Hornby. Nick

You are currently browsing articles tagged Hornby. Nick.

High Fidelity

High Fidelity is de ‘popmuziekroman’ van Nick Hornby uit 1995 en gaat over de vijfendertigjarige Rob Flemming, eigenaar van een zieltogende platenzaak.

Aldus Joost Zwagerman in zijn essay Tussen High Fidelity en popfundamentalisme (te vinden in de essaybundel Perfect day). Nadat ik High Fidelity uitlas herlas ik het essay ook nog eens. Het lijkt wel of Zwagerman een totaal ander boek gelezen heeft dan ik. Hij leest een roman die voornamelijk gaat over mannen die op bijna beschamende wijze met muziek bezig zijn en voor vrouwen nauwelijks tijd hebben, ik lees, alweer, een roman over relatieproblemen. Wat mij betreft valt High Fidelity vooral te vergelijken met Proeven van liefde van Alain de Botton, maar dan zonder de filosofische uitstapjes. Dicklit met een leuke soundtrack.

(Nick Hornby - High Fidelity)

“Verzin iemand”, was de opdracht van Zadie Smith aan de 23 schrijvers die een bijdrage geleverd hebben aan Het boek van andere mensen. En niet aan zomaar wat schrijvers. Het boek van andere mensen is een staalkaart van de hedendaagse Engelse en Amerikaanse literatuur.

Van de bekendere schrijvers leveren Dave Eggers, David Mitchell en Zadie Smith zelf prima verhalen af. Jonathan Safran Foer en Nick Hornby vallen enigszins tegen. Zij blijven, net als veel andere schrijvers, teveel in een schets hangen. Er wordt iemand verzonnen, maar daarmee heb je nog geen verhaal. Soms werkt dat, vaker niet.

Andere hoogtepunten komen van Jonathan Lethem, Colm Tóibin en Andrew Sean Greer. Twee bijdragen, van Daniel Clowes en Chris Ware, zijn beeldverhalen die zo in de zone5300 geplaatst zouden kunnen worden. Ook hoogtepunten dus.

Al met al een prima kennismaking met een keur aan schrijvers, waarmee ook nog eens een goed doel geholpen wordt.

(Zadie Smith - Het boek van andere mensen)

Perfect day

Een literaire variant op een Greatest Hits album, inclusief een verrassende bonustrack. Zo presenteert Joost Zwagerman de verzameling artikelen, essays, portretten en interviews onder de naam Perfect day. Maar als je het boek dan vergelijkt met een Greatest Hits album, dan één van een eendagsvlieg met een enkele hit en als bonustrack een remix waar je vraagtekens bij mag zetten.

Veel van de artikelen schreef Zwagerman naar aanleiding van het verschijnen van een biografie van betreffende artiest, en vaak vult Zwagerman zijn artikel door flink en veelvuldig te citeren uit zo’n biografie. En als hij dan van een artiest meerdere artikelen schrijft, Madonna bijvoorbeeld, en hij dus meerdere biografieën leest en beschrijft, blijkt dat Zwagerman wel heel erg weinig te melden heeft. Tot veel meer dan herhalen van een vorig artikel komt hij dan niet. In krant of tijdschrift valt dit niet zo snel op, maar bij bundeling des te meer.

Ook de interviews zijn nauwelijks de moeite waard om te lezen. Enerzijds de vorm: tekstfragmenten van betreffende artiest en anderen voorleggen en de geïnterviewde daar op laten reageren levert niet de meest openhartige gesprekken op. Anderzijds de geïnterviewde: Barry Hay en Huub van der Lubbe die vertellen hoe respectievelijk de Golden Earing en De Dijk zijn ontstaan is een al zo vaak verteld verhaal dat dat niks nieuws brengt.

De bonustrack dan. The 2006 remix (let op het woordje ‘the’) van Gimmick!. Niet de gehele roman, maar fragmenten. Althans, dat vermoed ik. Zwagerman heeft de liedjes vervangen voor hedendaagse niemendalletjes, enkele mobiele telefoons toegevoegd, er wordt wat film gedownload en enkele semi hippe dvdtjes bekeken. Het wordt er niet beter op. Of slechter. Eigenlijk alleen te beoordelen als je het origineel goed kent.

Wat is dan wel de moeite waard? In slechts 4 stukken toont Zwagerman iets eigens, zet hij aan tot denken of maakt hij nieuwsgierig naar een boek. Horror vacuï en de tophit over de muzieksmaak van Patrick Bateman uit American Psycho van Bret Easton Ellis, Veertig jaar Golden Earing waarin Zwagerman herinneringen ophaalt aan het album Live uit 1977 (en die had ik zelf ook dus mooi herkenbaar), Door Abba tot Mozart over de muzieksmaak van de hoofdfiguur uit Alain de Bottton’s boek De biograaf en hoe anders dat boek zou zijn als het 20 jaar later geschreven zou zijn (en komt daar dan de inspiratie voor de remix vandaan?), en tot slot Tussen High Fidelity en popfundamentalisme over de roman High Fidelity van Nick Hornby en de vele herkenbare scènes uit dat boek op weblogs en forums.

17 bladzijden de moeite waard van de 350, zo’n Greatest Hits album waarbij je denkt “och ja, die man heeft echt maar één klein bescheiden hitje gehad”.

