Grunberg. Arnon

You are currently browsing articles tagged Grunberg. Arnon.

Onze oom is één van de zes genomineerde romans voor de Libris Literatuurprijs 2009. Zeker niet Arnon Grunbergs beste roman. Maar als de jury daadwerkelijk de meest geëngageerde roman wil bekronen kan het bijna niet om Onze oom heen. Zeker niet als de jury ook Kamermeisjes & soldaten heeft gelezen, de journalistieke bouwstenen waarop Onze oom gebouwd is.

Kamermeisjes & soldaten is een bundeling reportages, oorspronkelijk geschreven voor NRC Handelsblad tussen augustus 2006 en juli 2008. Arnon Grunberg “onder de mensen”. Als embedded journalist in Afghanistan en Irak, op bezoek in Guantánamo Bay, bij Hezbollah in Beiroet, bij Lori Berenson in de gevangenis in Peru, in de goudmijnen van Ghana en bij de pedopartij in Leiden. Stuk voor stuk reportages die op de een of andere wijze hun plek in Onze oom hebben weten te vinden.

Niet alle reportages behoren tot de bouwstenen. Bovengenoemde reportages zijn de soldaten uit de titel, andere reportages behoren tot de “kamermeisjes”: Grunberg als kamermeisje in een hotel in Beieren, als cateraar op de trein in Zwitserland, of al couchsurfend door Oost-Europa. In mijn ogen de minste reportages.

Het fascinerende is dat Grunberg zich niet opstelt als doorsnee journalist en daardoor reacties krijgt die je normaal gesproken niet in de media leest. Al met al is Kamermeisjes & soldaten een boeiende reeks reportages, en bovendien zodanig geschreven dat ze ook nu nog, soms bijna 3 jaar na dato, actueel zijn. En het doet je beseffen wat een gemiste kan Onze oom eigenlijk is.

(Arnon Grunberg - Kamermeisjes & soldaten)

Onze oom

Onze oom in en om het huisDe afgelopen week heb ik met onze oom doorgebracht. Samen met onze oom hing ik op de bank, onze oom lag bij mij op schoot, onze oom ging mee naar het zwembad, onze oom ging zelfs mee naar bed. En nu staat onze oom in de kast. Maar wat vind ik nu van onze oom?

Enerzijds wist onze oom mij prima te vermaken, anderzijds was ik wel een beetje klaar met onze oom. De eerste 400 bladzijden zijn erg sterk, de ervaringen die Arnon Grunberg opdeed als embedded journalist in Afghanistan en Irak werken duidelijk door in deze roman. Maar vanaf bladzijde 400 begint het verhaal te zwalken. Hoofdpersoon Majoor Anthony is dan dood en anderen eisen hun stem op. In de eerste plaats het meisje Lina, maar ook de vrouw van de majoor, de huishoudster en rebellenleider De Dirigent. En waar die eerste 400 bladzijden een paar maanden beslaan, overspannen die overige 200 bladzijden een jaar of 10. Het levert dan wel een aantal mooie zinnen op, maar het komt het verhaal niet ten goede.

(Arnon Grunberg - Onze oom)

Iemand anders

Het literaire juweeltje van december 2007 komt van Arnon Grunberg. Iemand anders verscheen eerder in Magazijn 2. Een aardig kort verhaal maar ik heb betere korte verhalen van Grunberg gelezen. Het kerstverhaal in Vrij Nederland in 2005 bijvoorbeeld. (dat ik daarover toen hier niets heb geschreven is jammer)
Misschien wordt het eens tijd om al die verhalen in een boek te bundelen?

(Arnon Grunberg - Iemand anders)

Sterremeer

Het boekenweekgeschenk van 1990.
Vorig jaar tijdens mijn vakantie las ik Het aapje dat geluk pakt van Arnon Grunberg. Op de achterkant stond de aanbeveling: Door het diplomatenmilieu denk je aan het werk van F.Springer. In diezelfde vakantie kocht ik bij de boekenboer het boekenweekgeschenk Sterremeer van diezelfde F.Springer, wat ik nu een jaar later las. Sterremeer speelt echter niet in het diplomatenmilieu af, dus in hoeverre de vergelijking opgaat weet ik nog altijd niet.

