En schrijft hij een keer wel een mooi zin (hoewel slechts een pastiche op Rutger Koplands Jonge Sla, en nog geen eens een hele pastiche: Jonge doperwten, geoogst in mei, vers van het land, knapperig nog: ja!), dan verpest hij het weer door die zin een aantal maal terug te laten keren, zonder dat dát dan weer wat toevoegt.

Maar meer nog dan lelijke taal is het vooral het feit dat dit boek over koken geen enkel moment de eetlust opwekt datgene dat het een minder boek maakt.
Raymond E. Feist kan dat goed, schrijven over een maaltijd met eenvoudig wildgebraad in een herberg waardoor het water je in de mond loopt. Een zwaardvechter op een zodanige manier van een biertje laten genieten dat je als lezer zelf ook een flesje optrekt, ook al is het pas halftien in de ochtend. Maar Giphart schrijft over koffie van champagne en mosterd, over flessen calvados, over glazen Amsterdammers in de kroeg zonder dat je ook maar een moment dorst krijgt. Er worden kreeften gekookt, ganzenlevers, stierenkloten en geestverruimend roggebrood van beschimmelde rogge gegeten maar geen moment dat je denkt van “ja, lekker!”.
Troost is literaire fastfood, gemakkelijk leesbaar, overal verkrijgbaar, maar tegelijkertijd slecht vullend en smaakloos. Een uur later ben je het alweer vergeten.

(Ronald Giphart - Troost)

Het derde deel van Het conclaaf der schaduwen. En heel ander boek dan de eerste twee. Die gaan over Klauw van de Zilverhavik/Claudius Haviks wiens volk wordt afgeslacht en de wraak die hij neemt op degenen die daar verantwoordelijk voor zijn. De terugkeer van de banneling gaat verder waar Koning der Vossen ophield. Kaspar, de voormalig hertog van Olasko, is met magische kracht verbannen naar de andere kant van de wereld en moet daar zien te overleven. Dat lukt, hij komt de eerste dagen in de woestijn door, ontsnapt aan nomadische slavendrijvers, werkt een tijdje op een boerderij, leert de taal en sluit zich aan bij een gezelschap kooplieden. Deze blijken in de ban van een soort harnas wat ze van de plaatselijke bevolking gekocht hebben. Al gauw is ook Kaspar in de ban. Er volgt een queeste die uiteindelijk naar het dak van de wereld leidt, daar waar de Goden wonen.
Het harnas blijkt een talnoy, een soort bezielde robot, te zijn uit een andere dimensie, en zijn aanwezigheid kan leiden tot een scheuring van de dimensies met de vernietiging van de wereld als eindresultaat. De enigen die redding kunnen brengen is het conclaaf der schaduwen. Met hulp van de Goden keert Kaspar terug naar Olasko en sluit zich, na bemiddeling van Claudius, aan bij het conclaaf. De tovenaar blijkt niet dood, die heeft zijn ziel naar een ander lichaam getransporteerd, en is op zoek naar de talnoy. Dit keer wordt er gevochten in het woud van de elven en op het tovenaarseiland, de tovenaar wordt wederom met een zwaard doorboort en kan weer op zoek naar een nieuw lichaam, de talnoy naar een andere wereld, voor de kenners Kellewan, verzonden.
Eind goed al goed zou je denken, maar op de laatste bladzijde wordt een grot ontdekt met honderden, zo niet duizenden talnoys. Dat is het nadeel van fantasieschrijvers, ze schijnen nooit eens een einde aan hun boek te kunnen maken, ze missen een olifant met een lange snuit. In september wordt het eerste deel van de Darkwar serie verwacht, Flight of the Nighthawks, de Nederlandse vertaling zal nog wel wat langer op zich laten wachten, en in de planning staan nog The Dark Empire en Magician’s Sons. Het einde is nog lang niet in zicht.

