Zomerhuis, later van Judith Hermann was één van die aangename verrassingen in de Bekroond Europa reeks. Het maakte nieuwsgierig naar haar tweede verhalenbundel Niets dan geesten. Na lezing blijkt dat een ander boek te zijn.
De muziek ontbreekt dit keer. Of, het is er nog wel maar minder herkenbaar. Meer als achtergrondruis. Een jukebox in een kroeg in de woestijn, een radio in de keuken, een wereldontvanger, een cd, niet nader genoemd, van Nick Cave in een koffer.
Berlijn is ook verder weg. De personages komen er vandaan maar bevinden zich nu in Reykjavik, Austin Nevada, Tromsø, Venetïe, Karlovy Vary.
De verhalen zijn minder verrassend ook, inwisselbaar. Als ik de titels van de verhalen nu bekijk weet ik al geen eens meer welk verhaal er bij hoort. Het is allemaal nogal melancholisch, veel terugdenken aan niet beantwoorde liefdes en het waarom daarvan.
Blijft het feit over dat Hermann als geen ander hele mooie zinnen weet te schrijven, zinnen met een soort overtreffende trap:
Ik had dat walgelijk kunnen vinden, ik vond het niet walgelijk, ik begreep het, ik begreep er iets van.
of:
Ze wist niet zeker wat hij van haar wilde, zei ze, ze zie “Misschien wil hij me alleen maar in bed krijgen”.
Maar veel mooie zinnen maakt nog geen mooi boek.
(Judith Hermann – Niets dan geesten)