Het verhaal over de dichter Felix Sterremeer, dat verteld wordt door zijn vriend de advocaat Nikko, is een literaire variant van het droste effect: Sterremeer is een mislukte dichter getrouwd met een rijke dame die een studie heeft gedaan naar een mislukte Duitse dichter en diens rijke dame. Als de Duitse dame zelfmoord heeft gepleegd, laat het einde zich raden…

Als liefhebber van de muziek van Gustav Mahler was het aardig dat Alma Mahler, op hoog bejaarde leeftijd, haar opwachting maakte tijdens de presentatie van Sterremeers dichtbundel.

Al met al een aardig boekje, hoewel de urgentie een beetje ontbreekt. Het leest aardig, kabbelt wat voort, maar er ontbreekt diepgang. Ach, een typisch boekenweekgeschenk.

(F.Springer - Sterremeer)

Hier is TIRZA!

Het is door een stukje van den B dat het lichtje gaat branden:

Ik kwam Tirza tegen; bevreemdend, pijnlijk ongemakkelijke stukjes, een meisje zoals mannen graag zouden willen dat meisjes zijn, en een veel te strakke layout. Dat moet de aanloop naar een boek zijn, lijkt mij.

Een boek, dat is het. Ik was al eerder tegen Tirza aangelopen, en mijn eerste gedachte was toen “die heeft haar lay-out ook gejat van het nieuwe boek van Arnon Grunberg.” Maar een weblog ter promotie van een boek, logisch eigenlijk. En weer eens wat anders dan rondvaren met een geit.

Tirza hier is TIRZA!

Tirza verschijnt 20 september.

Het zal eind 2003 zijn geweest dat ik De asielzoeker van Arnon Grunberg las. Ik vond het nogal tegenvallen, toen. Maar goed, zo’n boek krijgt de AKO literatuurprijs 2004 (Ik ben echt heel blij en zal dit moment in een taxi in Bolivia niet snel vergeten), en vorig jaar werd er zelfs een succesvol toneelstuk van gemaakt, zo succesvol dat het stuk nog eens gespeeld gaat worden het aankomende seizoen. Misschien heb ik het verkeerd gelezen, toen?

Ook De asielzoeker is nu in de AKO literatuurprijs reeks verschenen, reden om het boek nu nog eens te lezen. En wederom kom ik tot de conclusie dat ik dit Grunbergs minste roman vind. De eerste twee hoofdstukken zijn goed, eigenlijk had het daarbij moeten blijven, dan zou het een perfect kort verhaal geweest zijn. Dan volgen er nog negen hoofdstukken die wel aardig zijn en een aanvulling vormen op de eerste twee. Had Grunberg het daarbij gelaten dan was misschien een “wel aardige” roman geweest. Maar nog is het niet gedaan. Er volgen nóg drie hoofdstukken en eigenlijk is het een wonder dat het daarbij gebleven is. Wat ontbreekt is de humor en de filosofie waardoor Grunbergs andere romans wel de moeite waard zijn.

Ik blijf me verwonderen over het feit dat dit boek bekroond werd, en De Joodse Messias niet. Ook als je het bijgevoegde jury rapport, dit keer weer wel een echt jury rapport, leest. Van de andere vijf genomineerde las ik slechts Buiten is het maandag van Bernlef, maar dat is absoluut een beter boek. Maar ook Bernlef won al eens eerder met Publiek geheim.

Over de uitgave: De asielzoeker is het negende deel in de AKO literatuurprijs reeks. Eerder las ik deel een, Het grote verlangen van Marcel Möring. Dit keer geen storend aantal zetfouten.

(Arnon Grunberg - De asielzoeker)

Fantoompijn (2)

Arnon Grunberg - Fantoompijn

de toevoeging van het jury rapport maakt de AKO reeks het meest interessant, nu maar hopen dat Fantoompijn en/of De Asielzoeker van Arnon Grunberg in de reeks wordt opgenomen, schreef ik eerder. Wel, het is zo ver. Sinds vorige week ligt Fantoompijn voor een luttel bedrag in de winkel. Helaas is het bijgevoegde jury rapport van de AKO literatuurprijs 2000 erg sumier, nauwelijks enige toelichting waarom juist dit boek gewonnen heeft en niet één van de vijf anderen. Dat het een prachtige, ontroerende en geestige roman is,wist ik al.

