Biochips

Een knap vlechtwerkje, dit Biochips van William Gibson. Drie verhaallijnen: een huurling probeert een toponderzoeker van een microchipsfabrikant te helpen overlopen naar een andere fabrikant, een aan lager wal geraakte galeriehoudster krijgt van een steenrijke man de opdracht de herkomst van een aantal kunstwerken te achterhalen en een jonge computerhacker wordt een speelbal tussen diverse partijen na het testen van een stukje biosoftware. Het is knap hoe alle verhaallijnen bij elkaar komen, maar enigszins jammer dat het dan vervolgens nogal afgeraffeld wordt. Zoals altijd blijft het (toekomst)beeld dat Gibson van internet wist te schetsen in 1986 het meest fascinerende aan zijn boeken.

‘Oke, het is niet meer dan een dan een op maat gemaakte hallucinatie waarvan we allemaal hebben afgesproken dat we hem met elkaar delen, die matrixruimte van ons, maar iedereen die inplugt, weet, en weet verrekt goed, dat het een heel universum is! En elk jaar wordt het er een beetje voller, ongeveer zoals…’

(William Gibson – Biochips)

Beeld voor beeld

Zenumagiër was nog niet uit of ik liep tegen Beeld voor beeld (Pattern recognition) aan bij de Slegte. William Gibson‘s meest recente roman. Voor zes euro kanmag je zoiets niet laten liggen.

De beginpagina komt op het scherm, zo vertrouwd als de huiskamer van een vriend. Zo introduceert Gibson het Fetish:Footage:Forum. Ik had het zelf kunnen schrijven. Het is het gevoel dat je hebt wanneer je je favoriete weblog bezoekt.

Het is het sterkste punt van dit boek: de herkenbaarheid. Cayce Pollard, de hoofdpersoon in deze literaire thriller, doet veel online. Er wordt driftig geGoogled, de hotmail vliegt over en weer, en er zijn de nodige flamewars op het forum. Een deel van het boek bestaat zelfs uit pure email en forum berichten. En Cayce doet geregeld aan Pilates. Dat zeg ik: herkenbaar.

Ook dit keer is het verhaal, uiteindelijk, bijna teleurstellend eenvoudig. Het citaat uit NRC op de achterkant van het boek geeft perfect weer waarom dit toch verplichte leeskost is voor een ieder: In zijn nieuwe roman ontplooit hij bovendien weer zijn grootste talent: het beschrijven van ideeën en situaties die de toekomst iets dichterbij brengen. Hij zorgt dat je beter begrijpt wat er om ons heen gebeurt.
Morgen allemaal naar de Slegte.

(William GibsonBeeld voor beeld)

Zenumagiër

Door dat lijstje besloot ik het boek te herlezen. In 1994, misschien ’95, las ik het ook al eens. Toen was het, voor mij in ieder geval, nog allemaal pure sciencefiction. Vanuit de bibliotheek had ik wel eens de digitale stad bezocht, maar dat was dan ook alle online ervaring die ik toen had. En dan is cyberspace al gauw sciencefiction.
William Gibson was (een van) de eerste die over cyberspace schreef. In zijn debuut Neuromancer, waar Zenumagiër de Nederlandse vertaling van is, speelt deze virtuele wereld een hoofdrol. En al verscheen het boek in 1984, verrassend veel blijkt te zijn geworden zoals William Gibson het toen opgeschreven heeft.

Cyberspace. Een poly-zintuiglijke hallucinatie waaraan dagelijks miljoenen zich overgeven, van legitieme operators, overal ter wereld, tot en met kinderen die zich vertrouwd moeten maken met wiskundige concepten… Een grafische weergave van gegevens die zijn ontleend aan de databanken van alle computers in het wereldwijde netwerk.

Het verhaal zelf is, bijna teleurstellend, eenvoudig. Een strijd tussen twee kunstmatige intelligenties wordt uitgevochten met behulp van een aan lager wal geraakte toetsencowboy, een straatsamurai, een geflipte kolonel uit WO III en enkele ruimte rasta’s. Het is vooral het beeld van internet zoals het is, zoals het had kunnen worden en zoals het kan gaan worden wat dit boek tot een must read maakt. Terecht werd dit boek opgenomen in TIME Magazine’s all-time 100 novels.

(William Gibson – Zenumagiër)