Het conclaaf der schaduwen boek 1, boek 2

(Raymond E. Feist - De terugkeer van de banneling)

Je wilt weten hoe het verder gaat, dus lees je verder. Het tweede boek van Het conclaaf der schaduwen speelt zich 2 jaar na de gebeurtenissen in Klauw van de Zilverhavik af. Om meer te weten te komen over de magiër Laso Varen treedt Klauw/Claudius in opdracht van het Conclaaf in dienst van zijn aartsvijand Kaspar, hertog van Olasko.
Mijn eerdere vergelijking met Lord of the Rings wordt mij niet door iedereen in dank afgenomen (”Vergelijk jij even appels met peren”, “Kerel, die vergelijking gaat nergens over”), maar toch. Een heerser onder invloed van een magiër, waar hebben we dat eerder gezien? Juliana en Greet Hofmans, tsaar Nicolaas II en Raspoetin maar meer nog Grima Wormtongue en koning Theoden.
Natuurlijk zijn er ook verschillen. Na te zijn verraden wordt Claudius verbannen naar een soort van Alcatraz, alwaar ze ook nog eens zijn rechterarm afhakken. Zoiets overkwam Anakin Skywalker ook al. (gek genoeg verliest Anakin zijn arm door de acteur die in LotR Saruman speelt, hmm)
Maar met een beetje magie groeit dat er weer aan, er volgt een ontsnapping, er wordt weer een kasteel bestormd, de tovenaar wordt gedood en de Hertog met magische hulp verbannen naar de andere kant van de wereld. En ze leefde nog lang en gelukkig.
Toch, ondanks die kritiek, is het een alleraardigst boek. Een vlot lezend verhaal met voldoende spanning. Dat ik in achtenveertig uur bijna 300 bladzijden lees zegt genoeg.

(Raymond E. Feist - Koning der Vossen)

Wie ooit een fantasy roman heeft gelezen, heeft ze allemaal gelezen. Of beter: wie Lord of the Rings heeft gelezen (of gezien), heeft alle fantasy romans gelezen. Lord of the Rings is de moeder aller fantasy romans, het sjabloon waar alle andere fantasy romans aan voldoen. Zo ook Klauw van de Zilverhavik, deel 1 van Het conclaaf der schaduwen van Raymond E. Feist.

Elk fantasy verhaal heeft zijn een jongeling (Frodo) als held, vaak van eenvoudige afkomst (Hobbits), die een taak te volbrengen heeft waar hij in eerste instantie niet geschikt voor is (de ene ring vernietigen). Gelukkig is er ook altijd iemand om de held bij te staan met raad en daad (Gandalf). De held bezoekt voor het eerst een stad (Rivendell) en kijkt zijn ogen uit. En er is altijd een grote veldslag (Helmsdeep). Vrouwen spelen in het gunstigste geval een kleine bijrol (Arwen), maar zijn meestal slechts aanwezig als lustobject (dat laatste is een toevoeging van de overige fantasy schrijvers).
In Klauw van de Zilverhavik heet de held Klauw, de enige overlevende van een kleine gemeenschap jagers uit de bergen, en zijn taak is het wreken van zijn volk. Hij krijgt hulp van Robert d’Leys, en later ook andere leden van het conclaaf der schaduwen. Hij bezoekt de stad Latagore (citaat: “Klauw keek zijn ogen uit.”). En zoals gezegd: een veldslag. Helmsdeep is dit keer de nederzetting Queala. (ook typisch fantasie: tongbrekende namen) De weinige vrouwen die ook met naam in het boek voorkomen belanden in het bed van Klauw.
Niet alleen is Klauw van de Zilverhavik deel 1 van Het conclaaf der schaduwen, maar ook nog eens deel 20 van de reeks De oorlog van de grote scheuring. Het boek is prima zelfstandig te lezen, simpel geschreven maar spannend en met leuke actie. Voor degene die ooit Magiër, het debuut van Feist en veruit zijn sterkste boek, gelezen hebben een feest van herkenning. Klauw bezoekt het magiërseiland en ontmoet Puc (de frodo van Magiër zeg maar). Het enige minpuntje is dat je nog 2 delen moet lezen om te weten hoe het verhaal, ook al is het boek een afgerond geheel, écht afloopt.

(Raymond E. Feist - Klauw van de Zilverhavik)