Nieuwe verhalen over Don Quichot uit de Lage Landen, zo luidt de ondertitel. Een tweetalige verhalenbundel, Nederlands en Spaans, uitgegeven ter gelegenheid van het feit dat De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha vierhonderd jaar geleden (1605) voor het eerst verscheen.
Ik heb Don Quichot van Miguel de Cervantes Saavedra nooit gelezen. Veel meer dan het beeld van de magere ridder die met zijn dikke schildknaap tegen windmolens vecht heb ik niet. En met de bundel Een klap van de molenwiek wordt dat beeld ook niet echt aangevuld.
Monica van Paemel blijft het dichtst in de buurt door een verhaal te vertellen vanuit Rocinant, het paard van de Don. Cees Nooteboom voegt een ontbrekend hoofdstuk toe aan zijn De omweg naar Santiago, Connie Palmen schrijft een toevoeging voor een Kleine filosofie van de moord, in de bijdrage van Arnon Grunberg schrijft een joodse jongen in een brief aan zijn zus over zijn bekering tot moslim, en meteen ook maar strijder voor al-qaeda, en hoe zijn ouders daaronder lijden. Frank Westerman verteld hoe hij bij zijn eerste schreden op het pad van de journalistiek oog in oog komt te staan met de hertog van Alva, niet de derde hertog van Alva uit de tachtigjarige oorlog maar de toekomstige, negentiende hertog van Alva. Welke oorlog hij gaat voeren is nog onbekend.
Andere bijdragen zijn er van Matthijs van Boxtel, Hans Maarten van den Brink, Herman Brusselmans, Maya Rasker en de vertaalster van de Nederlandse uitgave van Don Quichot Barber van de Pol.
Samengesteld en ingeleid door de dame met de mooie naam Isabel-Clara Lorda Vidal.

(Diversen - Een klap van de molenwiek)

Voor Arnon Grunberg zelf was het misschien ook wel lijden, dat gastschrijverschap aan de TU Delft. Want zegt hij niet zelf: Kortom, ik ben de verkeerde man op de verkeerde plaats, maar het is te laat om daaraan iets te veranderen, en ik weiger een schaamlap om te binden die moet verhullen dat ik hier niet had moeten staan.
Het resultaat van het gastschrijverschap is gebundeld in het boekje De techniek van het lijden. Twee lezingen van Arnon Grunberg, dagboeknotities van één van de studenten gemaakt tijdens de excursie naar Nürnberg, een beknopt overzicht van de resultaten van de masterclass, aangevuld met een dvd met filmpjes en foto’s.
Vooral aardig om nog eens de bevestiging te lezen dat lijden een hoofdthema in het werk van Grunberg is, en dat dat thema nog lang niet voldoende uitgewerkt is.

(Arnon Grunberg - De techniek van het lijden)

Fantoompijn

Grunberg is het beste medicijn voor de vakantieganger. Dus las ik na Het aapje dat geluk pakt Fantoompijn. Met daarin dat mooie, toepasselijke citaat. Zoals ik al zei, Grunberg is het beste medicijn voor de vakantieganger.

Fantoompijn is het verhaal van de schrijver Robert G. Mehlman en zijn relaties met zijn vrouw, bijgenaamd ‘Prinses Sprookje’, Rebecca, bijgenaamd ‘het holle vat’ en Evelyn. Op knappe wijze worden deze drie relaties door elkaar heen verteld, van ontstaan tot einde van ieder.

‘Eigenlijk is scheiden alleen maar een negatieve vorm van liefde. Je houdt één seconde van iemand, of denkt dat je van iemand houdt, en de rest van de tijd ben je bezig afscheid van diegene te nemen, ben je bezig je los te maken, en hoe langer het afscheid duurt, hoe groter de liefde was, neem ik aan. Leven is eigenlijk niets anders dan afscheid nemen van leven. Dat is de kern van leven, en liefde is afscheid nemen van liefde - het is allemaal één groot afscheidsfeest. Het was een mooi afscheidsfeest, maar ik moet nu naar huis, even uitslapen, de afwas doen van verleden week. Begrijp je?’

