Volvo vrachtwagens

Volvo vrachtwagens is het vervolg op Doppler. Andreas Doppler, de eland Bongo en zoontje Gregus zijn al lopend van bos naar bos in Zweden beland. Maar die Zweden zijn al net zulk raar volk als eerder die Noren. Zo is er een 92 jarige dame die weinig anders doet dan blowen en Bob Marley luisteren, en een al ongeveer even oude buurman die naar vogels kijkt, eet als vogels en het liefst net als vogels onder de blote hemel slaapt. Maar Erlend Loe laat zelf ook regelmatig van zich horen, om uit te leggen waarom hij iets op een bepaalde manier geschreven heeft, of waarom Volvo vrachtwagens nooit verfilmd zal gaan worden.

‘Wat literatuur betreft hebben we in Zweden Selma Lagerlöf en Strindberg’, zegt ze.
‘Wij hebben Ibsen en Hamsun’, zegt Doppler.
‘Akkoord’, zegt Maj Britt. ‘Dan staan we op het gebied van literatuur dus quitte.’
‘Wij hebben trouwens ook Erlend Loe’, zegt Doppler. ‘Dat is die man die dit allemaal schrijft. Zonder hem zouden wij niet eens bestaan.’
‘Dat veranderd de zaak’, zegt Maj Britt. ‘Ik zal niet verder zeuren. Op het gebied van de literatuur winnen jullie.’

Vaak wordt het vervelend als de auteur zichzelf steeds maar weer opdringt, en ook nu is het af en toe aardig vermoeiend maar Loe blijft absurd genoeg om het leuk te houden.

(Erlend Loe – Volvo vrachtwagens)

Doppler

Net als eerder bij Tang blijkt de flaptekst maar matig met de inhoud overeen te komen. Zo geraakt Andreas Doppler helemaal niet in “volstrekte eenzaamheid”, maar trekt hij zich terug aan de rand van de stad in het bos van waar hij in contact komt met een keur aan wonderlijke personages: een rechtse man die een verzoeningsfestival organiseert nadat Doppler hem met een zelfgemaakte pijl en boog heeft neergeschoten, een zoon van een nazi officier die de dood van zijn vader tijdens het Ardennen offensief in schaal nabouwt om zo die vader te leren kennen en Breekijzer-Roger, een inbreker die door zijn vriendin het huis uit is gezet omdat hij overal zijn zaad op spuit.

En dan zijn er nog Doppler zelf, met zijn eigen dooie vader voor wie hij een totempaal maakt met gestolen bijlen, het geadopteerde elandjong Bongo (vernoemd naar de vader van Doppler die helemaal geen Bongo heette) waarvan Doppler de moeder heeft gedood en opgegeten, zijn 16 jarige dochter die niets anders doet dan Lord of the Rings kijken en elfs praten (zo kom ik dat boek voor de tweede keer achter elkaar tegen), zijn 4 jarige zoontje die niets liever doet dan Teletubbies en Bob de bouwer kijken, zijn vrouw die alweer zwanger is ook al slaapt Doppler al maanden niet meer thuis maar in het bos en zijn zwager die hem behulp van een jachtgeweer met verdovingspatronen bij de bevalling van kind nummer 3 probeert te betrekken.

Erlend Loe is en blijft één van de meest wonderlijke schrijvers die ik gelezen heb. Doppler is een volslagen absurd boek dat tegelijkertijd aan het denken zet:

Het probleem met mensen is dat zodra ze een ruimte vullen, je alleen de mensen nog ziet en niet de ruimte.

(Erlend Loe – Doppler)

Tang

Weer een door Paula Stevens uit Noors vertaalde roman. Dat deze debuutroman van Erlend Loe toch de verwachtingen niet helemaal waarmaakt ligt echter niet aan de vertaling. Tang is zo’n boek met een misleidende flaptekst:

Waar anderen misschien in alcohol of drugs zouden vluchten, zoekt deze man zijn heil in het zwembad.
Zijn zwembadbezoek inspireert hem tot het verzamelen van zwemartikelen, waarvan de collectie zwembrillen het absolute hoogtepunt is.

Maar niks geen vlucht naar het zwembad, laat staan een verzamelwoede betreffende zwemartikelen met duikbrillen in het bijzonder. Goed, de man gaat zwemmen, regelmatig zwemmen zelfs, en koopt nog een duikbril bovendien, maar daar blijft het dan ook bij. Geen badmutsen van oude vrouwtjes afpikken, geen tassen vol badslippers en onder de jas verstopte zwemvliezen.

Wel een verhaal dat sterk doet denken aan Proeven van liefde, maar dan zonder de filosofische bespiegelingen. Hoewel deze man lang niet zo’n loser is als die bij Alain de Botton.

(Erlend Loe – Tang)