Krabbé. Tim

You are currently browsing articles tagged Krabbé. Tim.

Het boekenweekgeschenk van 2009.
Van Tim Krabbé las ik eerder Het gouden ei, De renner en 43 wielerverhalen. Van Het gouden ei staat mij weinig meer bij (maar het is dan ook zo’n 20 jaar geleden dat ik die las), en De renner moest maar weer eens herlezen worden.

Een trein vol vlinders

Ook ik gebruikte het boekenweekgeschenk dit keer als treinkaartje. Eigenlijk best toepasselijk, een boek over een reisboekenschrijver als treinkaartje gebruiken. Bovendien, niet eerder heb ik zo rustig in de trein kunnen lezen. Eindelijk was iedereen stil.

Het verhaal zelf bestaat uit twee delen waarvan ik het eerste deel maar niks vind, de vader/zoon relatie van Tim Krabbé is een stuk sentimenteler dan de moeder/dochter relatie bij Anna Enquist. Het tweede gedeelte, het dagboek van zoon Bram, maakt echter een hoop goed. Nou ja, op die dag nul na dan.

(Tim Krabbé - Een tafel vol vlinders)

Ik heb de rare gewoonte om over wielrennen te willen lezen zodra de Tour de France verreden wordt. Begin juli begon ik daarom aan de bundel 43 wielerverhalen van Tim Krabbé. En gisteren las ik dan eindelijk het laatste verhaal.

Vorig jaar las ik tijdens de tour De kopgroep en Een lange ontsnapping van Mart Smeets, maar bovenal de wielerroman aller tijden: De Renner van Tim Krabbé.
43 wielerverhalen is geschreven in de geest van De Renner. Het betreft een verzameling columns die hij in de jaren ‘80-’84 schreef voor NRC Handelsblad. Ik heb wel eens gelezen dat Tim Krabbé er spijt van heeft dat ze in boekvorm zijn verschenen.
Niet alle verhalen zijn even sterk, wat ongetwijfeld de reden is dat het boek ver na de tour eindelijk van het nachtkastje naar de boekenkast kan verhuizen. Uitschieters zijn De romanfiguur, over De Renner, en Jerry Cotton en het dopingmysterie, nog altijd een actueel onderwerp (nu ook weer met de spelen) en waar Krabbé verrassend standpunt neemt:

De een heeft meer aanleg, de ander is bereid harder te trainen, iemand zit urenlang zijn remmen uit te boren of verzetten uit te rekenen (50×13; dat niemand daar eerder op gekomen is!), weer een ander heeft voor het uitblinken het volgen van een schriftelijke dieetcursus over. Als nu een renner bereid is zich serieus in de farmaceutica te verdiepen en zich als vrucht van die studie weet te voorzien van een uitgebalanceerd spectrum aan drugs voor alle omstandigheden, waarom zou dan hij níet de lof verdienen dat hij ‘zich volledig voor zijn sport inzet’?

43 wielerverhalen is al met al een aardig boek, geschreven door iemand die de sport van binnenuit kent, hoewel sommige verhalen wat gedateerd aandoen.

(Tim Krabbé - 43 wielerverhalen)