Al die vrouwen kosten bergen geld, de schulden stapelen zich op, totdat Mehlman een literair kookboek schrijft, De Pools-Joodse keuken in 69 recepten. Het boek wordt een wereldwijd succes, de schulden worden ingelost, hij neemt afscheid van Rebecca en uiteindelijk ook van Prinses Sprookje. Evelyn had al eerder afscheid genomen.
Tot slot neemt Rober G. Mehlman, met behulp van enkele carabinieri en een gestolen keukenmes, afscheid van het leven zelf.

Uiteindelijk hebben ze zes keer geschoten. Twee kogels verbrijzelden zijn been, één zijn rechterarm, de rest belande in zijn buik. Hij werd per helikopter overgebracht naar een ziekenhuis in Rome.

Tragikomisch zoals het leven zelf, Grunberg is het beste medicijn voor de vakantieganger.

(Arnon Grunberg - Fantoompijn)

Oorspronkelijk geschreven voor de Literaire Boekenmaand van de Bijenkorf, in maart 2004, maar nu alsnog ook in een reguliere uitgave verschenen. En gelukkig maar. Ik kom zelden bij de Bijenkorf, zo ook in maart 2004. En bij online veilingsites was ik het tot op heden ook niet tegen gekomen.

Het aapje dat geluk pakt is een korte maar krachtige Grunberg. Een verhaal zoals alleen hij dat schrijven kan. Jean Baptist Wanke is de tweede man op de ambassade in Lima, “maar de grens tussen overspel en overwerk is onduidelijk, vooral voor een diplomaat.” En zodoende raakt hij, zonder het zelf te weten, betrokken bij de voorbereidingen van Tupac Amaru voor de gijzeling van de Japanse Ambassade. Het boekje eindigt, net als De Joodse Messias, met een klapper. Een kleinere klap, maar zo onverwacht dat ik de laatste bladzijdes een paar maal opnieuw las.

Als bonus heeft de uitgever een column uit de bundel Grunberg rond de wereld toegevoegd, het eveneens in Lima afspelende De geur van geluk. Het maakt van Het aapje dat geluk pakt een boek dat zich bij uitstek leent als de ideale kennismaking voor een ieder die nog nooit eerder iets van Grunberg gelezen heeft.

(Arnon Grunberg - Het aapje dat geluk pakt)

Vakantie

Mijn leven was gaan lijken op een dorp aan zee, geen onaardig dorp, maar ik had iedere straattegel bestudeerd en elke duin ontelbare keren beklommen. Natuurlijk had ik dat dorp zelf gecreëerd, maar dat maakte de wens het te verlaten niet minder relevant.
[Arnon Grunberg, Fantoompijn, blz. 112]

Terschelling, Panorama vanaf de boot

En zo kwam ik vanmiddag op station Amsterdam Sloterdijk Jan Wolkers tegen. Met zijn vrouw Karina. Op weg naar Den Helder. Gekleed zoals hij tegenwoordig wel vaker gekleed op foto’s staat, een donkerblauw Underjeans shirt en het lichtblauwe Kappa/Italia trainingsjack. Wat een mooie, ouwe man.
Hij liep mijn kant op. Geen boek van hem bij me, alleen een bundeltje interviews. En om daar nu een handtekening voor te vragen… Zal ik hem aanspreken? Maar wat zeg je dan? En zit zo’n man daar wel op te wachten? En misschien is het ook wel waar wat Arnon Grunberg zegt: “schrijvers moet je niet ontmoeten, je moet hun boeken lezen”.

Ik heb hem vriendelijk toegeknikt.

En in ‘t geval van Grunberg
Vraag ik me toch wel af
Is Grunberg niet het pseudoniem
Van Marek van der Jagt?

Aldus zong Arie van der Krogt tijdens de uitreiking van de AKO literatuurprijs 2004. Bij het verschijnen van De geschiedenis van mijn kaalheid was nog niet duidelijk dat Marek van der Jagt een pseudoniem van Arnon Grunberg was, hoewel dat toch snel duidelijk werd na tekstvergelijk in het NRC.

