De dubbele schaar

Wie zei daar dat sport zo mooi is? Het is afschuwelijk. Maar wat kan hij doen?

De dubbele schaar is niet alleen maar een Tour boek, eerder een sportzomer boek. Naast wielrennen, staan er verhalen in over voetbal, verspringen en schaatsen. (Schaatsen? Sportzomer? Ja! Waarom wordt er eigenlijk niet geschaatst in de zomer, op het zuidelijk halfrond, moet toch kunnen?)

Hoewel ik geen echte sportliefhebber ben heb ik genoten van dit boek. Net als eerder in De proloog mixt Bert Wagendorp feiten met fictie. En dit keer nog overtuigender. Volgens mij komt dat omdat dit keer niet de sporter de hoofdfiguur is, maar de toeschouwer. In drie van de vier verhalen is die toeschouwer een schrijver, 2x een journalist, 1x een aankomend schrijver, en ook in het vierde verhaal loopt er een journalist rond.

Het boek opent sterk met het verhaal De zwever, waarvoor Bob Beamon model stond. Verspringen, de Vietnam oorlog, Jacqueline Kennedy Onassis, black panthers en de eerste Apollo vluchten op geniale wijze vermengt.

De spiegel van Ballangrund, is goed, maar ik heb niet zoveel met schaatsen, zo mogelijk nog minder als met verspringen.

Van de vier sporten in het boek zie ik voetbal nog het meest, niet zo moeilijk want “Voetbal is een testbeeld geworden waar je verveeld langs zapt”, aldus Youp van ‘t Hek. Toch was uitgerekend het voetbalverhaal, het titelverhaal, het minste van de vier. Een beetje bloedeloze nul-nul.

Het verhaal Het Beest tenslotte, over de terugkeer van Greg LeMond in het peloton na een bizar jacht ongeluk is weer geweldig, eindigend met de spannende tijdrit naar Parijs in 1989, waar Laurent Fignon uiteindelijk 8 seconden tekort kwam op Greg LeMond om de Tour op zijn naam te schrijven.

(Bert Wagendorp – De dubbele schaar)

Het leven is wél leuk

Het jaarlijkse bundeltje Youp columns. Herfst 2004 tot herfst 2005. Veel doden: Andre Hazes (Als je vijfentwintig jaar lang twintig biertjes per dag drinkt, heb je op een gegeven moment meer dan honderdtweeëntachtigduizend- vijfhonderd biertjes tot je genomen. Da’s veel. Da’s heel veel. Dat is meer dan zestigduizend liter.), Willem Oltmans (Hij heeft zijn heengaan minutieus geregisseerd. De media konden zich op die manier goed voorbereiden.), Theo van Gogh (Theo heeft het woordwapen onderschat. Hij besefte niet dat het oorlog was. Maar het is oorlog. Oorlogger dan ooit.), Prins Bernard (Duizenden mensen keken donderdagavond naar een oefenende rouwstoet zonder lijk en een door het Journaal geïnterviewde muts in een geel windjack vertelde dat het oefenstoetje heel indrukwekkend was.), Rinus Michels (Na de dood van zijn vrouw was het met hem gedaan. Iedereen zei het, iedereen zag het, en hij was de laatste die het ontkende.), de Paus (Dus je bent paus, je pruttelt langzaam dood, kucht je laatste adem uit, denkt na heel veel aardse vakanties aan je laatste grote reis te beginnen en er blijkt niks te zijn. Er valt niks te reizen. Er is geen hiernamaals, geen hemelpoort, geen Petrus, geen engelen, gewoon helemaal niks.) en een vriend (Paar dagen later was de clichécrematie met na afloop slappe niet te warme tempokoffie en een zompig broodje.).
En ondanks al die doden, om over talpa, een tsunami en een aanslag op Londen nog maar te zwijgen, elk stukje krampachtig besluiten met de kreet: Het leven is wél leuk.

(Youp van ‘t Hek – Het leven is wél leuk)

Het afzien van 2004/Hartejeuk & Zieleczeem

Ieder najaar verschijnen er een paar leuke boekjes waarin je het afgelopen jaar kunt overzien. Nee, niet van die journalistieke wangedrochten, maar leuke boekjes.
Het afzien van met Fokke en Sukke is voor mij het ene, de jaarlijkse verzameling Youp columns het andere jaaroverzicht.

Fokke en Sukke verschijnen begin december, wat als nadeel heeft dat een Fokke en Sukke jaar maar elf maanden telt:

Reid, Geleijnse & Van Tol roepen alle moslimextremisten, Lonsdalejongeren, Imams, politici, AIVD-ers, journalisten, columnisten, filmmakers, etc. etc. op om zich de rest van de maand koest te houden. En mochten jullie toch rottigheid willen uithalen, dan hebben jullie mooi pech gehad: het wordt toch niet meer opgenomen in Het afzien van 2004! Doe het dus maar niet, het heeft geen enkele zin.

En dan mis je dus de dood van Bernhard, de begrafenis en het interview. En vorig jaar bijvoorbeeld duivel-uit-een-doosje-Sadam.

André Hazes dood

Youp doet het anders. Die stelt zijn boekje in het najaar samen. Dat loopt dus van najaar tot najaar. Een jaar van twaalf maanden.

Mensen nemen mijn boekjes mee op vakantie, naar het strand. En tijdens het lezen moeten ze zestien keer glimlachen. Laat het achtien keer zijn. Dat is al heel wat.
(interviewfragment uit BOEK 2)

Ik ga niet op vakantie, lees niet op het strand, maar op de plee. Of in bed. Ik ben op de helft en zit al op die achtien glimlachjes. Youp goochelt met woorden, heeft het over botoxteefjes, kakkersleed en tupperwarepsychologie. Stuk voor stuk fantastische woordlogwoorden. Een beetje lachen kan nooit kwaad, zo aan het eind van het jaar.

En ik ben toch al niet in mijn beste dagen. Kom net uit een supermarkt waar het voltallige personeel op gezag van de directie een vrolijke kerstmuts op had. Zo’n rosbief snijdend meisje op de vleeswarenafdeling dat je vanonder die muts moedeloos vraagt of het ietsje meer mag zijn. Ik vroeg me af of de filiaalchef nu in zijn kantoortje ook met zo’n muts op zit. Had steeds de neiging te gaan kijken en de man te vragen of hij inderdaad zo’n verschrikkelijke hekel aan zijn mensen heeft. Vanwaar deze mutsmarteling? Waarom deze minachting voor zijn personeel?

(Fokke en Sukke – Het afzien van 2004/Youp van ‘t Hek – Hartejeuk & Zieleczeem)

Het platte land

Als ik werk, zie ik de televisiepulp niet. Dan sta ik ‘s avonds op de planken. Maar nu ik vakantie heb stuit ik al zappend op de goorste Aalsmeerse arbeidersblubber. Woensdag viel ik in Partner Gezocht, een programma waarin een gescheide windjacksukkel uit een onooglijke provinciegat een oproep doet en vertelt dat hij een vrouw zoekt. De week erna reageert een drietal Vinex-teefjes en die vertellen op lijzige toon dat ze wel wat in hem zien. Van die vrouwen waarvan je snapt dat ze nog niemand hebben en ook nooit iemand op natuurlijke wijze zullen tegenkomen. Je ziet droeve alleenstaandeavonden vol ploegende zonderlingen, maar alles blijft alleen.

Ik lees weer eens een tussendoortje. Het platte land. Een aanrader.

(Youp van ‘t Hek – Het platte land)