Een knap vlechtwerkje, dit Biochips van William Gibson. Drie verhaallijnen: een huurling probeert een toponderzoeker van een microchipsfabrikant te helpen overlopen naar een andere fabrikant, een aan lager wal geraakte galeriehoudster krijgt van een steenrijke man de opdracht de herkomst van een aantal kunstwerken te achterhalen en een jonge computerhacker wordt een speelbal tussen diverse partijen na het testen van een stukje biosoftware. Het is knap hoe alle verhaallijnen bij elkaar komen, maar enigszins jammer dat het dan vervolgens nogal afgeraffeld wordt. Zoals altijd blijft het (toekomst)beeld dat Gibson van internet wist te schetsen in 1986 het meest fascinerende aan zijn boeken.
‘Oke, het is niet meer dan een dan een op maat gemaakte hallucinatie waarvan we allemaal hebben afgesproken dat we hem met elkaar delen, die matrixruimte van ons, maar iedereen die inplugt, weet, en weet verrekt goed, dat het een heel universum is! En elk jaar wordt het er een beetje voller, ongeveer zoals…’
(William Gibson – Biochips)