‘… Het komt neer op het vergelijken van frequenties van bepaalde woorden.’
‘Een beetje hetzelfde als wat ze in NRC Handelsblad gedaan hebben met Arnon Grunberg om te bewijzen dat hij Marek van der Jagt was?’
[uit: Richard Osinga - Klare Taal]

Hoewel het gros van critici en lezers denkt dat het personage Van der Jagt niet meer is dan een van Grunbergs manieren om de aandacht op zichzelf te vestigen, benadrukt de schrijver zelf keer op keer de inhoudelijke intentie achter de schuilnaam. Hij wilde ongestoord een nieuw pad in zijn schrijverschap verkennen. [aldus het voorwoord in de pocketuitgave]

Ik heb het nieuwe pad niet echt kunnen ontdekken, De geschiedenis van mijn kaalheid had wat mij betreft ook onder de naam Grunberg verschenen kunnen zijn. Thematiek, stijl, bizarre tijdsprongen, de tragiek en de humor, het is allemaal typisch Grunberg. Geen prostituees, dat is misschien de uitzondering.
De eerste 250 bladzijden is het gewoon een redelijk tot goed boek. Dan, vanaf bladzijde 258 om precies te zijn, neemt het plot zo’n onverwachte wending waardoor het hele verhaal in een ander licht komt te staan. Een verrassend einde.
Liefhebbers van Arnon Grunberg zullen het boek zeker weten te waarderen, mensen die het een pedante kwast vinden kunnen het maar beter links laten liggen. Arnon Grunberg ís Marek van der Jagt.

(Marek van de Jagt - De geschiedenis van mijn kaalheid)

Sounds a lot better then “stokje”. Verca said I may write the questionnaire in Dutch, but I take the challenge and write it in English. Maybe steenkolen English.

You’re stucked inside Fahrenheit 451, which book do you want to be?
First thing in mind is De gekwelde woordenaar, but that is more because of the title. After all I am de woordenaar.

Have you ever had a crush on a fictional character?
A crush is a strong word, but in a way I admire Death from the discworld series.

The last book you bought?
Otto Weininger of Bestaat de jood? from Marek van der Jagt, written for the month of philosophy. The essay will concern the work of the Viennese philosopher Otto Weininger, who became popular after his suicide on his 23e.

The last book you read?
I just finished Gouden woorden by Gerrit Komrij, a collection of columns written for Dutch newspaper NRC.

What are you currently reading?
I have almost finished Marek van der Jagt’s De geschiedenis van mijn kaalheid. I really do love the work of Arnon Grunberg and his alter ego Marek van der Jagt.

Five books you would take to a desert Island.
Finally the time to read the Bible. And, to read it in a proper way, I also take De bijbel volgens Nicolaas Matsier with me. That book is really an eye-opener, reading the bible as literature.

Naturalis historia by Plinius is another book I really want to read. A true encyclopaedia in 37 books, composed without much critical sense, in which an enormous mass of facts has been incorporated, concerning nature sciences, astronomy, geography, anthropology, biology, medicine, mineralogy (and connecting thereby also important data concerning the application in and the history of the arts).

I would like to read Mein Kampf, just to see what’s in it and why it is forbidden. Arnon Grunberg read it before writing De joodse messias, in which the main characters are planning to write a Hebrew translation of that book.

My last selection will be De lof der zotheid by Erasmus, which is standing on the shelves for years.

De Joodse Messias

Grunbergs vorige roman, De Asielzoeker, kon ik maar matig waarderen. Langdradig, vervelend en zo’n 150 bladzijden te dik cq te lang. De Joodse Messias is 150 bladzijden dikker dan De Asielzoeker en daarmee het risico lopend maar liefst 300 bladzijden te dik te zijn.
De Joodse Messias verveelt echter geen moment, sterker nog: het hadden best nog 300 bladzijden meer mogen zijn.

De Joodse Messias is het verhaal van Xavier Radek, kleinzoon van een ss’er, die het plan opgevat heeft het Joodse volk te troosten. Een bloedige besnijdenis, geweld, aanrandingen, verkrachtingen, zelfverminking, martelingen en uiteindelijk een totale kernoorlog. Het klinkt allemaal niet vrolijk. Maar de manier waarop Arnon Grunberg het brengt, met spitsvondige dialogen en sterke oneliners, maakt dat je voortdurend met een glimlach zit te lezen.