(Joost Zwagerman - Perfect day)

Misschien niet het beste boek dat ik dit jaar las, maar toch zeker het meest inspirerende. The complete polysylabic spree bevat de columns die Nick Hornby schreef tussen september 2003 en juni 2006 voor the Believer over wat hij kocht en las aan boeken. Zoiets als dit weblog maar dan door de ogen van een schrijver.

31 songs van dezelfde schrijver viel twee jaar terug tegen. Dat boek deed je niet op zoek gaan naar bepaalde platen, liedjes, opnames. Hoe anders is dat met The complete polysylabic spree. Het enthousiasme waarmee Hornby over boeken schrijft werkt aanstekelijk, het lijstje boeken die ik nog wil lezen (The plot against America/Philip Roth, Mystic river/Dennis Lehane, The curious incident of the dog in the night-time/Mark Haddon) is door dit boek flink gegroeid.

Het boek gaat niet zozeer over boeken, als wel over lezen. Het plezier in lezen staat bij Hornby voorop. Is een boek saai, taai, niet om door te komen?

Please, please: put it down. You’ll never finish it. Start something else.

Over lezen als je een gezin met kinderen hebt:

Hey, great idea: if you have kids, give your partner reading vouchers next Christmas. Each voucher entitles the bearer to two hours of reading-time while kids are awake. It might look like a cheapskate present, but parents will appreciate that it costs more in real terms than a lamborghini.

Over boekwinkels, die, hoe herkenbaar!, in Nederland niet anders zijn dan in Engeland:

Over here in England, the home of literature ha-ha, we have only chain bookstores, staffed by people who for the most part come across as though they’d rather be selling anything else anywhere else.

En al eerder citeerde ik hier over wat Hornby schreef over poëziebundels en biografieën. The complete polysylabic spree is een feest van herkenning voor leesverslaafden.

Toch ook een paar kritische noten: The complete polysylabic spree is verre van complete. In the Believer zijn ondertussen alweer drie nieuwe columns verschenen, een The even more complete polysylabic spree ligt dus in het verschiet. In Amerika verscheen The complete polysylabic spree overigens in twee delen: The polysylabic spree, september 2003 tot en met november 2004, gevolgd door Housekeeping vs. Dirt, februari 2005 tot en met juni 2006.

Het tweede punt van kritiek is maand boven de column. Dat is de maand van verschijning in the Believer, en niet de maand waarin Hornby de betreffende boeken kocht en las. Toen Hornby in maart over kerstmis begon duurde het toch echt even voor bij mij het kwartje viel. December erboven zetten en als voetnoot vermelden dat betreffende column in maart verscheen was duidelijker geweest.

Met dank aan Kristien Hemmerechts, zonder haar recensie in de Volkskrant zou ik dit boek waarschijnlijk gemist hebben.

(Nick Hornby - The complete polysylabic spree)

Ik lees The complete polysylabic spree van Nick Hornby op het moment, columns die hij schreef voor the Believer over wat hij kocht aan boeken en wat hij las aan boeken in een maand. Door het boek werd ik nieuwsgierig naar zijn eigen fictie. High fidelity staat al een paar jaar op mijn nog-te-lezen lijst, maar die hadden ze niet bij de bibliotheek. De keuze was Een jongen of Hornby’s meest recente De lange weg naar beneden. Het werd de laatste.

Every time I read a biography of a novelist, I discover that the novels in question are autobiographical to an almost horrifying degree. (The complete polysylabic spree, blz.120)

The complete polysylabic spree is ook een soort autobiographie. Toon mij uw boekenkast en ik vertel u wie u bent, zegt men wel. Een boek over wat iemand koopt en leest zegt heel wat over die persoon, zoals dit boekenlog ook wat over mij zegt.

Bovenstaande quote in acht genomen is het geen toeval dat JJ, een van de vier hoofdpersonen, Revolutionary Road van Dylan Thomas leest. Of boeken van Faulkner, Dickens, Vonnegut en Brendan Behan. Net zomin als het toeval is dat Maureen, een ander hoofdpersoon, een poster van een Arsenal speler voor haar zoon koopt, Hornby is een groot Arsenal supporter. De zoon van Maureen is zwaar gehandicapt, die van Hornby is autist. Allemaal feiten die ik uit The complete polysylabic spree haal. De lange weg naar beneden is, kortom, autobiographical to an almost horrifying degree.

Rest de vraag: heeft Hornby zelf ooit zelfmoord overwogen, en waarom dan wel?

(Nick Hornby – De lange weg naar beneden)

31 songs

Vooraf verwachte ik van 31 Songs dat het een soort De Luchtgitaar* was, maar dan met modernere liedjes. Maar waar het boek van Roel Bentz van den Berg aanzet tot luisteren (en door luisteren aanzet tot herlezen), stelt Nick Hornby toch enigszins teleur. Op een van de eerste bladzijde zegt hij …en ik wilde niet over herinneringen schrijven. Desondanks zijn veel liedjes gebeurtenisgebonden, als een soundtrack bij een echtscheiding, een kind, het schrijven van een boek.
Het maakt 31 Songs niet tot een slecht boek, verre van dat zelfs. Het is gewoon net als laatst met de vla, onverwacht anders.

(Nick Hornby - 31 Songs)