Ze maakte haar beha los. Na een paar weken borstvoeding had ze het niet meer uitgehouden en was ze overgegaan op de fles.
Ze wreef over haar borsten.
Marc voelde zich steeds ongemakkelijker. Hij wilde wel iets voor anderen doen, zeker voor de vrouw met wie hij samenleefde, maar het moest wel leuk blijven. Je kon niemand dwingen.
‘Gebruik je fantasie,’ zei ze, en ze deed een stap naar voren. Ze bracht haar gezicht vlak bij het zijne, klaar om hem weer te zoenen, klaar om hem in zijn lip te bijten. ‘Gebruik eindelijk eens je fantasie.’ Zo had het in het boek gestaan: ‘Gebruik niet alleen je eigen fantasie, laat hem ook de zijne gebruiken.’
Zonder dat hij erover had nagedacht, eigenlijk zonder dat hij er erg in had, sloeg Marc haar met alle kracht die hij in zich had op haar neus.
De moeder wankelde, deed een paar stappen achteruit. Ze bloedde.

Voor De Asielzoeker kreeg Arnon Grunberg de AKO literatuurprijs, en hoewel het natuurlijk onzin is om elk Grunberg boek maar van een prijs te voorzien (Om de 2 jaar een prijs, al 5 bekroonde boeken), ben ik van mening dat De Joodse Messias dan toch ook zeker een prijs behoort te krijgen. Het boek is reeds genomineerd voor de De Gouden Uil 2005 en staat op de longlist van de Libris Literatuur Prijs 2005.

(Arnon Grunberg - De Joodse Messias)

Hij en zijn man

Ook schrijvers lezen boeken. Maar daar hoor je ze eigenlijk nooit over, of beter: ik hoor ze daar nooit over. Maar ze doen het, ze schrijven niet alleen, ze lezen ook.
Arnon Grunberg leest J.M.Coetzee. Zoveel is duidelijk na het lezen van Hij en zijn man, een boekje met daarin een verhaal dat J.M.Coetzee las bij de uitrijking van de Nobelprijs, de tafelrede die hij hield bij het Nobelbanket en een antwoord van Arnon Grunberg.

Het antwoord van Grunberg, de deuren zijn geduldig, is een poging om aan te tonen waarom Coetzee gelezen moet worden:

In dit stuk wil ik proberen ten minste één uitspraak over Coetzee en zijn werk te doen die niet tegelijkertijd ook nog op tienduizend andere schrijvers en boeken van toepassing zijn.

Grunberg doet dit door veel te citeren uit de boeken van Coetzee, maar met name uit Elizabeth Costello, alsmede uit lezingen, essays en interviews. Te veel.
Van Coetzee las ik eerder slechts In ongenade. Ik was er niet weg van. En ook het verhaal Hij en zijn man deed mij vooral afvragen wat Coetzee nu eigenlijk wil zeggen.
“Lezen is vertalen”, aldus Coetzee. Of Grunberg geslaagt is in zijn opzet om die ene uitspraak te doen weet ik niet zo goed. Wat ik wel weet is dat Grunberg een goede vertaler (niet letterlijk, maar inhoudelijk, lezer dus) is van het werk van Coetzee. En dat ik Elizabeth Costello wil lezen.

(J.M.Coetzee - Hij en zijn man)

Bruiloft aan zee

Ergens in 1997 kocht ik Bruiloft aan zee van Abdelkader Benali. Ik begon met lezen, was niet geboeid, pakte een ander boek. Later dat jaar pakte ik het nog eens, las nog een paar bladzijden, maar uiteindelijk belande het boek in de kast.

Iemand vertelde dat Bruiloft aan zee veel overeenkomsten heeft met Blauwe maandagen, van Arnon Grunberg. En dat leek mij nu een goede reden om het boek weer eens uit de kast te halen. Ik begon opnieuw.

Het begin is sterk, vreemd eigenlijk dat ik nooit verder gekomen was dan blz 48. Halverwege zakt het boek wat in, het gepingpong door de tijd maakt dat ik het overzicht soms kwijt raak. Het einde maakt echter alles goed. Onverwacht en grappig.

Abdelkader Benali is geen Arnon Grunberg, Bruiloft aan zee geen Blauwe maandagen. Beide boeken zijn het debuut van jonge schrijvers, en in beide boeken komen hoeren voor. (en misschien geldt dat ook voor een taxichauffeur, maar daarvoor moet ik toch Blauwe maandagen herlezen om dat met zekerheid te kunnen stellen) Maar daarmee is elke overeenkomst toch wel benoemd.

(Abdelkader Benali - Bruiloft aan zee)